Psaumes
Chapter 34
Louis Segond 1910
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psaumes 34

Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1De David. Lorsqu’il contrefit l’insensé en présence d’Abimélec, et qu’il s’en alla chassé par lui.
1Van David, toen hij zich voor Abimé als een krankzinnige had aangesteld, door hem was weggejaagd, en was heengegaan. Altijd wil ik Jahweh prijzen, Steeds trilt zijn lofzang in mijn mond.
2Je bénirai l’Éternel en tout temps; Sa louange sera toujours dans ma bouche.
2Mijn ziel zal roemen in Jahweh; Bedrukten zullen het horen, en juichen.
3Que mon âme se glorifie en l’Éternel! Que les malheureux écoutent et se réjouissent!
3Verheerlijkt Jahweh met mij, Laat ons te zamen zijn Naam verheffen:
4Exaltez avec moi l’Éternel! Célébrons tous son nom!
4Ik heb Jahweh gesmeekt; Hij heeft mij verhoord, En mij van al mijn angsten bevrijd.
5J’ai cherché l’Éternel, et il m’a répondu; Il m’a délivré de toutes mes frayeurs.
5Ziet naar Hem op, dan straalt gij van vreugde, En uw gelaat zal niet blozen van schaamte.
6Quand on tourne vers lui les regards, on est rayonnant de joie, Et le visage ne se couvre pas de honte.
6Hier is een rampzalige, die om hulp heeft geroepen: Jahweh heeft hem gehoord, en van al zijn ellende verlost.
7Quand un malheureux crie, l’Éternel entend, Et il le sauve de toutes ses détresses.
7De engel van Jahweh slaat zijn legerplaats op Rond die Hem vrezen, om ze te redden!
8L’ange de l’Éternel campe autour de ceux qui le craignent, Et il les arrache au danger.
8Smaakt en beseft dan de goedheid van Jahweh; Gelukkig de man, die zijn hoop op Hem stelt.
9Sentez et voyez combien l’Éternel est bon! Heureux l’homme qui cherche en lui son refuge!
9Vreest Jahweh, zijn vromen, Want die Hem duchten, ontbreekt het aan niets;
10Craignez l’Éternel, vous ses saints! Car rien ne manque à ceux qui le craignent.
10Rijken kunnen verarmen en hongeren, Die Jahweh zoekt, komt niets te kort.
11Les lionceaux éprouvent la disette et la faim, Mais ceux qui cherchent l’Éternel ne sont privés d’aucun bien.
11Komt nu, kinderen, en luistert naar mij! Ik leer u, hoe men Jahweh moet vrezen,
12Venez, mes fils, écoutez-moi! Je vous enseignerai la crainte de l’Éternel.
12En wie het is, die van het leven geniet, Lengte van dagen zich wenst, om het goede te zien:
13Quel est l’homme qui aime la vie, Qui désire la prolonger pour jouir du bonheur?
13Bewaar uw tong voor het kwaad, En uw lippen voor leugen;
14Préserve ta langue du mal, Et tes lèvres des paroles trompeuses;
14Vlucht het kwaad, doe enkel wat goed is; Zoek de vrede, en jaag hem na!
15Éloigne-toi du mal, et fais le bien; Recherche et poursuis la paix.
15De ogen van Jahweh zijn op de vromen gericht, Zijn oren naar hun smeken gekeerd;
16Les yeux de l’Éternel sont sur les justes, Et ses oreilles sont attentives à leurs cris.
16Maar Jahweh’s aanschijn blikt grimmig tegen de bozen, Om hun gedachtenis van de aarde te delgen.
17L’Éternel tourne sa face contre les méchants, Pour retrancher de la terre leur souvenir.
17De vromen roepen, en Jahweh verhoort hen, En verlost ze van al hun ellende;
18Quand les justes crient, l’Éternel entend, Et il les délivre de toutes leurs détresses;
18Gebroken harten blijft Jahweh nabij, Vermorzelde zielen komt Hij te hulp.
19L’Éternel est près de ceux qui ont le cœur brisé, Et il sauve ceux qui ont l’esprit dans l’abattement.
19Hoe talrijk de rampen van den rechtvaardige ook zijn, Jahweh redt hem er uit;
20Le malheur atteint souvent le juste, Mais l’Éternel l’en délivre toujours.
20Jahweh is voor al zijn beenderen bezorgd, Niet één daarvan wordt gebroken.
21Il garde tous ses os, Aucun d’eux n’est brisé.
21De zonde brengt den boze de dood, En wie den rechtvaardige haat, moet het boeten.
22Le malheur tue le méchant, Et les ennemis du juste sont châtiés.
22Maar zijn dienaars spaart Jahweh het leven; Wie tot Hem vlucht, zal het nimmer berouwen.
23L’Éternel délivre l’âme de ses serviteurs, Et tous ceux qui l’ont pour refuge échappent au châtiment.
no verse 23 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.