Psaumes 83
Louis Segond 1910Translation
Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Cantique. Psaume d’Asaph.
1Een lied; een psalm van Asaf. O God, houd U niet stil, Niet rustig en werkeloos, o God!
2O Dieu, ne reste pas dans le silence! Ne te tais pas, et ne te repose pas, ô Dieu!
2Want zie, uw vijanden razen, En uw haters steken hun hoofden omhoog.
3Car voici, tes ennemis s’agitent, Ceux qui te haïssent lèvent la tête.
3Ze smeden listige plannen tegen uw volk, En spannen tegen uw beschermelingen samen:
4Ils forment contre ton peuple des projets pleins de ruse, Et ils délibèrent contre ceux que tu protèges.
4“Komt, laat ons ze uitroeien uit de rij van de volken, Zodat men zelfs Israëls naam niet meer noemt!”
5Venez, disent-ils, exterminons-les du milieu des nations, Et qu’on ne se souvienne plus du nom d’Israël!
5Ja, eensgezind hebben ze samengezworen, En een verbond gesloten tegen U:
6Ils se concertent tous d’un même cœur, Ils font une alliance contre toi;
6De tenten van Edom en van de Jisjmaëlieten, Van Moab en de zonen van Hagar.
7Les tentes d’Édom et les Ismaélites, Moab et les Hagaréniens,
7En Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de bewoners van Tyrus,
8Guebal, Ammon, Amalek, Les Philistins avec les habitants de Tyr;
8Zelfs Assjoer sluit zich bij hen aan, En leent zijn arm aan de zonen van Lot.
9L’Assyrie aussi se joint à eux, Elle prête son bras aux enfants de Lot. — Pause.
9Doe met hen als met Midjan, Als met Sisera en Jabin bij de beek Kisjon,
10Traite-les comme Madian, Comme Sisera, comme Jabin au torrent de Kison!
10Die bij En-Dor werden vernietigd, En tot mest voor het veld zijn gemaakt.
11Ils ont été détruits à En-Dor, Ils sont devenus du fumier pour la terre.
11Zet het hun vorsten betaald als Oreb en Zeëb, Als Zébach en Salmoenna,
12Traite leurs chefs comme Oreb et Zeeb, Et tous leurs princes comme Zébach et Tsalmunna!
12Met al hun groten, die zeggen: Laat ons het land van God gaan bezetten!
13Car ils disent: Emparons-nous Des demeures de Dieu!
13Maak ze aan dwarrelende blaren gelijk, o mijn God, En aan kaf voor de wind!
14Mon Dieu! Rends-les semblables au tourbillon, Au chaume qu’emporte le vent,
14En zoals het vuur de bossen verteert, De vlammen de bergen verzengen:
15Au feu qui brûle la forêt, A la flamme qui embrase les montagnes!
15Zo moogt Gij hen met uw stormwind vervolgen, In verwarring brengen door uw orkaan!
16Poursuis-les ainsi de ta tempête, Et fais-les trembler par ton ouragan!
16Bedek met smaad hun gelaat, Opdat ze uw Naam mogen eren, o Jahweh;
17Couvre leur face d’ignominie, Afin qu’ils cherchent ton nom, ô Éternel!
17Laat ze beschaamd staan en verbijsterd voor eeuwig, En in schande vergaan!
18Qu’ils soient confus et épouvantés pour toujours, Qu’ils soient honteux et qu’ils périssent!
18Dan zullen zij weten, dat “Jahweh” uw Naam is; Dat Gij de Allerhoogste zijt op heel de aarde, Gij alleen!
19Qu’ils sachent que toi seul, dont le nom est l’Éternel, Tu es le Très-Haut sur toute la terre!
no verse 19 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.