Psaumes 56
Louis Segond 1910Translation
Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Au chef des chantres. Sur “Colombe des térébinthes lointains”. Hymne de David. Lorsque les Philistins le saisirent à Gath.
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “Een duif van ver verwijderde terebinten.” Een puntdicht van David, toen de Filistijnen hem in Gat gevangen hielden. Ontferm U mijner, o God; want de mensen grijpen mij aan, Bekampen en kwellen mij iedere dag;
2Aie pitié de moi, ô Dieu! Car des hommes me harcèlent; Tout le jour ils me font la guerre, ils me tourmentent.
2Mijn vijanden bestoken mij altijd door, Want talrijk zijn mijn belagers.
3Tout le jour mes adversaires me harcèlent; Ils sont nombreux, ils me font la guerre comme des hautains.
3Maar verre van mij, dat ik ooit zou vrezen; Op U heb ik mijn vertrouwen gesteld.
4Quand je suis dans la crainte, En toi je me confie.
4In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
5Je me glorifierai en Dieu, en sa parole; Je me confie en Dieu, je ne crains rien: Que peuvent me faire des hommes?
5Ze blijven mij krenken, altijd door, Tegen mij zijn al hun boze plannen gericht;
6Sans cesse ils portent atteinte à mes droits, Ils n’ont à mon égard que de mauvaises pensées.
6Ze loeren en spieden, en belagen mijn hielen, Omdat ze mij naar het leven staan.
7Ils complotent, ils épient, ils observent mes traces, Parce qu’ils en veulent à ma vie.
7Vergeld ze hun misdaad, En werp in uw toorn de volkeren neer, o mijn God! In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
8C’est par l’iniquité qu’ils espèrent échapper: Dans ta colère, ô Dieu, précipite les peuples!
8Gij hebt mijn ellende geteld, Mijn tranen in uw kruik verzameld. Hebt Gij het zelf niet beloofd,
9Tu comptes les pas de ma vie errante; Recueille mes larmes dans ton outre: Ne sont-elles pas inscrites dans ton livre?
9Dat mijn vijand zal vluchten, als ik U aanroep? Zo weet ik zeker, Dat God met mij is!
10Mes ennemis reculent, au jour où je crie; Je sais que Dieu est pour moi.
10In Jahweh’s belofte kan ik jubelen;
11Je me glorifierai en Dieu, en sa parole; Je me glorifierai en l’Éternel, en sa parole;
11Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
12Je me confie en Dieu, je ne crains rien: Que peuvent me faire des hommes?
12O God, Gij hebt mij uw belofte gehouden, Ik breng U daarvoor mijn dank;
13O Dieu! Je dois accomplir les vœux que je t’ai faits; Je t’offrirai des actions de grâces.
13Want Gij hebt mijn ziel behoed voor de dood, Zelfs mijn voet voor het stoten: Opdat ik voor Gods aanschijn blijf wandelen In het licht van het leven. In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
14Car tu as délivré mon âme de la mort, Tu as garanti mes pieds de la chute, Afin que je marche devant Dieu, à la lumière des vivants.
no verse 14 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.