Psalmorum 12
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1In finem. Psalmus David. [Usquequo, Domine, oblivisceris me in finem? usquequo avertis faciem tuam a me?
1Voor muziekbegeleiding; met bassen. Een psalm van David. Help toch Jahweh; want de trouw is verdwenen, De waarheid is zoek onder de kinderen der mensen.
2quamdiu ponam consilia in anima mea; dolorem in corde meo per diem?
2Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.
3usquequo exaltabitur inimicus meus super me?
3Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:
4Respice, et exaudi me, Domine Deus meus. Illumina oculos meos, ne umquam obdormiam in morte;
4“Met onze tong zijn we sterk! We hebben onze lippen; wie kan ons aan!”
5nequando dicat inimicus meus: Prævalui adversus eum. Qui tribulant me exsultabunt si motus fuero;
5Om de nood der verdrukten En het kermen der armen Ga Ik opstaan, zegt Jahweh, Om redding te brengen aan wie er naar smacht!
6ego autem in misericordia tua speravi. Exsultabit cor meum in salutari tuo. Cantabo Domino qui bona tribuit mihi; et psallam nomini Domini altissimi.]
6Het woord van Jahweh Is zuiver als zilver, In een aarden smeltkroes gelouterd, Gereinigd tot zevenmaal toe.
no verse 7 in this text
7Gij zult het gestand doen, o Jahweh, En ons altijd beschermen tegen dit ras:
no verse 8 in this text
8Al zijn de bozen nog zo verwaand, En de mensen nog zo gemeen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.