Psalmorum 149
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Alleluja. [Cantate Domino canticum novum; laus ejus in ecclesia sanctorum.
1Halleluja! Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Zijn lof in de gemeenschap der vromen.
2Lætetur Israël in eo qui fecit eum, et filii Sion exsultent in rege suo.
2Laat Israël zich in zijn Schepper verheugen, Sions kinderen zich in hun Koning verblijden;
3Laudent nomen ejus in choro; in tympano et psalterio psallant ei.
3Zijn Naam met reidansen vieren, Hem verheerlijken met pauken en citer!
4Quia beneplacitum est Domino in populo suo, et exaltabit mansuetos in salutem.
4Want Jahweh heeft zijn volk begenadigd, De verdrukten met zege gekroond;
5Exsultabunt sancti in gloria; lætabuntur in cubilibus suis.
5Laat de vromen nu hun krijgsroem bezingen, En jubelen over hun wapens:
6Exaltationes Dei in gutture eorum, et gladii ancipites in manibus eorum:
6Met Gods lof in hun keel, En een tweesnijdend zwaard in hun hand!
7ad faciendam vindictam in nationibus, increpationes in populis;
7Zich op de heidenen wreken, De volken richten,
8ad alligandos reges eorum in compedibus, et nobiles eorum in manicis ferreis;
8Hun koningen in ketenen slaan, Hun vorsten in ijzeren boeien,
9ut faciant in eis judicium conscriptum: gloria hæc est omnibus sanctis ejus. Alleluja.]
9Aan hen het vonnis voltrekken, zoals het geveld is: Dìt is de glorie van al zijn vromen! Halleluja!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.