Psalmorum 140
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Psalmus David. [Domine, clamavi ad te: exaudi me; intende voci meæ, cum clamavero ad te.
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Red mij, Jahweh, uit de macht van de bozen, Behoed mij voor den man van geweld:
2Dirigatur oratio mea sicut incensum in conspectu tuo; elevatio manuum mearum sacrificium vespertinum.
2Die kwaad verzinnen in hun hart, Dag in, dag uit blijven twisten;
3Pone, Domine, custodiam ori meo, et ostium circumstantiæ labiis meis.
3Die scherpe tongen hebben als slangen, En adderengif op hun lippen.
4Non declines cor meum in verba malitiæ, ad excusandas excusationes in peccatis; cum hominibus operantibus iniquitatem, et non communicabo cum electis eorum.
4Bescherm mij, Jahweh, tegen de macht van den boze, Behoed mij voor den man van geweld, Die mij de voet trachten te lichten,
5Corripiet me justus in misericordia, et increpabit me: oleum autem peccatoris non impinguet caput meum. Quoniam adhuc et oratio mea in beneplacitis eorum:
5Mij klemmen en strikken durven leggen, Netten spannen langs mijn weg, En een val voor mij zetten.
6absorpti sunt juncti petræ judices eorum. Audient verba mea, quoniam potuerunt.
6Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn God, Hoor naar mijn smeken, o Jahweh!
7Sicut crassitudo terræ erupta est super terram, dissipata sunt ossa nostra secus infernum.
7Jahweh, mijn Heer, Gij zijt mijn machtige Helper, Gij beschut mijn hoofd op de dag van de strijd.
8Quia ad te, Domine, Domine, oculi mei; in te speravi, non auferas animam meam.
8Jahweh, laat de opzet der bozen niet slagen, Hun aanslag niet lukken.
9Custodi me a laqueo quem statuerunt mihi, et a scandalis operantium iniquitatem.
9Laat mijn belagers hun hoofd niet verheffen, Maar de vloek van hun eigen lippen ze treffen;
10Cadent in retiaculo ejus peccatores: singulariter sum ego, donec transeam.]
10Laat het vurige kolen op hen regenen, In kuilen hen vallen, waaruit ze niet opstaan.
no verse 11 in this text
11Moge de kwaadspreker geen voorspoed genieten op aarde, Maar onheil den geweldenaar meedogenloos vervolgen!
no verse 12 in this text
12Ik weet, dat Jahweh den ongelukkige recht zal verschaffen, En gerechtigheid aan de armen;
no verse 13 in this text
13Dan zullen de vromen uw Naam verheerlijken, De deugdzamen voor uw aangezicht wonen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.