Psalms 140
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1(140-1) For the Leader. A Psalm of David. (140-2) Deliver me, O LORD, from the evil man; preserve me from the violent man;
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Red mij, Jahweh, uit de macht van de bozen, Behoed mij voor den man van geweld:
2(140-3) Who devise evil things in their heart; every day do they stir up wars.
2Die kwaad verzinnen in hun hart, Dag in, dag uit blijven twisten;
3(140-4) They have sharpened their tongue like a serpent; vipers' venom is under their lips. Selah
3Die scherpe tongen hebben als slangen, En adderengif op hun lippen.
4(140-5) Keep me, O LORD, from the hands of the wicked; preserve me from the violent man; who have purposed to make my steps slip.
4Bescherm mij, Jahweh, tegen de macht van den boze, Behoed mij voor den man van geweld, Die mij de voet trachten te lichten,
5(140-6) The proud have hid a snare for me, and cords; they have spread a net by the wayside; they have set gins for me. Selah
5Mij klemmen en strikken durven leggen, Netten spannen langs mijn weg, En een val voor mij zetten.
6(140-7) I have said unto the LORD: 'Thou art my God'; give ear, O LORD, unto the voice of my supplications.
6Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn God, Hoor naar mijn smeken, o Jahweh!
7(140-8) O GOD the Lord, the strength of my salvation, who hast screened my head in the day of battle,
7Jahweh, mijn Heer, Gij zijt mijn machtige Helper, Gij beschut mijn hoofd op de dag van de strijd.
8(140-9) Grant not, O LORD, the desires of the wicked; further not his evil device, so that they exalt themselves. Selah
8Jahweh, laat de opzet der bozen niet slagen, Hun aanslag niet lukken.
9(140-10) As for the head of those that compass me about, let the mischief of their own lips cover them.
9Laat mijn belagers hun hoofd niet verheffen, Maar de vloek van hun eigen lippen ze treffen;
10(140-11) Let burning coals fall upon them; let them be cast into the fire, into deep pits, that they rise not up again.
10Laat het vurige kolen op hen regenen, In kuilen hen vallen, waaruit ze niet opstaan.
11(140-12) A slanderer shall not be established in the earth; the violent and evil man shall be hunted with thrust upon thrust.
11Moge de kwaadspreker geen voorspoed genieten op aarde, Maar onheil den geweldenaar meedogenloos vervolgen!
12(140-13) I know that the LORD will maintain the cause of the poor, and the right of the needy.
12Ik weet, dat Jahweh den ongelukkige recht zal verschaffen, En gerechtigheid aan de armen;
13(140-14) Surely the righteous shall give thanks unto Thy name; the upright shall dwell in Thy presence.
13Dan zullen de vromen uw Naam verheerlijken, De deugdzamen voor uw aangezicht wonen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.