시편
Chapter 88
Korean Bible, 1910 (한국어 …
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1(고라 자손의 찬송 시. 곧 에스라인 헤만의 마스길. 영장으로 마할랏르안놋에 맞춘 노래) 여호와 내 구원의 하나님이여, 내가 주야로 주의 앞에 부르짖었사오니
1Een lied; een psalm van de zonen van Kore. Voor muziekbegeleiding; met de fluit. Een klaag- en leerdicht van Heman, den Ezrachiet. Jahweh, mijn God, overdag roep ik om hulp, En schrei des nachts voor uw aanschijn.
2나의 기도로 주의 앞에 달하게 하시며 주의 귀를 나의 부르짖음에 기울이소서
2Laat mijn gebed voor uw aangezicht dringen; Luister toch naar mijn klagen.
3대저 나의 영혼에 곤란이 가득하며 나의 생명은 음부에 가까왔사오니
3Want mijn ziel is zat van ellende, Mijn leven het rijk der doden nabij;
4나는 무덤에 내려가는 자와 함께 인정되고 힘이 없는 사람과 같으며
4Men telt mij bij hen, die ten grave dalen, Ik ben als een man, aan het eind van zijn kracht.
5사망자 중에 던지운 바 되었으며 살륙을 당하여 무덤에 누운 자 같으니이다 주께서 저희를 다시 기억지 아니하시니 저희는 주의 손에서 끊어진 자니이다
5Ik ben als de doden verstoten, Als lijken, die in het graf zijn gelegd: Aan wie Gij niet langer meer denkt, En die aan uw hand zijn onttrokken.
6주께서 나를 깊은 웅덩이 어두운 곳 음침한 데 두셨사오며
6Gij hebt mij in de diepe grafkuil gestort, In duisternis en in de schaduw des doods;
7주의 노가 나를 심히 누르시고 주의 모든 파도로 나를 괴롭게 하셨나이다 (셀라)
7Uw toorn drukt zwaar op mij neer, Al uw golven slaan over mij heen.
8주께서 나의 아는 자로 내게서 멀리 떠나게 하시고 나로 저희에게 가증되게 하셨사오니 나는 갇혀서 나갈 수 없게 되었나이다
8Gij hebt mijn vrienden van mij vervreemd, En ze van mij laten walgen; Ik zit in de knel, en kan er niet uit,
9곤란으로 인하여 내 눈이 쇠하였나이다 여호와여, 내가 매일 주께 부르며 주를 향하여 나의 두 손을 들었나이다
9Mijn oog versmacht van ellende. De ganse dag, Jahweh, roep ik U aan, En strek mijn handen naar U uit:
10주께서 사망한 자에게 기사를 보이시겠나이까 유혼이 일어나 주를 찬송하리이까 ? (셀라)
10Of doet Gij aan de doden nog wonderen, Staan de schimmen soms op, om U te loven?
11주의 인자하심을 무덤에서, 주의 성실하심을 멸망 중에서 선포할 수 있으리이까 ?
11Zal men in het graf van uw goedheid gewagen, Van uw trouw in de afgrond;
12흑암 중에서 주의 기사와, 잊음의 땅에서 주의 의를 알 수 있으리이까 ?
12Zal men in de duisternis uw wondermacht kennen, Uw gerechtigheid in het land van vergeten?
13여호와여, 오직 주께 내가 부르짖었사오니 아침에 나의 기도가 주의 앞에 달하리이다
13Daarom, Jahweh, roep ik U aan, Treedt iedere morgen mijn bede U tegen.
14여호와여, 어찌하여 나의 영혼을 버리시며 어찌하여 주의 얼굴을 내게 숨기시나이까 ?
14Waarom zoudt Gij mij dan verstoten, o Jahweh, En mij uw aanschijn verbergen?
15내가 소시부터 곤란을 당하여 죽게 되었사오며 주의 두렵게 하심을 당할 때에 황망하였나이다
15Van jongsaf ben ik in ellende en zorgen gedompeld, Ik ben radeloos onder de last van uw plagen;
16주의 진노가 내게 넘치고 주의 두렵게 하심이 나를 끊었나이다
16Uw gramschap slaat over mij heen, Uw verschrikkingen overstelpen mij.
17이런 일이 물 같이 종일 나를 에우며 함께 나를 둘렀나이다
17Als water omringen ze mij iedere dag, En sluiten mij helemaal in;
18주께서 나의 사랑하는 자와 친구를 내게서 멀리 떠나게 하시며 나의 아는 자를 흑암에 두셨나이다
18Gij hebt vrienden en makkers van mij vervreemd, En mijn bekenden door mijn ellende.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.