시편
Chapter 73
Korean Bible, 1910 (한국어 …
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1(아삽의 시) 하나님이 참으로 이스라엘 중 마음이 정결한 자에게 선을 행하시나
1Psalm van Asaf. Waarachtig; God is goed voor den rechtvaardige, Jahweh voor de reinen van hart!
2나는 거의 실족할 뻔 하였고 내 걸음이 미끄러질 뻔 하였으니
2Toch waren haast mijn voeten gestruikeld, Mijn schreden bijna uitgegleden!
3이는 내가 악인의 형통함을 보고 오만한 자를 질시하였음이로다
3Want ik was jaloers op de bozen, Omdat ik de voorspoed der zondaars zag;
4저희는 죽는 때에도 고통이 없고 그 힘이 건강하며
4Voor hen toch bestaat er geen lijden, Gezond en vol kracht is hun lijf.
5타인과 같은 고난이 없고 타인과 같은 재앙도 없나니
5Ze hebben geen zorgen als andere mensen, Worden niet als anderen geplaagd;
6그러므로 교만이 저희 목걸이요 강포가 저희의 입는 옷이며
6Daarom hangen ze hoogmoed om als een keten, Bedekt hen geweld als een mantel.
7살찜으로 저희 눈이 솟아나며 저희 소득은 마음의 소원보다 지나며
7De misdaad puilt uit hun vet, Hun hart loopt over van slechte gedachten;
8저희는 능욕하며 악하게 압제하여 말하며 거만히 말하며
8Ze honen en lasteren, En dreigen op hoge toon met geweld.
9저희 입은 하늘에 두고 저희 혀는 땅에 두루 다니도다
9Ze zetten een mond op tegen de hemel, En hun tong gaat zich tegen de aarde te buiten.
10그러므로 그 백성이 이리로 돌아와서 잔에 가득한 물을 다 마시며
10Daarom lopen de dwazen achter hen aan, En slurpen begerig hun woorden op.
11말하기를 하나님이 어찌 알랴 지극히 높은 자에게 지식이 있으랴 하도다
11Ze zeggen: “Hoe zou God er iets van weten, De Allerhoogste er kennis van hebben?”
12볼지어다 ! 이들은 악인이라 항상 평안하고 재물은 더 하도다
12Zie, zo gaat het de zondaars: Ze zijn altijd gelukkig, en hopen zich rijkdommen op!
13내가 내 마음을 정히 하며 내 손을 씻어 무죄하다 한 것이 실로 헛되도다
13Heb ik dan mijn hart vergeefs in reinheid bewaard, En mijn handen in onschuld gewassen:
14나는 종일 재앙을 당하며 아침마다 징책을 보았도다
14De ganse dag word ik geplaagd, Iedere morgen opnieuw geslagen!
15내가 만일 스스로 이르기를 내가 이렇게 말하리라 하였더면 주의 아들들의 시대를 대하여 궤휼을 행하였으리이다
15Dacht ik: Zo wil ik spreken! Dan brak ik de trouw van het geslacht uwer kinderen;
16내가 어찌면 이를 알까 하여 생각한즉 내게 심히 곤란하더니
16Maar als ik ging peinzen, om het te vatten, Dan bleef het een raadsel in mijn oog.
17하나님의 성소에 들어갈 때에야 저희 결국을 내가 깨달았나이다
17Totdat ik in Gods raadsbesluiten drong, En op hun einde ging letten:
18주께서 참으로 저희를 미끄러운 곳에 두시며 파멸에 던지시니
18Ja, Gij hebt ze op een glibberige bodem gezet, Ze gestort in hun eigen verderf!
19저희가 어찌 그리 졸지에 황폐되었는가 놀람으로 전멸하였나이다
19Hoe zijn ze in een oogwenk vernietigd, Verdwenen, in verschrikkelijke rampen vergaan:
20주여, 사람이 깬 후에는 꿈을 무시함같이 주께서 깨신 후에 저희 형상을 멸시하시리이다
20Heer, als een droom, die bij het ontwaken vervliegt, Wiens beeld we bij het opstaan verachten!
21내 마음이 산란하며 내 심장이 찔렸나이다
21Als dus mijn hart nog verbitterd zou zijn, En mijn nieren bleven geprikkeld,
22내가 이같이 우매 무지하니 주의 앞에 짐승이오나
22Dan was ik een dwaas en een zot, Een stuk vee in uw oog.
23내가 항상 주와 함께하니 주께서 내 오른손을 붙드셨나이다
23Want ik blijf altijd bij U, Gij houdt mij bij de rechterhand;
24주의 교훈으로 나를 인도하시고 후에는 영광으로 나를 영접하시리니
24Gij leidt mij naar uw raadsbesluit, En herstelt mij in ere!
25하늘에서는 주 외에 누가 내게 있리요 땅에서는 주 밖에 나의 사모할 자 없나이다
25Wat heb ik toch in de hemel; Ook op aarde verlang ik niets buiten U!
26내 육체와 마음은 쇠잔하나 하나님은 내 마음의 반석이시요 영원한 분깃이시라
26Al bezwijken mijn vlees en mijn hart, God is voor eeuwig de Rots van mijn hart en mijn erfdeel.
27대저 주를 멀리하는 자는 망하리니 음녀 같이 주를 떠난 자를 주께서 다 멸하셨나이다
27Maar die U verlaten, gaan zeker te gronde, Gij vernietigt wie van U afvalt;
28하나님께 가까이 함이 내게 복이라 내가 주 여호와를 나의 피난처로 삼아 주의 모든 행사를 전파하리이다
28Doch mij is het goed, in Gods nabijheid te blijven, En mijn vertrouwen te stellen op Jahweh, mijn Heer!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.