시편
Chapter 104
Korean Bible, 1910 (한국어 …
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1내 영혼아 여호와를 송축하라 여호와 나의 하나님이여, 주는 심히 광대하시며 존귀와 권위를 입으셨나이다
1Halleluja! Loof Jahweh, mijn ziel: Jahweh, mijn God, hoog zijt Gij verheven! Gij hebt U met glorie en luister omkleed,
2주께서 옷을 입음 같이 빛을 입으시며 하늘을 휘장 같이 치시며
2En hult U in het licht als een mantel; Gij spant de hemelen uit als een tent,
3물에 자기 누각의 들보를 얹으시며 구름으로 자기 수레를 삼으시고 바람 날개로 다니시며
3En legt op de wateren uw opperzalen. Gij maakt van de wolken uw wagen, Zweeft op de vleugels van de wind;
4바람으로 자기 사자를 삼으시며 화염으로 자기 사역자를 삼으시며
4Stelt de stormen aan tot uw boden, Laaiend vuur tot uw knechten.
5땅의 기초를 두사 영원히 요동치 않게 하셨나이다
5Gij hebt de aarde op haar pijlers gegrond, Zodat ze voor eeuwig niet wankelt.
6옷으로 덮음같이 땅을 바다로 덮으시매 물이 산들 위에 섰더니
6De Oceaan bedekte haar als een kleed, Nog boven de bergen stonden de wateren:
7주의 견책을 인하여 도망하여 주의 우뢰 소리를 인하여 빨리 가서
7Maar ze namen de vlucht voor uw dreigen, Rilden van angst voor de stem van uw donder;
8주의 정하신 처소에 이르렀고 산은 오르고 골짜기는 내려 갔나이다
8Toen rezen de bergen, en zonken de dalen Op de plaats, die Gij hun hadt bestemd.
9주께서 물의 경계를 정하여 넘치지 못하게 하시며 다시 돌아와 땅을 덮지 못하게 하셨나이다
9Gij hebt ze grenzen gesteld, die ze niet overschreden, Ze mochten niet meer de aarde bedekken;
10여호와께서 샘으로 골짜기에서 솟아나게 하시고 산 사이에 흐르게 하사
10Gij zendt de bronnen in de dalen, En tussen de bergen stromen ze voort;
11들의 각 짐승에게 마시우시니 들나귀들도 해갈하며
11Ze laven al de wilde dieren, En de woudezel lest er zijn dorst;
12공중의 새들이 그 가에서 깃들이며 나무가지 사이에서 소리를 발하는도다
12Daar nestelen de vogels uit de lucht, En fluiten er tussen de struiken.
13저가 가축을 위한 풀과 사람의 소용을 위한 채소를 자라게 하시며 땅에서 식물이 나게 하시고
13Uit uw zalen drenkt Gij de bergen, Door het sap van uw nevel wordt de aarde verzadigd;
14사람의 마음을 기쁘게 하는 포도주와 사람의 얼굴을 윤택케 하는 기름과 사람의 마음을 힘있게 하는 양식을 주셨도다
14Gij laat voor het vee het gras ontspruiten, En het groen voor wat de mensen dient. Gij roept het graan uit de aarde te voorschijn,
15여호와의 나무가 우택에 흡족함이여 곧 그의 심으신 레바논 백향목이로다
15En de wijn, die het hart van de mensen verheugt; Olie, om het gelaat te doen glanzen, Brood, dat het hart van de mensen verkwikt.
16새들이 그 속에 깃을 들임이여 학은 잣나무로 집을 삼는도다
16Jahweh’s bomen drinken zich vol, De Libanon-ceders, die Hij heeft geplant:
17높은 산들은 산양을 위함이여 바위는 너구리의 피난처로다
17Waar de vogels zich nestelen, In wier toppen de ooievaar woont.
18여호와께서 달로 절기를 정하심이여 해는 그 지는 것을 알도다
18De hoogste bergen zijn voor de gemzen, De klippen een schuilplaats voor bokken.
19주께서 흑암을 지어 밤이 되게 하시니 삼림의 모든 짐승이 기어 나오나이다
19Gij schiept de maan, om de tijd te bepalen, De zon weet, wanneer ze onder moet gaan.
20젊은 사자가 그 잡을 것을 쫓아 부르짖으며 그 식물을 하나님께 구하다가
20Maakt Gij het donker, dan wordt het nacht, En sluipen de wilde beesten rond,
21해가 돋으면 물러가서 그 굴혈에 눕고
21Brullen de leeuwen om buit, En vragen God om hun voedsel.
22사람은 나와서 노동하며 저녁까지 수고하는도다
22De zon gaat op: ze kruipen weg, En leggen zich neer in hun holen;
23여호와여, 주의 하신 일이 어찌 그리 많은지요 주께서 지혜로 저희를 다 지으셨으니 주의 부요가 땅에 가득하니이다
23Maar de mens tijgt aan zijn werk, En aan zijn arbeid tot aan de avond.
24저기 크고 넓은 바다가 있고 그 속에 동물 곧 대소 생물이 무수하니이다
24Hoe ontzaglijk zijn uw werken, o Jahweh: Gij hebt ze allen met wijsheid gewrocht! De aarde is vol van uw schepselen,
25선척이 거기 다니며 주의 지으신 악어가 그 속에서 노나이다
25Niet minder de zee; Die is groot en geweldig, En het wemelt daarin zonder tal: Beesten, kleine en grote,
26이것들이 다 주께서 때를 따라 식물 주시기를 바라나이다
26Monsters trekken er door, Liwjatan dien Gij hebt geschapen, Om er mede te spelen.
27주께서 주신즉 저희가 취하며 주께서 손을 펴신즉 저희가 좋은 것으로 만족하다가
27Allen zien naar U uit, Om voedsel, elk op zijn tijd.
28주께서 낯을 숨기신즉 저희가 떨고 주께서 저희 호흡을 취하신즉 저희가 죽어 본 흙으로 돌아가나이다
28Geeft Gij het: ze eten het op; Gij opent uw hand: ze worden van het goede verzadigd.
29주의 영을 보내어 저희를 창조하사 지면을 새롭게 하시나이다
29Maar verbergt Gij uw aanschijn: Ze verstarren van schrik; Gij ontneemt hun de adem: Ze sterven en keren terug tot hun stof.
30여호와의 영광이 영원히 계속할지며 여호와는 자기 행사로 인하여 즐거워하실지로다
30Maar Gij zendt weer uw geest: en ze worden geschapen, En Gij vernieuwt het aanschijn der aarde!
31저가 땅을 보신즉 땅이 진동하며 산들에 접촉하신즉 연기가 발하도다
31Eeuwig dure de glorie van Jahweh, En blijve Jahweh Zich in zijn werken verheugen;
32나의 평생에 여호와께 노래하며 나의 생존한 동안 내 하나님을 찬양하리로다
32Hij, die de aarde beziet: en ze beeft; Die de bergen aanraakt: ze roken!
33나의 묵상을 가상히 여기시기를 바라나니 나는 여호와로 인하여 즐거워하리로다
33Heel mijn leven zal ik zingen voor Jahweh, Mijn God blijven loven, zolang ik besta!
34죄인을 땅에서 소멸하시며 악인을 다시 있지 못하게 하실지로다 내 영혼이 여호와를 송축하라 할렐루야
34Moge mijn zang Hèm behagen, En ìk mij in Jahweh verblijden;
no verse 35 in this text
35Maar mogen de zondaars van de aarde verdwijnen, En de goddelozen niet blijven bestaan! Loof Jahweh, mijn ziel!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.