시편
Chapter 38
Korean Bible, 1910 (한국어 …
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1(다윗의 기념케 하는 시) 여호와여, 주의 노로 나를 책하지 마시고 분노로 나를 징계치 마소서
1Van David; bij het herinneringsoffer. Jahweh, tuchtig mij niet in uw toorn, Kastijd mij niet in uw gramschap:
2주의 살이 나를 찌르고 주의 손이 나를 심히 누르시나이다
2Want uw pijlen hebben mij getroffen, Uw hand drukt zwaar op mij neer.
3주의 진노로 인하여 내 살에 성한 곳이 없사오며 나의 죄로 인하여 내 뼈에 평안함이 없나이다
3Er is geen gezonde plek aan mijn vlees om uw toorn, Niets gaafs aan mijn gebeente om mijn zonden;
4내 죄악이 내 머리에 넘쳐서 무거운 짐 같으니 감당할 수 없나이다
4Want mijn misdaden stapelen zich op mijn hoofd, En drukken mij neer als een loodzware last.
5내 상처가 썩어 악취가 나오니 나의 우매한 연고로소이다
5Mijn wonden stinken en dragen Om mijn verdwazing;
6내가 아프고 심히 구부러졌으며 종일토록 슬픈 중에 다니나이다
6Ik ga gebukt en geknakt, Loop heel de dag maar treurend rond.
7내 허리에 열기가 가득하고 내 살에 성한 곳이 없나이다
7Mijn lenden zijn aan alle kanten ontstoken, Geen gezonde plek aan mijn vlees;
8내가 피곤하고 심히 상하였으매 마음이 불안하여 신음하나이다
8Ik ben uitgeput en gebroken, En snik het uit door het gekerm van mijn hart.
9주여 나의 모든 소원이 주의 앞에 있사오며 나의 탄식이 주의 앞에 감추이지 아니하나이다
9Heer, al mijn jammeren is U bekend, Mijn zuchten voor U niet verborgen;
10내 심장이 뛰고 내 기력이 쇠하여 내 눈의 빛도 나를 떠났나이다
10Wild bonst mijn hart, de kracht ontzinkt mij, Zelfs het licht van mijn ogen is heen.
11나의 사랑하는 자와 나의 친구들이 나의 상처를 멀리하고 나의 친척들도 멀리 섰나이다
11Mijn vrienden en makkers keren zich af om mijn plagen, En mijn verwanten staan op een afstand te spotten;
12내 생명을 찾는 자가 올무를 놓고 나를 해하려는 자가 괴악한 일을 말하여 종일토록 궤계를 도모하오나
12Die mijn leven belagen en mijn ongeluk zoeken, Bespreken mijn val, en belasteren mij de hele dag.
13나는 귀먹은 자 같이 듣지 아니하고 벙어리 같이 입을 열지 아니하오니
13Maar ik ben als een dove, die het niet hoort, Als een stomme, die zijn mond niet opent,
14나는 듣지 못하는 자 같아서 입에는 변박함이 없나이다
14Als een man, die niet luistert, En wiens mond geen antwoord meer weet.
15여호와여, 내가 주를 바랐사오니 내 주 하나님이 내게 응락하시리이다
15Neen, Jahweh, ik verlaat mij op U: Antwoord Gij, mijn Heer en mijn God;
16내가 말하기를 두렵건대 저희가 내게 대하여 기뻐하며 내가 실족할 때에 나를 향하여 망자존대할까 하였나이다
16Want ik vrees, dat men zich vrolijk over mij maakt, Een grote mond tegen mij zet, nu mijn voeten wankelen.
17내가 넘어지게 되었고 나의 근심이 항상 내 앞에 있사오니 내 죄악을 고하고 내 죄를 슬퍼함이니이다
17Ja, ieder ogenblik dreig ik te vallen, Mijn ellende staat mij steeds voor de geest;
18내 원수가 활발하며 강하고 무리하게 나를 미워하는 자가 무수하오며
18Want ik moet wel mijn misdaad bekennen, En bekommerd zijn over mijn schuld.
19또 악으로 선을 갚는 자들이 내가 선을 좇는 연고로 나를 대적하나이다
19En machtig zijn ook, die zonder reden mijn vijanden zijn, Talrijk, die mij onverdiend haten,
20여호와여, 나를 버리지 마소서 나의 하나님이여, 나를 멀리하지 마소서
20Die goed vergelden met kwaad, Mij ondanks mijn beste bedoeling bestrijden.
no verse 21 in this text
21Jahweh, verlaat mij dus niet; Mijn God, blijf niet verre van mij!
no verse 22 in this text
22Kom mij spoedig te hulp, Mijn Heer en mijn Heil!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.