Псальма 38
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Псальма Давидова на спомин. Господи, не картай мене в гнїві твому, не карай у досадї твоїй.
1Van David; bij het herinneringsoffer. Jahweh, tuchtig mij niet in uw toorn, Kastijd mij niet in uw gramschap:
2Бо стріли твої прошибли мене, і рука твоя спустилась на мене.
2Want uw pijlen hebben mij getroffen, Uw hand drukt zwaar op mij neer.
3Нема здорового місця на моїм тїлї задля гнїву твого; нема спокою в костях моїх задля гріха мого.
3Er is geen gezonde plek aan mijn vlees om uw toorn, Niets gaafs aan mijn gebeente om mijn zonden;
4Бо несправедливостї мої спали на голову мою, як тягарь великий, вони затяжкі для мене.
4Want mijn misdaden stapelen zich op mijn hoofd, En drukken mij neer als een loodzware last.
5Смердять, гниють рани мої задля нерозуму мого.
5Mijn wonden stinken en dragen Om mijn verdwazing;
6Я скорчився, над міру зігнувся; сумуючи, цїлий день похожаю.
6Ik ga gebukt en geknakt, Loop heel de dag maar treurend rond.
7Бо стегна мої ранами зовсїм покриті, і нема здорового місця на тїлї моїм.
7Mijn lenden zijn aan alle kanten ontstoken, Geen gezonde plek aan mijn vlees;
8Я знемігся і занепав надто, я ридаю від жалю серця мого.
8Ik ben uitgeput en gebroken, En snik het uit door het gekerm van mijn hart.
9Господи, перед тобою все бажаннє моє, і зітханнє моє не є перед тобою закрите.
9Heer, al mijn jammeren is U bekend, Mijn zuchten voor U niet verborgen;
10Серце моє бьється, опустила мене моя сила, і сьвітло очей моїх, вже й його нема в мене.
10Wild bonst mijn hart, de kracht ontzinkt mij, Zelfs het licht van mijn ogen is heen.
11Мої други й побратими мої оддалеки стали від нужди моєї; і родина моя стоїть оподаль.
11Mijn vrienden en makkers keren zich af om mijn plagen, En mijn verwanten staan op een afstand te spotten;
12А ті, що наважили на життє моє, заставили сїла для мене; і ті, що бажають нещастя мого, говорять, як зробити менї пакість, вони цїлий день про зраду міркують.
12Die mijn leven belagen en mijn ongeluk zoeken, Bespreken mijn val, en belasteren mij de hele dag.
13Я ж, як глухий, не чую, і як нїмий, що уст своїх не отворить.
13Maar ik ben als een dove, die het niet hoort, Als een stomme, die zijn mond niet opent,
14Я став, як чоловік, що не чує, в котрого устах нема оправдання.
14Als een man, die niet luistert, En wiens mond geen antwoord meer weet.
15Бо на тебе, Господи, надїюся; ти даси відповідь, Господи, Боже мій.
15Neen, Jahweh, ik verlaat mij op U: Antwoord Gij, mijn Heer en mijn God;
16Бо я сказав: Ой, щоб вони не втїшались надо мною! Як я спотикнуся, вони величаються проти мене!
16Want ik vrees, dat men zich vrolijk over mij maakt, Een grote mond tegen mij zet, nu mijn voeten wankelen.
17Я бо мало що не кульгаю, і біль мій все передо мною.
17Ja, ieder ogenblik dreig ik te vallen, Mijn ellende staat mij steeds voor de geest;
18Бо я виявляю несправедливість мою; я зажурився задля гріха мого.
18Want ik moet wel mijn misdaad bekennen, En bekommerd zijn over mijn schuld.
19Мої ж вороги жиють, набрали сили, і багацько їх, що ненавидять мене без причини.
19En machtig zijn ook, die zonder reden mijn vijanden zijn, Talrijk, die mij onverdiend haten,
20І хто злом оддячує добро, ті проти мене, я бо про добро дбаю.
20Die goed vergelden met kwaad, Mij ondanks mijn beste bedoeling bestrijden.
21Не опусти мене, Господи, Боже мій, будь недалеко від мене.
21Jahweh, verlaat mij dus niet; Mijn God, blijf niet verre van mij!
22Спіши на поміч менї, Господи, мій спасителю!
22Kom mij spoedig te hulp, Mijn Heer en mijn Heil!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.