Psalms
Chapter 38
King James Version with …
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
King James Version with Apocrypha
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1O LORD , rebuke me not in thy wrath: neither chasten me in thy hot displeasure.
1Van David; bij het herinneringsoffer. Jahweh, tuchtig mij niet in uw toorn, Kastijd mij niet in uw gramschap:
2For thine arrows stick fast in me, and thy hand presseth me sore.
2Want uw pijlen hebben mij getroffen, Uw hand drukt zwaar op mij neer.
3There is no soundness in my flesh because of thine anger; neither is there any rest in my bones because of my sin.
3Er is geen gezonde plek aan mijn vlees om uw toorn, Niets gaafs aan mijn gebeente om mijn zonden;
4For mine iniquities are gone over mine head: as an heavy burden they are too heavy for me.
4Want mijn misdaden stapelen zich op mijn hoofd, En drukken mij neer als een loodzware last.
5My wounds stink and are corrupt because of my foolishness.
5Mijn wonden stinken en dragen Om mijn verdwazing;
6I am troubled; I am bowed down greatly; I go mourning all the day long.
6Ik ga gebukt en geknakt, Loop heel de dag maar treurend rond.
7For my loins are filled with a loathsome disease: and there is no soundness in my flesh.
7Mijn lenden zijn aan alle kanten ontstoken, Geen gezonde plek aan mijn vlees;
8I am feeble and sore broken: I have roared by reason of the disquietness of my heart.
8Ik ben uitgeput en gebroken, En snik het uit door het gekerm van mijn hart.
9Lord, all my desire is before thee; and my groaning is not hid from thee.
9Heer, al mijn jammeren is U bekend, Mijn zuchten voor U niet verborgen;
10My heart panteth, my strength faileth me: as for the light of mine eyes, it also is gone from me.
10Wild bonst mijn hart, de kracht ontzinkt mij, Zelfs het licht van mijn ogen is heen.
11My lovers and my friends stand aloof from my sore; and my kinsmen stand afar off.
11Mijn vrienden en makkers keren zich af om mijn plagen, En mijn verwanten staan op een afstand te spotten;
12They also that seek after my life lay snares for me: and they that seek my hurt speak mischievous things, and imagine deceits all the day long.
12Die mijn leven belagen en mijn ongeluk zoeken, Bespreken mijn val, en belasteren mij de hele dag.
13But I, as a deaf man , heard not; and I was as a dumb man that openeth not his mouth.
13Maar ik ben als een dove, die het niet hoort, Als een stomme, die zijn mond niet opent,
14Thus I was as a man that heareth not, and in whose mouth are no reproofs.
14Als een man, die niet luistert, En wiens mond geen antwoord meer weet.
15For in thee, O LORD , do I hope: thou wilt hear, O Lord my God.
15Neen, Jahweh, ik verlaat mij op U: Antwoord Gij, mijn Heer en mijn God;
16For I said, Hear me , lest otherwise they should rejoice over me: when my foot slippeth, they magnify themselves against me.
16Want ik vrees, dat men zich vrolijk over mij maakt, Een grote mond tegen mij zet, nu mijn voeten wankelen.
17For I am ready to halt, and my sorrow is continually before me.
17Ja, ieder ogenblik dreig ik te vallen, Mijn ellende staat mij steeds voor de geest;
18For I will declare mine iniquity; I will be sorry for my sin.
18Want ik moet wel mijn misdaad bekennen, En bekommerd zijn over mijn schuld.
19But mine enemies are lively, and they are strong: and they that hate me wrongfully are multiplied.
19En machtig zijn ook, die zonder reden mijn vijanden zijn, Talrijk, die mij onverdiend haten,
20They also that render evil for good are mine adversaries; because I follow the thing that good is .
20Die goed vergelden met kwaad, Mij ondanks mijn beste bedoeling bestrijden.
21Forsake me not, O LORD : O my God, be not far from me.
21Jahweh, verlaat mij dus niet; Mijn God, blijf niet verre van mij!
22Make haste to help me, O Lord my salvation.
22Kom mij spoedig te hulp, Mijn Heer en mijn Heil!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.