Псальма 50
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Асафова псальма. Всемогущий Бог, Господь, прорік і кликнув на землю від сходу сонця до його заходу.
1Een psalm van Asaf. De God der goden, Jahweh, spreekt en roept tot de aarde Van de opgang tot de ondergang der zon!
2Із Сиона звершеної красоти засияв Бог.
2Van Sion, de kroon der schoonheid, straalt God zijn heerlijkheid uit:
3Бог наш прийде, і не буде мовчати; перед ним огонь пожираючий, кругом него сильна буря.
3Hij komt, onze God, en zwijgt niet meer! Verterend vuur gaat voor Hem uit, De stormwind woedt om Hem heen!
4Кличе він небо і землю на суд народу свого:
4Hij nodigt de hemelen uit, daarboven, En de aarde, om zijn volk te richten:
5Зберіть менї праведних моїх, що над жертвою приняли завіт мій.
5“Brengt Mij mijn getrouwen bijeen, Die door offers het Verbond met Mij sloten!”
6І небеса звіщають справедливість його; Бог бо сам суддя,
6En de hemelen verkondigen zijn gerechtigheid; Want God begint het gericht.
7Слухай, народе мій, я буду говорити; Ізраїлю, я буду сьвідчити проти тебе! Я Бог, твій Бог!
7Hoor, mijn volk, en laat Mij spreken; Het u betuigen, Israël: Ik Jahweh, uw God:
8Не за жертви твої буду тебе докоряти, нї за жертви всепалення; вони все передо мною.
8Niet om uw offers spreek Ik u vrij, Of om uw brandoffers, Mij zonder ophouden gebracht.
9Не прийму телят із дому твого, козлів із отар твоїх.
9Neen, Ik heb den stier uit uw stallen niet nodig, En geen bokken uit uw kooien.
10Бо моя вся зьвірина в дібровах, зьвірє на тисяч горах.
10Want Mij behoren alle dieren in het woud, Het vee en het wild op de bergen;
11Знаю я усе птаство в горах, та й дичина по полях — моя.
11Ik ken alle vogels in de lucht, Van Mij is wat zich beweegt op het veld.
12Коли б я зголоднїв, нїчого б казати тобі; бо моя вселенна й достатки її.
12Had Ik honger, Ik behoefde het ú niet te zeggen, Want Mij behoort de aarde met wat ze bevat.
13Хиба ж їм я мясо биків, і пю кров козлячу?
13Of zou Ik soms stierenvlees eten, En bokkenbloed drinken?
14Жертвуй Богу хвалу, і віддай Всевишньому обіти твої!
14Neen, breng als uw offer een loflied aan God, Onderhoud uw geloften, den Allerhoogste gebracht,
15І клич мене в день тїсноти; я визволю тебе, і ти прославиш мене.
15En roep Mij aan in tijden van nood: Dan zal Ik u redden, en gij zult Mij eren.
16До грішника ж говорить Бог: Чого ти говориш про устави мої, і носиш в устах твоїх завіт мій?
16Hoe waagt gij het, over mijn geboden te spreken, En uw mond vol te hebben van mijn Verbond,
17Ти ж зненавидїв докір, і кинув слова мої позад себе.
17Terwijl gij toch de tucht veracht, En mijn woord in de wind slaat?
18Бачив ти злодїя, то й радо приставав до його, і з перелюбниками ти накладав;
18Ziet gij een dief, gij loopt terstond met hem mee, En met echtbrekers gaat gij vriendschappelijk om.
19Губам твоїм дав ти волю до злого, а язиком твоїм ковав зраду.
19Uw mond vloeit over van boosheid, En uw tong weeft bedrog;
20Ти сидїв там і виговорював проти брата твого, ти кидав безчесть на сина матері твоєї.
20Gij spreekt schande over uw broeder, En werpt smaad op den zoon van uw moeder.
21Таке ти творив і я мовчав; ти думав, я рівня тобі. Я покараю тебе, і перед очі твої поставлю гріхи твої.
21Dit hebt gij gedaan; en omdat Ik bleef zwijgen, Dacht gij nog: Ik ben niet beter dan gij. Daarom waarschuw Ik u, En breng het u onder het oog.
22Зрозумійте ж се, ви, що забули Бога, ато зловлю вас, і нїхто не спасе вас.
22Godvergetenen, neemt het ter harte; Anders verscheur Ik u, en er is niemand, die u zal redden!
23Хто жертвує хвалу, прославляє мене, і хто справляє дорогу, тому дам побачити спасеннє Боже.
23Wie een loflied offert, eert Mij waarachtig, En wie deugdzaam leeft, hem toon Ik Gods heil!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.