Псальма
Chapter 44
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Псальма 44

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Проводиреві хора: Синам Корея в науку. Боже, ми чули слухами нашими, батьки наші розказували нам про велике дїло, що зробив єси за часів їх, в давні давна.
1Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een leerdicht. O God, wij hebben het met eigen oren gehoord, Onze vaderen hebben het ons verteld, Wat Gij gedaan hebt in hun dagen, Met eigen hand in vroeger tijd.
2Ти вигнав народи рукою твоєю, а їх осадив; знищив народи, а їх розмножив.
2Naties hebt Gij uitgeroeid om hèn te planten, Volkeren geveld, om hèn te doen groeien.
3Не мечем бо своїм вони землю забрали, і не їх рука спасла їх, а твоя правиця і твоє рамя, і сьвітло лиця твого; ти бо вподобав їх.
3Neen, niet met hun zwaard namen zij bezit van het Land, Niet hun arm bracht hun zege: Maar het was uw rechterhand en uw arm En het licht van uw aanschijn, omdat Gij ze lief hadt.
4Ти сам єси царь мій, о Боже; звели спасеннє Якова!
4Gij waart het, mijn Koning en God, Die Jakob de zege verleende;
5Через тебе побьємо гнобителїв наших; через імя твоє розтопчемо тих, що проти нас встали.
5Met úw hulp sloegen wij onze vijanden neer, Door úw Naam trapten wij onze haters tegen de grond;
6Не вповаю бо на лука мого, і не спасе мене меч мій.
6Neen, ik heb niet vertrouwd op mijn boog, En mijn zwaard kon de zege niet schenken.
7Ти бо спасаєш нас від гнобителїв наших і посоромляєш ненавидників наших.
7Maar Gij hebt ons van onze verdrukkers verlost, En onze haters te schande gemaakt;
8Богом хвалимося цїлий день, і імя твоє будем прославляти по віки.
8In God mochten we steeds blijven roemen, En uw Naam in eeuwigheid prijzen!
9А тепер ти нас відкинув і засоромив, і не виступив з військами нашими.
9Maar nú hebt Gij ons verstoten, ons te schande gemaakt, En trekt niet meer met onze heirscharen op;
10Ти допустив, щоб ми назад ступали перед гонительом, а ненавидники наші щоб нас для себе рабували.
10Gij laat ons vluchten voor onze verdrukkers, En onze haters roven ons leeg!
11Віддав єси нас, неначе вівцї на жир, і розсипав нас між народи.
11Gij levert ons als slachtvee uit, En verstrooit ons onder de naties;
12Продав єси народ твій без користї, не поставивши за його цїни високої.
12Verkoopt uw volk voor een spotprijs, En geeft het bijna voor niet!
13Ти віддав нас на погорду сусїдам нашим, на сьміховиско і наругу тим, що кругом нас.
13Gij maakt ons tot smaad onzer buren, Tot spot en hoon voor die ons omringen;
14Зробив нас поговоркою між народами, щоб люде хитали головами.
14Gij laat de heidenen over ons schimpen, De volkeren meewarig het hoofd over ons schudden.
15Цїлий день передо мною мій сором, і встид лиця мого покрив мене,
15Mijn schande staat mij altijd voor ogen, En de schaamte bedekt mijn gelaat,
16Задля голосу ругателя і хулителя, задля ворога і мстителя.
16Om de praatjes van schimper en spotter, Om de blik van vijand en hater.
17Се все впало на нас, та ми не забули тебе, і не спроневірились завіту твому.
17En dit alles trof ons, ofschoon wij U niet hebben vergeten, En uw Verbond niet hebben verbroken.
18Не відвернулось серце наше, і не зійшли стопи наші з дороги твоєї;
18Ons hart is niet afvallig geworden, Onze schreden dwaalden niet af van uw pad;
19Хоч ти розтер нас на місцї людожерів, і покрив нас тїнню смертї.
19Toch hebt Gij ons naar het oord der jakhalzen verwezen, En ons met de schaduw des doods overdekt.
20Коли б ми забули імя Бога нашого і простягли руки наші до бога чужого.
20Of, hadden wij de Naam van onzen God soms vergeten, Onze handen naar vreemde goden geheven:
21То чи не провідав би се Бог? Знає бо він тайни серця.
21Zou God het misschien niet hebben geweten, Hij, die de hartsgeheimen doorgrondt?
22Але ж задля тебе вбивають нас цїлий день, вважають нас, як овечок на зарізь.
22Neen, om Uwentwil blijft men ons wurgen, En worden wij als slachtvee behandeld!
23Пробудися! Чого спиш, Господи? Встань, не відкидай нас на віки.
23Sta op dan; waarom zoudt Gij slapen, o Heer! Ontwaak; blijf ons niet altijd verstoten!
24Чого закриваєш лице твоє, забуваєш за горе наше і тїсноту нашу.
24Waarom zoudt Gij uw aanschijn verbergen, Onze nood en ellende vergeten?
25Бо душа наша кинута між порохи а черево наше до землї прилипло.
25Want onze ziel ligt gebukt in het stof, En ons lichaam kleeft vast aan de grond.
26Встань на поміч нам, і спаси нас задля милосердя твого!
26Sta op, ons te hulp! Red ons om wille van uw genade!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.