Псальма 91
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Хто під покровом Всевишнього, той буде в тїнї Всемогучого.
1Wie onder de hoede van den Allerhoogste verblijft, En in de schaduw van den Almachtige woont,
2Я кажу до Господа: Ти моя пристань і твердиня, мій Бог, на його вповати буду.
2Mag zeggen tot Jahweh: “Mijn toevlucht en sterkte, Mijn God, op wien ik vertrouw!”
3Він бо спасе тебе від сїла птахоловця і від чуми погибельної.
3Want Hij behoedt u voor de strik van den jager, En voor de verraderlijke kuil;
4І закриє тебе покровом своїм, ти знайдеш притулок під крилами його; щитом і тарчею буде правда його.
4Hij zal met zijn vleugelen u dekken, En onder zijn wieken vindt gij een schuilplaats.
5Не злякаєшся перед страхом серед ночі, перед стрілою, що в день летить.
5Gij hebt de verschrikkingen van de nacht niet te vrezen, Geen pijl, die vliegt overdag;
6Перед чумою, що в темряві ходить, перед заразою, що в день нївечить.
6Geen pest, die in de duisternis rondsluipt, Geen besmetting, die ‘s middags haar verwoestingen aanricht.
7Тисяча впаде коло тебе, і десять тисячей правобіч від тебе, — тебе ж не займе.
7Al vallen er duizend aan uw zijde, Tienduizend aan uw rechterhand, U treffen ze niet; Zijn trouw is een schild en een pantser!
8Тілько будеш позирати очима твоїми і помсту над беззаконними бачити.
8Ja, met eigen ogen zult gij het zien, En de vergelding der bozen aanschouwen;
9Ти бо Господа всевишнього, мою пристань, взяв собі за оселю.
9Want úw toevlucht is Jahweh, Den Allerhoogste hebt gij u tot beschermer gekozen.
10Так, не постигне тебе жадне нещастє, і жадне лихо не приблизиться до шатра твого:
10Geen onheil zal u dus treffen, Geen plaag uw tenten bereiken;
11Бо він ангелам своїм звелить над тобою, берегти тебе на всїх дорогах твоїх.
11Want Hij zal voor u zijn engelen ontbieden, Om u op al uw wegen te hoeden.
12На руках понесуть тебе, щоб нога твоя не спотикнулась о камінь.
12Zij zullen u op de handen dragen, Opdat gij aan geen steen uw voeten zult stoten;
13На левів і зміїв будеш наступати, левчуків і гадюк ти розтопчеш.
13Op slang en adder zult gij treden, Leeuwenwelp en draak vertrappen.
14Він любить мене, за те збавлю його; поставлю його на місцї певному, він бо знає імя моє.
14“Omdat hij Mij liefheeft, zal Ik hem redden, En omdat hij mijn Naam kent, hem beschermen; Roept hij Mij aan, Dan antwoord Ik hem.”
15Покличе мене, і озвуся, буду коло него в тїснотї; вислобоню його і прославлю.
15Ik zelf sta hem bij in de nood; Ik red hem en herstel hem in ere:
16Довгий вік йому дарую і дам побачити спасеннє моє.
16Lengte van dagen zal Ik hem schenken, En hem mijn heil doen aanschouwen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.