Псалтырь

Old Testament

New Testament

Chapter 89
Synodal Translation (Син…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Молитва Моисея, человека Божия.
1Een leerdicht van Etan, den Ezrachiet. Uw genade, o Jahweh, wil ik eeuwig bezingen, Uw trouw verkonden van geslacht tot geslacht!
2Господи! Ты нам прибежище в род и род.
2Want Gij hebt gesproken: Mijn genade duurt eeuwig, Mijn trouw staat als de hemel onwankelbaar vast.
3Прежде нежели родились горы, и Ты образовал землю и вселенную, и от века и до века Ты - Бог.
3Ik heb een verbond met mijn uitverkorene gesloten, Een eed gezworen aan David, mijn dienaar:
4Ты возвращаешь человека в тление и говоришь: “возвратитесь, сыны человеческие!”
4Voor eeuwig zal Ik uw nazaat behouden, Uw troon doen staan van geslacht tot geslacht!
5Ибо пред очами Твоими тысяча лет, как день вчерашний, когда он прошел, и как стража в ночи.
5De hemelen loven uw wondermacht, Jahweh, En uw trouw in de gemeenschap der heiligen;
6Ты как наводнением уносишь их; они - как сон, как трава, которая утром вырастает, утром цветет и зеленеет, вечером подсекается и засыхает;
6Want wie in de wolken kan zich meten met Jahweh, Wie van Gods zonen is aan Jahweh gelijk?
7ибо мы исчезаем от гнева Твоего и от ярости Твоей мы в смятении.
7Geweldig is God in de gemeenschap der heiligen, Machtig, ontzaglijk boven allen om Hem heen!
8Ты положил беззакония наши пред Тобою и тайное наше пред светом лица Твоего.
8God der heirscharen, Jahweh, wie komt U nabij; Uw almacht en trouw omringen U, Jahweh!
9Все дни наши прошли во гневе Твоем; мы теряем лета наши, как звук.
9Gij beheerst de onstuimige zee, En bedaart de bruisende golven;
10Дней лет наших - семьдесят лет, а при большей крепости - восемьдесят лет; и самая лучшая пора их - труд и болезнь, ибо проходят быстро, и мы летим.
10Gij hebt Ráhab weggetrapt als een kreng, Uw vijanden uiteen gejaagd door uw machtige arm.
11Кто знает силу гнева Твоего, и ярость Твою по мере страха Твоего?
11Van U is de hemel, van U is de aarde; Gij hebt de wereld gegrond met wat ze bevat.
12Научи нас так счислять дни наши, чтобы нам приобрести сердце мудрое.
12Het Noorden en Zuiden, Gij hebt ze geschapen; Tabor en Hermon prijzen uw Naam!
13Обратись, Господи! Доколе? Умилосердись над рабами Твоими.
13Aan U de arm met heldenkracht; Uw hand is sterk, uw rechter verheven.
14Рано насыти нас милостью Твоею, и мы будем радоваться и веселиться во все дни наши.
14Recht en gerechtigheid dragen uw troon, Genade en trouw gaan voor uw aangezicht uit!
15Возвесели нас за дни, в которые Ты поражал нас, за лета, в которые мы видели бедствие.
15Gelukkig het volk, dat nog jubelen kan, En wandelen in het licht van uw aanschijn, o Jahweh;
16Да явится на рабах Твоих дело Твое и на сынах их слава Твоя;
16Dat zich altijd verheugt in uw Naam, En in uw gerechtigheid roemt.
17и да будет благоволение Господа Бога нашего на нас, и в деле рук наших споспешествуй нам, в деле рук наших споспешествуй.
17Want Gij zijt onze heerlijke schutse, Door uw goedheid heft onze hoorn zich omhoog:
no verse 18 in this text
18Want Jahweh is ons tot schild, Israëls Heilige tot Koning!
no verse 19 in this text
19Eens hebt Gij in visioenen gesproken, En tot uw getrouwe gezegd: Ik heb een dapperen strijder gekroond, Hoog verheven een jongeman uit het volk.
no verse 20 in this text
20Ik heb David, mijn dienaar, gevonden, Hem met mijn heilige olie gezalfd;
no verse 21 in this text
21Mijn hand houdt hem vast, En mijn arm zal hem stutten!
no verse 22 in this text
22Geen vijand zal hem bespringen, Geen booswicht benauwen;
no verse 23 in this text
23Ik leg zijn vijanden voor hem neer, En sla zijn haters tegen de grond.
no verse 24 in this text
24Mijn trouw en genade zullen hem steeds vergezellen, Door mijn Naam zal zijn hoorn zich verheffen;
no verse 25 in this text
25Ik leg zijn hand op de zee, Zijn rechter op de rivieren.
no verse 26 in this text
26Hij mag tot Mij roepen: Mijn Vader zijt Gij, Mijn God en de Rots van mijn heil;
no verse 27 in this text
27En Ik zal hem tot eerstgeborene verheffen, Hoog boven de koningen der aarde.
no verse 28 in this text
28Eeuwig zal Ik hem mijn genade behouden, Onverbreekbaar zal mijn verbond met hem zijn:
no verse 29 in this text
29Ik zal zijn geslacht laten duren voor eeuwig, Zijn troon als de dagen des hemels!
no verse 30 in this text
30En mochten zijn zonen mijn wet verzaken, En niet wandelen naar mijn geboden,
no verse 31 in this text
31Mijn voorschriften schenden, Mijn bevel overtreden:
no verse 32 in this text
32Dan zal Ik wel met de roede hun misdaad bestraffen, En met slagen hun schuld,
no verse 33 in this text
33Maar hèm zal Ik mijn gunst niet onthouden, En mijn trouw niet verloochenen.
no verse 34 in this text
34Mijn verbond zal Ik nimmer verbreken, Nooit veranderen wat Ik eens heb gezegd;
no verse 35 in this text
35Bij mijn heiligheid heb Ik het eens en voor altijd gezworen, En nooit breek Ik David mijn woord!
no verse 36 in this text
36Zijn geslacht zal eeuwig bestaan, En zijn troon als de zon voor mijn aanschijn;
no verse 37 in this text
37Als de maan, die stand houdt voor eeuwig, En trouw in de wolken blijft staan.
no verse 38 in this text
38En nu hebt Gij toch uw Gezalfde versmaad en verstoten, Tegen hem uw gramschap ontstoken;
no verse 39 in this text
39Het verbond met uw dienaar verbroken, Zijn kroon vertrapt op de grond.
no verse 40 in this text
40Al zijn wallen hebt Gij geslecht, Zijn vestingen in puin gelegd;
no verse 41 in this text
41Iedereen plundert hem, die er voorbij gaat, En zijn buren spotten met hem.
no verse 42 in this text
42Gij hebt de rechterhand van zijn verdrukkers verhoogd, En al zijn vijanden van blijdschap doen juichen,
no verse 43 in this text
43Doen wijken de kling van zijn zwaard, Hem geen stand doen houden in de strijd.
no verse 44 in this text
44Gij hebt hem van zijn glorie beroofd, Zijn troon ter aarde geworpen;
no verse 45 in this text
45De dagen verkort van zijn jeugdige kracht, En hem met schande bedekt.
no verse 46 in this text
46Hoe lang nog, Jahweh, zult Gij U maar altijd verbergen, En zal uw gramschap laaien als vuur?
no verse 47 in this text
47Bedenk toch, wat het leven is, Hoe vergankelijk Gij den mens hebt gemaakt.
no verse 48 in this text
48Waar leeft de man, die de dood niet zal zien, Zijn leven kan redden uit de klauw van het graf?
no verse 49 in this text
49Heer, waar zijn dan uw vroegere gunsten gebleven, Die Gij David bij uw trouw hadt bezworen?
no verse 50 in this text
50Ach Heer, gedenk toch de smaad van uw dienaar, De hoon der volken, die ik in mijn boezem verkrop,
no verse 51 in this text
51Waarmee uw vijanden schimpen, o Jahweh, En uw Gezalfde tergen bij iedere stap!
no verse 52 in this text
52Gezegend zij Jahweh in eeuwigheid; Amen, Amen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.