Job 17
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Mijn geest gebroken, mijn dagen geblust, Mij rest slechts het graf!
1Дух жизняний мій ослаб, днї мої згасають; гріб передо мною.
2Ben ik niet het mikpunt van spot, Verkwijnt niet mijn oog door de bittere verwijten?
2Та коби вони не кепкували, то й серед їх спорів було б око моє спокійне.
3Stel Uzelf bij U tot borg voor mijl; Wie anders zou voor mij handslag geven?
3О, поручись, заступись за мене сам (Господи) перед собою! бо хто ж би инший ручавсь за мене?
4Want hùn hart hebt Gij voor inzicht gesloten, En daarom steken zij de hand niet uit;
4Їх бо ти серце закрив, розуміти не зможуть; тим і не дозволиш їм гору взяти.
5Men beklaagt het lot van zijn vrienden Terwijl de ogen versmachten van de eigen kinderen;
5Хто призначує другів своїх у добичу собі, у того дїтей очі замеркнуть.
6Men heeft mij tot spreekwoord gemaakt bij de mensen, Ik ben een, wien men in het aangezicht spuwt!
6Він учинив мене приповідкою між людьми й сьміховищем у їх.
7Mijn oog is dof van verdriet, Mijn leden zijn tot een schaduw vervluchtigd!
7Темно від горя в очах моїх, і всї члени мої стали, мов тїнь.
8De braven ontstellen ervan, De onschuldige is jaloers op den boze:
8Здивуються над сим праведні, а невинним стане досадно на лицеміра.
9Moet de rechtvaardige toch zijn weg maar bewandelen, Wie rein van handen is, zijn kracht nog verdubbelen?
9І буде праведник кріпко держатись путя свого, а чистий руками ще більше набірати ме духу.
10En daarom, hoe gij u allen wendt of keert, Een wijze vind ik onder u niet;
10Виступайте ж, усї, приступіть! я не найду мудрого між вами.
11Mijn levensdagen zijn voorbij, Mijn plannen, mijn hartewensen vernield!
11Днї мої вже уплили, думи мої — думи дорогі серцю — вони розбиті.
12Men maakt een dag van de nacht, Van duisternis het morgenlicht!
12Вони ж (муки мої) роблять із ночі день, а з сьвітла темноту.
13Kan ik nog hopen? Het dodenrijk is mijn huis, In de duisternis heb ik mijn leger gespreid;
13Та хоч би я й дожидав в надїї, то все ж таки глибокий гріб — домівка моя; в темряві постелю я постїль собі;
14Tot het graf geroepen: Gij zijt mijn vader, Tot de wormen: Gij zijt mijn moeder en zusters!
14Гроб своїм батьком назву, а червам скажу: ви мати моя й сестра моя.
15Waar is mijn hoop, Mijn geluk, wie kan het ontdekken:
15Де ж тут надїя моя? а чого я дожидаю, хто се побачить?
16Zullen ze met mij in het dodenrijk dalen, Zinken wij samen neer in het stof?
16У глибінь земну зійде вона, ляже спокійно зо мною в порох.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.