Job 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Weer gebeurde het op zekere dag, dat de zonen Gods voor Jahweh verschenen, en dat ook de satan zich in hun midden bevond, en voor Jahweh stond.
1Сталося ж одного дня, що сини Божі прийшли стати перед Господом; та прийшов і Сатана між ними стати перед Господом.
2En Jahweh sprak tot satan: Waar komt ge vandaan? Satan gaf Jahweh ten antwoord: Van een zwerf- en speurtocht over de aarde.
2І спитав Господь Сатану: Звідкіля прийшов єси? Відказав Сатана Господеві й говорить: Я ходив по землї й обійшов її навкруги.
3Jahweh vroeg satan: Hebt ge daarbij gelet op mijn dienaar Job, en hoe er op aarde zijns gelijke niet is: geen zo onberispelijk en rechtschapen, geen die God vreest en het kwaad schuwt, als hij. Nog blijft hij volharden in zijn deugd; tevergeefs hebt ge Mij dus tegen hem opgehitst, om hem tot de bedelstaf te brengen.
3І рече Господь Сатанї: А звернув ти ввагу на раба мого Йова? Другого бо такого нема на землї, такого щирого, справедливого, богобоязливого та щоб так цурався лихого.
4Maar Satan gaf Jahweh ten antwoord: Huid voor huid tenslotte geeft de mens al, wat hij heeft, voor zijn leven.
4І відказав Сатана й промовив: Шкуру за шкуру, а за свою душу оддасть чоловік усе, що має.
5Strek uw hand eens tegen hem uit, en tast hem eens aan in zijn gebeente en vlees: dan vloekt hij U in het aangezicht!
5Просьтягни тільки руку твою й торкнись костей його й тїла його, — чи благословити ме він тебе?
6Daarop sprak Jahweh tot satan: Ge moogt met hem doen, wat ge wilt; maar zijn leven moet ge ontzien.
6І рече Господь Сатанї: Ну, він у руцї твоїй тільки душу (життє) його пощади.
7Zo ging satan van Jahweh heen. Nu sloeg hij Job met kwaadaardige zweren van het hoofd tot de voeten;
7І пійшов Сатана зперед Господа, та вдарив Йова лютою проказою від підошов аж до тїмя.
8en deze moest een potscherf nemen, om er zich mede te krabben. En terwijl hij op de ashoop zat,
8І взяв він черепок, щоб ним скребтись, та й сїв на попелищі (далеко від господи).
9viel zijn vrouw tegen hem uit: Volhardt ge ook nu nog in uw deugd? Blijf God dan zegenen, en sterf!
9І промовила до його жона його: Чи ти ще держати мешся твердо в твоїй праведностї? Занехай Бога й умри.
10Maar hij sprak tot haar: Ge praat als een dwaas! Zouden we wel het goede van God willen aannemen, maar het kwade niet? Dus ondanks dit alles heeft Job zelfs niet met zijn lippen gezondigd.
10Він же промовив до неї: Ти плещеш таке, як яка безумна. Приймали ми добре од Господа, а лихого б то й не приймати? У всьому тому не провинив Йов устами своїми.
11Toen nu de drie vrienden van Job van al de rampen hoorden, die Job hadden getroffen, verlieten zij allen hun woonplaats. Het waren: Elifaz van Teman Bildad van Sjóeach, en Sofar van Naäma. Ze spraken met elkander af, om hem te gaan beklagen en troosten.
11Перечувши три приятелї Йовові про все те нещастє, яке на його впало, пійшли, кожен із свого місця: Елифаз Теманський, Билдад Савхеаський й Зофар Наамський, й зійшлись, щоб пійти разом посумувати з ним і розважити його.
12Maar toen zij op enige afstand de ogen opsloegen, kenden ze hem niet meer terug. Nu begonnen ze hardop te wenen, scheurden hun kleren en strooiden zich as op het hoofd.
12Споглянувши на його віддалеки, не познали його та й заплакали в голос; і роздер кожен одежу на собі, та й почали кидати порох проти неба понад головами своїми.
13En zeven dagen en zeven nachten bleven ze op de grond naast hem zitten, zonder dat iemand een woord tot hem sprak; want ze zagen, hoe vreselijk zijn smart was.
13І седїли вони такенькі біля його на землї сїм день і сїм ночей, й нї один не говорив до його й слова, бачили бо, що біль його був надто великий.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.