Job
Chapter 16
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Job antwoordde, en sprak:
1І відповів Йов і сказав:
2Zulke beweringen heb ik nu al meer dan genoeg gehoord; Gij zijt allemaal onuitstaanbare troosters!
2Чув я доволї такого; гіркі з вас усїх потїшителї!
3Komt er dan nooit een eind aan die bluf, Wat prikkelt u toch, om te praten?
3Чи ти скінчиш вітряну твою мову? і що спонукало тебе таке говорити?
4Ik zou juist eender als gij kunnen spreken, Waart gij in mijn plaats; Mooie woorden tegen u kunnen zeggen, Het hoofd over u kunnen schudden;
4Вмів би й я так, як ви, говорити, як би душа ваша була на місцї душі моєї; й я узброївся б на вас словами й кивав би над вами головою моєю;
5U met de mond kunnen troosten, En met de lippen beklagen.
5Додавав би вам відваги язиком моїм, і рушаннєм губ потїшав би вас.
6Als ik spreek, wordt mijn leed er niet door verminderd; Maar wat komt er van mij, als ik zwijg?
6Та чи я говорю, — не втихає мій смуток; чи перестаю, — він не покидає мене.
7De kwaadwillige zou mij aanstonds weerloos maken En heel zijn bent greep mij aan;
7Бо він отсе вичерпав мене. Ти (Боже) спустошив всю семю мою.
8Mijn lasteraar zou tegen mij getuigen, Tegen mij optreden, mij aanklagen;
8Ти покрив мене морщинами в сьвідоцтво проти мене; знеможілість моя встає проти мене, винуватить мене прилюдно.
9Zijn toorn verscheurt en bestookt mij, Hij knerst de tanden tegen mij! Mijn tegenstanders zouden mij met hun ogen doorboren,
9Гнїв його розриває мене й лютує проти мене, скрегоче на мене зубами своїми; ворогом зиркає на мене очима своїми.
10Hun monden tegen mij opensperren, Smadelijk mij op de wangen slaan, Als één man tegen mij optrekken!
10Роззявили на мене пащі свої; ругаючись, бють мене по щоках; всї змовились на мене.
11Want God levert mij aan deugnieten over, En werpt mij in de handen der bozen;
11Бог віддав мене беззаконникові, й в руки безбожникам кинув мене.
12Ik leefde in vrede: Hij heeft me gebroken, Bij de nek gegrepen en neergesmakt; Hij heeft mij tot zijn doelwit gemaakt,
12Жив я спокоєн собі, а він потряс мене; взяв мене за шию та побив мене й поставив за цїль собі.
13Zijn pijlen snorren om mij heen; Meedogenloos doorboort Hij mijn nieren, En stort mijn gal over de bodem uit.
13Стріли його оточили кругом мене; він сїче нутро моє без пощади, й пролив на землю жовч мою;
14Hij schiet mij de ene bres na de andere, Als een krijgsheld stormt Hij op mij los;
14Пробиває в менї пролом за проломом, пре на мене, як велитень-воїн.
15Ik heb een rouwkleed over mijn huid genaaid, Mijn hoorn in het stof laten zakken;
15Веретище сшив я на тїло моє, й в порох занурив голову мою.
16Mijn gelaat is rood van het wenen, En over mijn wimpers ligt de schaduw des doods.
16Вид мій почервонїв від плачу, а на віях моїх тїнь смертна, —
17Maar omdat er geen geweld aan mijn handen kleeft, Klinkt mijn rein gebed naar omhoog:
17Хоч нема кривди на руках моїх, та й молитва моя чиста.
18Aarde, houd mijn bloed niet bedekt En smoor mijn jammerklacht niet!
18Земле, не закривай крови моєї, й нехай не буде (в тобі) місця жалісному кликові мойму!
19Maar nog leeft mijn Getuige in de hemel, Mijn pleitbezorger in den hoge!
19Та оце сьвідок мій на небесах, і на висотах заступник мій.
20Mijn jammeren dringt door tot God, Mijn oog stort tranen voor zijn aanschijn.
20Многомовні други мої! До Бога проливає сльози око моє.
21O, mocht er een scheidsrechter zijn tussen den mens en God, Als tussen den mens en zijn naaste!
21О, коби то міг чоловік правуватись з Богом, як син людський з ближним своїм!
22Want luttel zijn de jaren, die mij nog resten, Eer ik de weg bewandel, waarlangs men niet terugkeert.
22Та вже доходить мій вік до кінця, й я відходжу в дорогу, якою не вертають.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.