詩篇 3
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1主よ、私の敵はなんと増えたことか。 私に立ち向かう者が多くいる。
1Een psalm van David, bij zijn vlucht voor zijn zoon Absalom. Jahweh, hoe talrijk zijn mijn belagers, Hoe talrijk, die tegen mij opstaan;
2私の魂について、多くの者が言う。 「神 の内に彼の救いはない」と。 セラ。
2Hoe velen, die van mij zeggen: Voor hem geen heil bij zijn God!
3しかし主よ、あなたは私の周りにある盾、 私の栄光であり、私の頭を高く上げてくださる方だ。
3Toch zijt Gij, Jahweh, het schild dat mij dekt, Mijn glorie en trots!
4私は声を上げて主に呼ばわり、 主はその聖なる山から私に答えられる。 セラ。
4Ik behoef maar tot Jahweh te roepen, Dan verhoort Hij mij van zijn heilige berg.
5私は身を横たえて眠った。 私は目を覚ました。主が私を支えてくださるからだ。
5Ik leg mij neer, slaap rustig in, Ontwaak, want Jahweh beschut mij.
6私は数万の人々を恐れない。 彼らが四方から私に陣を敷こうとも。
6Zo vrees ik de duizenden niet, Die van alle kant mij omringen.
7主よ、立ち上がってください。 私の神よ、私を救ってください。 あなたは私のすべての敵の頬骨を打ち、 悪者の歯を打ち砕かれた。
7Sta op dan, Jahweh; Red mij, mijn God! Want Gij slaat al mijn vijanden in het gezicht, Stoot de bozen hun tanden stuk.
8救いは主にある。 あなたの祝福があなたの民の上にありますように。 セラ。
8Bij U, Jahweh, is redding; Op uw volk rust uw zegen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.