詩篇 101
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1私は慈しみと公正を歌う。 主よ、あなたにほめ歌を歌う。
1Een psalm van David. Van vroomheid en recht wil ik zingen, U loven, o Jahweh!
2私は全き道を歩むことに心を配る。 いつ、あなたは私のもとに来てくださるのだろう。 私は全き心をもって、自分の家の中を歩む。
2Op de wandel der vromen gaan dichten: Ach, mocht hij mijn deel zijn! Rein van hart wil ik leven Binnen mijn huis;
3私は卑劣なものを目の前に置かない。 不実な者たちの行いを憎む。 それらが私にまとわりつくことはない。
3Voor mijn ogen niets dulden Wat slecht is. Uitspatting haat ik, En neem er geen deel aan;
4曲がった心を、私から遠ざける。 私は悪に関わらない。
4Een bedorven hart blijft verre van mij, En van kwaad wil ik niets weten.
5隣人をひそかに中傷する者を、私は黙らせる。 高ぶる目と、おごる心を持つ者を、私は容赦しない。
5Wie heimelijk zijn naaste belastert, Doe ik verstommen; De hoogmoedige blik en het trotse hart Kan ik niet uitstaan.
6私の目は、この地の忠実な者たちに注がれる。 彼らが私と共に住むためだ。 全き道を歩む者、 その者が私に仕える。
6Mijn ogen zijn gericht op de getrouwen in het land, Om ze bij mij te doen wonen; En wie een onberispelijk leven leidt, Mag mij dienen.
7欺きを行う者は、私の家の中に住まない。 偽りを語る者は、私の目の前に立つことがない。
7Maar niemand blijft in mijn huis, Die zich schuldig maakt aan bedrog; En wie leugens spreekt, Houdt geen stand voor mijn ogen.
8朝ごとに、私はこの地の悪者をすべて滅ぼし、 悪を行う者を皆、主の都から断ち切る。
8Iedere morgen delg ik Alle boosdoeners uit in den lande; En drijf uit Jahweh’s stad Alle misdadigers weg.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.