詩篇 17
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1主よ、私の正しい訴えを聞いてください。 偽りのない唇から出る私の祈りに耳を傾けてください。
1Gebed van David. Jahweh, hoor naar de stem van het recht, Luister naar mijn smeken; Verhoor mijn gebed, Van eerlijke lippen gevloeid.
2私への判決が、あなたの御前から出ますように。 あなたの目が公正を見つめますように。
2Van uw aanschijn gaat mijn oordeel uit, Uw ogen zien scherp;
3あなたは私の心を調べ、 夜に私を訪れ、 私を試されたが、何も見出されなかった。 私は、口で背かないと決心した。
3Gij peilt mijn hart, doorzoekt het des nachts, Beproeft mij: maar iets verkeerds vindt Gij niet.
4人々の行いについては、あなたの唇の言葉によって、 私は暴力を行う者たちの道から身を守った。
4Ik overtrad uw gebod niet, zoals de mensen dat doen, Maar volbracht het bevel uwer lippen;
5私の歩みはあなたの道に堅く留まり、 私の足は滑らなかった。
5Op het pad uwer wetten heb ik mijn schreden gezet, Mijn voet heeft nooit op uw wegen gewankeld.
6神よ、私はあなたを呼び求める。あなたが答えてくださるからだ。 私に耳を傾け、 私の言葉を聞いてください。
6Nu roep ik tot U; want Gij zult mij verhoren, o God; Luister naar mij, en hoor naar mijn smeken!
7あなたの驚くべき慈しみを示してください。 右の手によって、ご自分に避け所を求める者を敵から救われる方よ。
7Doe wonderen van goedheid, o Redder van die op U hopen, En die op uw rechterhand steunen.
8私を瞳のように守ってください。 あなたの翼の陰に隠してください。
8Behoed mij als de appel van uw oog, Verberg mij in de schaduw uwer vleugelen:
9私を虐げる悪者から、 私を取り囲む命を狙う敵から。
9Voor de bozen, die mij bespringen, Voor mijn vijanden, die mij woedend omringen.
10彼らは無情な心を閉ざし、 その口で高慢に語る。
10Ze hebben hun hart met vet afgesloten, En blijven zwetsen met hun mond;
11今や彼らは、私たちの歩みを取り囲み、 私たちを地に投げ倒そうと目を据えている。
11Ze omsingelen mij, waar ik ook ga, Loerend, om mij ter aarde te werpen.
12彼は獲物を貪ろうとする獅子のよう、 隠れ場にひそむ若い獅子のようである。
12Ze zijn als een leeuw, die hunkert naar buit, Als een leeuwenwelp, dat in hinderlaag ligt.
13主よ、立ち上がり、彼に立ち向かってください。 彼を打ち倒してください。 あなたの剣によって、私の魂を悪者から助け出してください。
13Op, Jahweh, hem tegemoet, stort hem neer, En red mijn ziel van den boze!
14主よ、御手によって、この世の人々から、 受ける分がこの世の命にある人々から、私を助け出してください。 あなたはご自分の大切な者たちの腹を満たされる。 彼らの子らは満ち足り、 その残りを自分の子どもたちに残す。
14Uw zwaard moge ze doden, Jahweh, uw hand ze van de aarde verdelgen! Dit zij hun deel in het leven; En hebt Gij nog meer, vul er hun buik mee; Laat hun zonen er zich aan vergasten, En de rest aan hun kinderen vermaken.
15私は義のうちにあなたの御顔を見るだろう。 目覚めるとき、あなたの御姿を見て満ち足りるだろう。
15Maar laat mij door mijn gerechtigheid uw aanschijn aanschouwen, Mij aan uw glorie verzadigen na het ontwaken!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.