مزامیر 119
Old Persian Version (ترجمه قدیم)Translation
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1خوشابهحال کاملان طریق که به شریعت خداوند سالکند.
1Gelukkig, die onberispelijk zijn in hun wandel, En leven volgens Jahweh’s wet;
2خوشابهحال آنانی که شهادات او را حفظ میکنند و به تمامی دل او را میطلبند.
2Gelukkig, die op zijn vermaningen letten, Hem zoeken met geheel hun hart;
3کج روی نیز نمی کنندو به طریق های وی سلوک مینمایند.
3Zij ook, die geen ongerechtigheid plegen, Maar blijven leven naar zijn woord.
4تووصایای خود را امر فرمودهای تا آنها را تمام نگاه داریم.
4Gij zelf hebt uw bevelen gegeven, Opdat men ze trouw zou volbrengen;
5کاش که راههای من مستحکم شودتا فرایض تو را حفظ کنم.
5Ach, mocht mijn gedrag zo onwankelbaar zijn, Dat ik uw inzettingen trouw onderhield.
6آنگاه خجل نخواهم شد چون تمام اوامر تو را در مد نظر خود دارم.
6Dan zal ik nooit beschaamd komen staan, Als ik het oog richt op al uw geboden;
7تو را به راستی دل حمد خواهم گفت چون داوریهای عدالت تو را آموخته شوم.
7Maar in oprechtheid des harten zal ik U danken, Als ik uw rechtvaardige voorschriften leer.
8فرایض تورا نگاه میدارم. مرا بالکلیه ترک منما.
8Ik houd mij vast aan uw bestel: Verlaat mij dan niet voor altoos!
9به چه چیز مرد جوان راه خود را پاک میسازد؟ به نگاه داشتنش موافق کلام تو.
9Hoe kan een jongeman zijn reinheid bewaren? Door zich te houden aan uw woord!
10به تمامی دل تو را طلبیدم. مگذار که از اوامر توگمراه شوم.
10Ik heb U met heel mijn hart gezocht, Laat mij nooit uw geboden verlaten;
11کلام تو را در دل خود مخفی داشتم که مبادا به تو گناه ورزم.
11Ik bewaar uw bestel in mijn hart, Om nooit te zondigen tegen U.
12ای خداوند تومتبارک هستی فرایض خود را به من بیاموز.
12Geprezen zijt Gij, o Jahweh, Leer mij uw inzettingen kennen;
13به لب های خود بیان کردم تمامی داوری های دهان تو را.
13Dan zal ik met mijn lippen verbreiden Al de voorschriften van uw mond.
14در طریق شهادات تو شادمانم.
14Ik verheug mij over de weg, die uw vermaning mij wees, Meer dan over alle schatten;
15چنانکه در هر قسم توانگری، در وصایای توتفکر میکنم و به طریق های تو نگران خواهم بود.
15Uw bevelen wil ik overwegen, En op uw paden blijven letten;
16از فرایض تو لذت میبرم، پس کلام تو رافراموش نخواهم کرد.
16Ik wil mij aan uw wet verkwikken, En nimmermeer uw woord vergeten!
17به بنده خود احسان بنما تا زنده شوم و کلام تو را حفظ نمایم.
17Laat uw dienstknecht leven, En ik zal uw woord onderhouden;
18چشمان مرا بگشا تا ازشریعت تو چیزهای عجیب بینم.
18Neem de sluier van mijn ogen, Opdat ik de wonderen van uw wet aanschouwe.
19من در زمین غریب هستم. اوامر خود را از من مخفی مدار.
19Al ben ik maar een zwerver op aarde, Verberg mij uw bevelen niet;
20جان من شکسته میشود از اشتیاق داوریهای تو در هر وقت.
20Want mijn ziel wordt verteerd van verlangen Naar uw voorschriften, altijd door.
21متکبران ملعون را توبیخ نمودی، که از اوامر تو گمراه میشوند.
21Gij bedreigt de hoogmoedigen, Vervloekt, die uw geboden verlaat;
22ننگ ورسوایی را از من بگردان، زیرا که شهادات تو راحفظ کردهام.
22Wend dan smaad en hoon van mij af, Want uw vermaningen neem ik ter harte.
23سروران نیز نشسته، به ضد من سخنگفتند. لیکن بنده تو در فرایض تو تفکرمی کند.
23Al spannen ook vorsten tegen mij samen, Uw dienstknecht peinst over uw inzettingen na;
24شهادات تو نیز ابتهاج من و مشورت دهندگان من بودهاند.
24Ja, uw bestel is mij een lust, En mijn berader.
25جان من به خاک چسبیده است. مرا موافق کلام خود زنده ساز.
25Reeds ligt mijn ziel aan het stof gekluisterd: Wek mij ten leven naar uw woord.
26راههای خود را ذکر کردم و مرا اجابت نمودی. پس فرایض خویش را به من بیاموز.
26Mijn leven heb ik U open gelegd: Gij hebt mij gehoord, Leer mij thans uw inzettingen kennen;
27طریق وصایای خود را به من بفهمان و در کارهای عجیب تو تفکر خواهم نمود.
27Onderricht mij, hoe ik naar uw bevelen moet leven, En ik zal uw wonderen vermelden.
28جان من از حزن گداخته میشود. مرا موافق کلام خود برپا بدار.
28Mijn ziel kwijnt weg van ellende: Richt mij naar uw bestel weer op.
29راه دروغ را از من دور کن و شریعت خود را به من عنایت فرما.
29Houd de weg der leugen ver van mij af, En schenk mij genadig uw wet;
30طریق راستی رااختیار کردم و داوریهای تو را پیش خود گذاشتم.
30Ik heb de weg der waarheid gekozen, Uw voorschriften mij voor ogen gesteld.
31به شهادات تو چسبیدم. ای خداوند مرا خجل مساز.
31Ik klamp mij aan uw vermaningen vast, Maak mij niet te schande, o Jahweh;
32در طریق اوامر تو دوان خواهم رفت، وقتی که دل مرا وسعت دادی.
32De weg uwer geboden zal ik bewandelen, Als Gij mijn hart maar verblijdt.
33ای خداوند طریق فرایض خود را به من بیاموز. پس آنها را تا به آخر نگاه خواهم داشت.
33Leer mij, Jahweh, naar uw inzettingen leven, Opdat ik ze ten einde toe onderhoud;
34مرا فهم بده و شریعت تو را نگاه خواهم داشت و آن را به تمامی دل خود حفظ خواهم نمود.
34Geef mij inzicht om uw wet te volbrengen, En met heel mijn hart te beleven;
35مرا در سبیل اوامر خود سالک گردان زیرا که درآن رغبت دارم.
35Laat mij het pad uwer geboden betreden, Want dat is mijn vreugd.
36دل مرا به شهادات خود مایل گردان و نه به سوی طمع.
36Neig mijn hart naar uw vermaningen, En niet naar gewin;
37چشمانم را از دیدن بطالت برگردان و در طریق خود مرا زنده ساز.
37Wend mijn ogen van de ijdelheid af, En laat mij leven naar uw woord.
38کلام خود را بر بنده خویش استوار کن، که به ترس تو سپرده شده است.
38Doe uw bestel aan uw dienstknecht gestand, Dat Gij beschikt hebt voor hen, die U vrezen;
39ننگ مرا که از آن میترسم از من دور کن زیرا که داوریهای تو نیکواست.
39Wentel de smaad, die ik ducht, van mij weg, Want uw voorschriften blijven voortreffelijk.
40هان به وصایای تو اشتیاق دارم. به حسب عدالت خود مرا زنده ساز.
40Zie, ik hunker naar uw bevelen, Laat mij door uw gerechtigheid leven!
41ای خداوند رحمهای تو به من برسد ونجات تو به حسب کلام تو.
41Moge uw genade mijn deel zijn, o Jahweh, En uw heil naar uw bestel;
42تا بتوانم ملامت کننده خود را جواب دهم زیرا بر کلام تو توکل دارم.
42Dan zal ik mijn lasteraars te woord kunnen staan, Want ik vertrouw op uw woord;
43و کلام راستی را از دهانم بالکل مگیرزیرا که به داوریهای تو امیدوارم
43Neem het woord der waarheid niet geheel uit mijn mond, Want ik wacht uw voorschriften af.
44و شریعت تورا دائم نگاه خواهم داشت تا ابدالاباد.
44Uw wet wil ik steeds onderhouden, Voor eeuwig en immer;
45و به آزادی راه خواهم رفت زیرا که وصایای تو را طلبیدهام.
45Dan zal ik ongestoord kunnen leven, Omdat ik naar uw bevelen vraag.
46و در شهادات تو به حضور پادشاهان سخن خواهم گفت و خجل نخواهم شد.
46Zelfs koningen zal ik van uw vermaningen spreken, En mij er nooit over schamen;
47و ازوصایای تو تلذذ خواهم یافت که آنها را دوست میدارم.
47Ik zal mij aan uw geboden verkwikken, Die ik van harte bemin;
48و دستهای خود را به اوامر تو که دوست میدارم بر خواهم افراشت و در فرایض تو تفکر خواهم نمود.
48Tot U zal ik mijn handen verheffen, En uw inzettingen overwegen.
49کلام خود را با بنده خویش به یاد آور که مرا بر آن امیدوار گردانیدی.
49Gedenk het woord, tot uw dienstknecht gesproken, En waarop Gij mijn hoop hebt gesteld;
50این در مصیبتم تسلی من است زیرا قول تو مرا زنده ساخت.
50Dit is mijn troost in mijn ellende, Dat uw bestel mij het leven behoudt.
51متکبران مرا بسیار استهزا کردند، لیکن ازشریعت تو رو نگردانیدم.
51Al bespotten de bozen mij nog zo vijandig, Toch wijk ik niet af van uw wet;
52ای خداوندداوریهای تو را از قدیم به یاد آوردم و خویشتن راتسلی دادم.
52Ik blijf uw aloude voorschriften indachtig, En voel mij er door getroost, o Jahweh;
53حدت خشم مرا درگرفته است، بهسبب شریرانی که شریعت تو را ترک کردهاند.
53Maar gramschap maakt zich van mij meester, Om de zondaars, die uw geboden verlaten.
54فرایض تو سرودهای من گردید، در خانه غربت من.
54Uw inzettingen ruisen als zangen mij tegen In het huis van mijn ballingschap;
55ای خداوند نام تو را در شب به یادآوردم و شریعت تو را نگاه داشتم.
55Des nachts, o Jahweh, gedenk ik uw Naam, En volg uw vermaningen op;
56این بهره من گردید، زیرا که وصایای تو را نگاه داشتم.
56Want dit is mijn plicht: Dat ik uw bevelen volbreng.
57خداوند نصیب من است. گفتم که کلام تو رانگاه خواهم داشت.
57Gij zijt mijn erfdeel, o Jahweh: Ik heb beloofd, uw woord te volbrengen;
58رضامندی تو را به تمامی دل خود طلبیدم. به حسب کلام خود بر من رحم فرما.
58Van ganser harte zoek ik uw aanschijn, Wees mij genadig naar uw bestel.
59در راههای خود تفکر کردم و پایهای خود را به شهادات تو مایل ساختم.
59Ik overleg bij mijzelf, welke weg ik moet gaan, En naar uw vermaningen richt ik mijn schreden;
60شتابیدم ودرنگ نکردم تا اوامر تو را نگاه دارم.
60Ik haast mij, zonder ooit te talmen, Om uw geboden te onderhouden;
61ریسمانهای شریران مرا احاطه کرد، لیکن شریعت تو را فراموش نکردم.
61En al houden mij de strikken der bozen gevangen, Nooit vergeet ik uw wet;
62در نصف شب برخاستم تا تو را حمد گویم برای داوریهای عدالت تو.
62Midden in de nacht sta ik op, Om U voor uw rechtvaardige voorschriften te danken.
63من همه ترسندگانت را رفیق هستم، و آنانی را که وصایای تو را نگاه میدارند.
63Ik ben de vriend van al, die U vreest, En die uw bevelen volbrengt;
64ای خداوند زمین از رحمت تو پر است. فرایض خودرا به من بیاموز.
64De aarde is vol van uw goedheid, o Jahweh, Leer mij maar uw inzettingen kennen.
65با بنده خود احسان نمودی، ای خداوندموافق کلام خویش.
65Gij hebt uw dienstknecht wèl gedaan, O Jahweh, naar uw woord;
66خردمندی نیکو و معرفت را به من بیاموز زیرا که به اوامر تو ایمان آوردم.
66Schenk mij een helder oordeel en inzicht, Want ik heb vertrouwen in uw geboden.
67قبل از آنکه مصیبت را ببینم من گمراه شدم لیکن الان کلام تو را نگاه داشتم.
67Eer ik vernederd werd, dwaalde ik af, Maar nu houd ik mij aan uw bestel;
68تو نیکو هستی و نیکویی میکنی. فرایض خود را به من بیاموز.
68Gij zijt goed en doet wèl: Leer mij dan uw inzettingen kennen.
69متکبران بر من دروغ بستند. و اما من به تمامی دل وصایای تو را نگاه داشتم.
69Onbeschaamden belasteren mij, Want van ganser harte neem ik uw bevelen in acht;
70دل ایشان مثل پیه فربه است. و اما من در شریعت تو تلذذمی یابم.
70Lomp als vet is hun hart, Maar ìk vind mijn vreugd in uw wet;
71مرا نیکو است که مصیبت را دیدم، تافرایض تو را بیاموزم.
71En het was mij goed, te worden vernederd, Om uw vermaningen te leren verstaan;
72شریعت دهان تو برای من بهتر است از هزاران طلا و نقره.
72Want de voorschriften van uw mond schat ik hoger, Dan duizenden in goud en zilver!
73دستهای تو مرا ساخته و آفریده است. مرافهیم گردان تا اوامر تو را بیاموزم.
73Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd, Geef mij ook inzicht, om uw geboden te kennen;
74ترسندگان توچون مرا بینند شادمان گردند زیرا به کلام توامیدوار هستم.
74Dan zien, die U vrezen, met vreugd op mij neer, Omdat ik vertrouw op uw woord.
75ای خداوند دانستهام که داوریهای تو عدل است، و برحق مرا مصیبت دادهای.
75Ik weet, dat uw oordeel rechtvaardig is, Jahweh, En dat Gij mij naar verdienste kastijdt;
76پس رحمت تو برای تسلی من بشود، موافق کلام تو با بنده خویش.
76Maar uw genade zij mij tot troost, Naar uw bestel voor uw knecht;
77رحمت های توبه من برسد تا زنده شوم زیرا که شریعت تو تلذذمن است.
77Uw ontferming dale op mij neer, en doe mij herleven, Want uw wet is mij een verkwikking.
78متکبران خجل شوند زیرا به دروغ مرا اذیت رسانیدند. و اما من در وصایای تو تفکرمی کنم.
78Schande voor de trotsen, die onverdiend mij verdrukken, Daar ik uw bevelen bedenk;
79ترسندگان تو به من رجوع کنند و آنانی که شهادات تو را میدانند.
79Maar mijn vrienden mogen zijn, die U vrezen, En die uw vermaningen kennen;
80دل من در فرایض تو کامل شود، تا خجل نشوم.
80Door uw inzettingen worde mijn hart zonder smet, Zodat ik niet beschaamd hoef te staan.
81جان من برای نجات تو کاهیده میشود. لیکن به کلام تو امیدوار هستم.
81Mijn ziel smacht naar uw heil, Ik vertrouw op uw woord;
82چشمان من برای کلام تو تار گردیده است و میگویم کی مراتسلی خواهی داد.
82Mijn ogen hunkeren naar uw bestel, En vragen: Wanneer brengt Gij mij troost?
83زیرا که مثل مشک در دودگردیدهام. لیکن فرایض تو را فراموش نکردهام.
83Al ben ik als een leren zak in de rook, Toch vergeet ik uw inzettingen niet.
84چند است روزهای بنده تو؟ و کی بر جفاکنندگانم داوری خواهی نمود؟
84Ach, hoelang zal uw dienstknecht nog leven, En wanneer voltrekt Gij aan mijn vervolgers uw oordeel?
85متکبران برای من حفرهها زدند زیرا که موافق شریعت تونیستند.
85Onbeschaamden hebben mij kuilen gegraven, Want ze leven niet naar uw wet.
86تمامی اوامر تو امین است. بر من ناحق جفا کردند. پس مرا امداد فرما.
86Al uw geboden zijn waarachtig, Maar men vervolgt mij met leugens: Ach kom mij te hulp;
87نزدیک بود که مرا از زمین نابود سازند. اما من وصایای تو را ترک نکردم.
87Men had mij haast van de aarde verdelgd, Toch had ik mij niet aan uw bevelen onttrokken;
88به حسب رحمت خود مرا زنده ساز تاشهادات دهان تو را نگاه دارم.
88Behoud mij in het leven naar uw genade, En de vermaningen van uw mond volg ik op!
89ای خداوند کلام تو تا ابدالاباد در آسمانهاپایدار است.
89Uw woord blijft eeuwig, o Jahweh, Het staat vast als de hemel;
90امانت تو نسلا بعد نسل است. زمین را آفریدهای و پایدار میماند.
90Uw bestel houdt stand van geslacht tot geslacht, Staat vast als de aarde, die Gij hebt gegrond;
91برای داوریهای تو تا امروز ایستادهاند زیرا که همه بنده تو هستند.
91En naar uw voorschriften blijven ze ook nu nog bestaan, Want het heelal is uw dienstknecht!
92اگر شریعت تو تلذذ من نمی بود، هرآینه در مذلت خود هلاک میشدم.
92Wanneer uw wet mij niet had verkwikt, Dan was ik in mijn ellende te gronde gegaan;
93وصایای تو را تا به ابد فراموش نخواهم کردزیرا به آنها مرا زنده ساختهای.
93Nimmer zal ik dan uw bevelen vergeten, Want juist daardoor doet Gij mij leven.
94من از آن توهستم مرا نجات ده زیرا که وصایای تو را طلبیدم.
94Ik ben de uwe: Ach, kom mij te hulp, Want ijverig spoor ik uw voorschriften na;
95شریران برای من انتظار کشیدند تا مرا هلاک کنند. لیکن در شهادات تو تامل میکنم.
95De bozen loeren, om mij te verdelgen, Maar ik blijf uw vermaningen achten.
96برای هر کمالی انتهایی دیدم، لیکن حکم تو بینهایت وسیع است.
96Aan alles zie ik een eind, al is het nog zo volmaakt, Maar uw gebod is onbegrensd!
97شریعت تو را چقدر دوست میدارم.
97Hoe lief toch heb ik uw wet, Ik overweeg ze de hele dag door!
98اوامر تو مرا ازدشمنانم حکیم تر ساخته است زیرا که همیشه نزد من میباشد.
98Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden zijn, Want het vergezelt mij voor eeuwig;
99از جمیع معلمان خود فهیم ترشدم زیرا که شهادات تو تفکر من است.
99Ik heb meer verstand dan al mijn meesters, Want ik denk over uw vermaningen na;
100ازمشایخ خردمندتر شدم زیرا که وصایای تو رانگاه داشتم.
100En ik heb helderder inzicht dan de oudsten, Want ik neem uw bevelen in acht.
101پایهای خود را از هر راه بد نگاه داشتم تا آن که کلام تو را حفظ کنم.
101Van alle slechte paden houd ik mijn voeten, Om uw woord te volbrengen;
102ازداوریهای تو رو برنگردانیدم، زیرا که تو مرا تعلیم دادی.
102En van uw voorschriften wijk ik niet af, Want Gij hebt ze mij zelf onderwezen.
103کلام تو به مذاق من چه شیرین است وبه دهانم از عسل شیرین تر.
103Hoe zoet voor mijn gehemelte is uw bestel, Meer dan honing voor mijn mond;
104از وصایای توفطانت را تحصیل کردم. بنابراین هر راه دروغ رامکروه میدارم.
104Door uw inzettingen ben ik verstandig geworden, En haat dus ieder leugenpad.
105کلام تو برای پایهای من چراغ، و برای راههای من نور است.
105Uw woord is een lamp voor mijn voeten, En een licht op mijn pad;
106قسم خوردم و آن راوفا خواهم نمود که داوریهای عدالت تو را نگاه خواهم داشت.
106Ik heb gezworen, en zal het gestand doen, Uw rechtvaardige voorschriften te onderhouden.
107بسیار ذلیل شدهام. ای خداوند، موافق کلام خود مرا زنده ساز!
107Ach, Jahweh, ik ga zo diep gebukt, Wek mij ten leven naar uw bestel;
108ای خداوند هدایای تبرعی دهان مرا منظور فرما وداوریهای خود را به من بیاموز.
108Wil de offeranden van mijn mond aanvaarden, o Jahweh, En onderricht mij in uw geboden.
109جان من همیشه در کف من است، لیکن شریعت تو رافراموش نمی کنم.
109Al zweeft mijn leven in voortdurend gevaar, Toch vergeet ik nimmer uw wet;
110شریران برای من دام گذاشتهاند، اما از وصایای تو گمراه نشدم.
110En al leggen de bozen mij strikken, Van al uw bevelen wijk ik niet af.
111شهادات تو را تا به ابد میراث خود ساختهام زیرا که آنها شادمانی دل من است.
111Uw vermaningen blijven mijn erfdeel voor eeuwig, Want ze zijn de vreugd van mijn hart;
112دل خود رابرای بجا آوردن فرایض تو مایل ساختم، تاابدالاباد و تا نهایت.
112En ik heb er mijn hart op gezet, Naar uw inzettingen te leven voor eeuwig en immer!
113مردمان دو رو را مکروه داشتهام، لیکن شریعت تو را دوست میدارم.
113Ik haat halfslachtige wezens, Maar uw wet heb ik lief;
114ستر و سپر من تو هستی. به کلام تو انتظار میکشم.
114Gij zijt mijn schuts en mijn schild, Ik vertrouw op uw woord;
115ای بدکاران، از من دور شوید! و اوامر خدای خویش را نگاه خواهم داشت.
115Weg van mij, zondaars, Laat mij de geboden van mijn God onderhouden!
116مرا به حسب کلام خود تایید کن تا زنده شوم و از امید خود خجل نگردم.
116Sterk mij naar uw bestel, opdat ik blijf leven, En laat mijn hoop niet worden beschaamd;
117مرا تقویت کن تا رستگار گردم و برفرایض تو دائم نظر نمایم.
117Stut mij, opdat ik worde gered, En mij altijd aan uw bevelen verkwikke.
118همه کسانی را که از فرایض تو گمراه شدهاند، حقیر شمردهای زیراکه مکر ایشان دروغ است.
118Wie uw inzettingen verlaten, zijn U een gruwel, Want ze bedenken enkel leugens;
119جمیع شریران زمین را مثل درد هلاک میکنی. بنابراین شهادات تو را دوست میدارم.
119En als afval veracht Gij alle bozen op aarde, Daarom heb ik uw vermaningen lief.
120موی بدن من از خوف تو برخاسته است و از داوریهای تو ترسیدم.
120Mijn lichaam beeft voor U van schrik, En ik ben bevreesd voor uw oordeel!
121داد و عدالت را بهجا آوردم. مرا به ظلم کنندگانم تسلیم منما.
121Een rechtvaardig oordeel hebt Gij geveld, Lever mij niet over aan mijn verdrukkers;
122برای سعادت بنده خود ضامن شو تا متکبران بر من ظلم نکنند.
122Uw woord blijve borg voor uw dienaar, Laat geen onbeschaamde mij kwellen.
123چشمانم برای نجات تو تار شده است و برای کلام عدالت تو.
123Mijn ogen smachten naar uw heil, En naar uw rechtvaardig bestel;
124با بنده خویش موافق رحمانیتت عمل نما و فرایض خود را به من بیاموز.
124Handel met uw dienstknecht naar uw genade, En leer mij uw inzettingen kennen;
125من بنده تو هستم. مرا فهیم گردان تاشهادات تو را دانسته باشم.
125Ik ben uw dienstknecht: ach, geef mij verstand, Opdat ik uw vermaningen moge begrijpen.
126وقت است که خداوند عمل کند زیرا که شریعت تو را باطل نمودهاند.
126Het is tijd om te handelen, Jahweh: Men verkracht uw wet;
127بنابراین، اوامر تو را دوست میدارم، زیادتر از طلا و زر خالص.
127Daarom heb ik uw geboden lief, Boven goud en edel metaal;
128بنابراین، همه وصایای تو را در هر چیز راست میدانم، وهر راه دروغ را مکروه میدارم.
128Daarom richt ik mij naar al uw bevelen, En haat ik ieder leugenpad.
129شهادات تو عجیب است. ازین سبب جان من آنها را نگاه میدارد.
129Uw vermaningen zijn wondervol, Mijn ziel neemt ze daarom in acht;
130کشف کلام تو نورمی بخشد و ساده دلان را فهیم میگرداند.
130De openbaring van uw woord straalt licht van zich uit, En geeft wijsheid aan de eenvoudigen;
131دهان خود را نیکو باز کرده، نفس زدم زیرا که مشتاق وصایای تو بودم.
131En smachtend open ik mijn mond, Want ik hunker naar uw geboden.
132بر من نظر کن و کرم فرما، برحسب عادت تو به آنانی که نام تو رادوست میدارند.
132Keer U tot mij, en wees mij genadig, Naar uw beschikking voor hen, die uw Naam beminnen;
133قدم های مرا در کلام خودت پایدار ساز، تا هیچ بدی بر من تسلط نیابد.
133Richt mijn schreden naar uw bestel, En laat geen onheil mij treffen.
134مرا از ظلم انسان خلاصی ده، تا وصایای تورا نگاه دارم.
134Bevrijd mij van de verdrukking der mensen, Opdat ik trouw uw bevelen volbrenge;
135روی خود را بر بنده خود روشن ساز، و فرایض خود را به من بیاموز.
135Laat uw aangezicht stralen over uw dienstknecht, En leer mij uw inzettingen kennen.
136نهرهای آب از چشمانم جاری است زیرا که شریعت تو رانگاه نمی دارند.
136Stromen van tranen ontwellen mijn ogen, Omdat men uw wet niet beleeft.
137ای خداوند تو عادل هستی و داوریهای تو راست است.
137Rechtvaardig zijt Gij, o Jahweh, En ook uw voorschriften zijn volgens recht;
138شهادات خود را به راستی امر فرمودی و به امانت الی نهایت.
138In gerechtigheid hebt Gij uw vermaningen gegeven, En in volledige trouw.
139غیرت من مرا هلاک کرده است زیرا که دشمنان من کلام تورا فراموش کردهاند.
139Ik word door ergernis verteerd, Omdat mijn vijanden uw woord vergeten;
140کلام تو بینهایت مصفی است و بنده تو آن را دوست میدارد.
140Maar uw bestel is beproefd als in vuur, En uw dienstknecht heeft het lief;
141من کوچک و حقیر هستم، اما وصایای تو را فراموش نکردم.
141En al ben ik maar klein en gering, Nooit wil ik uw bevelen vergeten.
142عدالت تو عدل است تا ابدالاباد وشریعت تو راست است.
142Ongerept blijft uw gerechtigheid voor eeuwig en immer, En waarachtig uw wet;
143تنگی و ضیق مرا درگرفته است، اما اوامر تو تلذذ من است.
143Al treffen mij nood en ellende, Uw geboden zijn mijn verkwikking.
144شهادات تو عادل است تا ابدالاباد. مرا فهیم گردان تا زنده شوم.
144Uw inzettingen zijn rechtvaardig voor eeuwig; Onderricht mij er in, opdat ik blijf leven!
145به تمامی دل خواندهام. ای خداوند مراجواب ده تا فرایض تو را نگاه دارم!
145Ik roep met heel mijn hart: Jahweh verhoor mij! Uw inzettingen wil ik trouw onderhouden;
146تو راخواندهام، پس مرا نجات ده. و شهادات تو را نگاه خواهم داشت.
146Ik roep U aan: ach, kom mij te hulp, Om uw vermaningen te beleven.
147بر طلوع فجر سبقت جسته، استغاثه کردم، و کلام تو را انتظار کشیدم.
147Ik ben met mijn smeken de dageraad vóór, Want ik smacht naar uw woord;
148چشمانم بر پاسهای شب سبقت جست، تا درکلام تو تفکر بنمایم.
148En mijn ogen voorkomen de nachtwake, Om op te zien naar uw bestel.
149به حسب رحمت خود آواز مرا بشنو. ای خداوند موافق داوریهای خودمرا زنده ساز.
149Hoor in uw goedheid mijn smeken, o Jahweh, En wek mij naar uw beschikking ten leven;
150آنانی که درپی خباثت میروند، نزدیک میآیند، و از شریعت تو دورمی باشند.
150Mijn listige vervolgers zijn al nabij, Maar ze houden zich ver van uw wet;
151ای خداوند تو نزدیک هستی وجمیع اوامر تو راست است.
151Maar Gij ook, Jahweh, zijt nabij, En waarachtig zijn al uw geboden;
152شهادات تو را اززمان پیش دانستهام که آنها را بنیان کردهای تاابدالاباد.
152Van oudsher ken ik uw bevelen, Want Gij hebt ze gegeven voor eeuwig!
153بر مذلت من نظر کن و مرا خلاصی ده زیراکه شریعت تو را فراموش نکردهام.
153Aanschouw mijn ellende, en kom mij te hulp, Want nooit vergeet ik uw wet;
154در دعوای من دادرسی فرموده، مرا نجات ده و به حسب کلام خویش مرا زنده ساز.
154Wees mijn verdediger en mijn beschermer, En doe mij leven naar uw bestel.
155نجات از شریران دور است زیرا که فرایض تو را نمی طلبند.
155Het heil blijft ver van de bozen verwijderd, Want ze zoeken uw inzettingen niet;
156ای خداوند، رحمت های تو بسیار است. به حسب داوریهای خود مرا زنده ساز.
156Maar uw barmhartigheid, Jahweh, is groot, Wek mij ten leven naar uw woord.
157جفاکنندگان و خصمان من بسیارند. اما ازشهادات تو رو برنگردانیدم.
157Al zijn mijn vervolgers en vijanden talrijk, Van uw vermaningen wijk ik niet af;
158خیانت کاران رادیدم و مکروه داشتم زیرا کلام تو را نگاه نمی دارند.
158Het walgt mij, als ik trouwelozen aanschouw, Die uw geboden niet willen volbrengen.
159ببین که وصایای تو را دوست میدارم. ای خداوند، به حسب رحمت خود مرازنده ساز!
159Zie, hoe ik uw bevelen liefheb, o Jahweh, Laat mij dan leven naar uw genade;
160جمله کلام تو راستی است وتمامی داوری عدالت تو تا ابدالاباد است.
160Uw woord is een en al waarheid, En eeuwig houden al uw rechtvaardige voorschriften stand.
161سروران بیجهت بر من جفا کردند. اما دل من از کلام تو ترسان است.
161Vorsten vervolgen mij zonder enige grond, Maar mijn hart is enkel beducht voor uw woord.
162من در کلام توشادمان هستم، مثل کسیکه غنیمت وافر پیدانموده باشد.
162Ik verheug mij over uw bestel, Als iemand, die rijke buit heeft gemaakt;
163از دروغ کراهت و نفرت دارم. اماشریعت تو را دوست میدارم.
163Leugen en haat verfoei ik, Maar uw inzettingen heb ik lief.
164هر روز تو راهفت مرتبه تسبیح میخوانم، برای داوریهای عدالت تو.
164Zeven maal daags zing ik uw lof, Om uw rechtvaardige voorschriften;
165آنانی را که شریعت تو را دوست می دارند، سلامتی عظیم است و هیچچیز باعث لغزش ایشان نخواهد شد.
165Die uw wet beminnen, genieten een heerlijke vrede, En struikelen nooit.
166ای خداوند، برای نجات تو امیدوار هستم و اوامر تو را بجا میآورم.
166Jahweh, ik smacht naar uw heil, En onderhoud uw geboden;
167جان من شهادات تو را نگاه داشته است و آنهارا بینهایت دوست میدارم.
167Ik volg uw vermaningen op, En bemin ze van harte;
168وصایا وشهادات تو را نگاه داشتهام زیرا که تمام طریقهای من در مد نظر تو است.
168Ik volbreng uw bevelen, Ja, heel mijn leven ligt voor U bloot!
169ای خداوند، فریاد من به حضور تو برسد. به حسب کلام خود مرا فهیم گردان.
169Jahweh, mijn smeken dringe tot U door, Geef mij inzicht naar uw woord;
170مناجات من به حضور تو برسد. به حسب کلام خود مراخلاصی ده.
170Moge mijn gebed voor uw aangezicht komen, Breng mij redding naar uw bestel.
171لبهای من حمد تو را جاری کندزیرا فرایض خود را به من آموختهای.
171Dan zal een lofzang mijn lippen ontstromen, Omdat Gij uw inzettingen mij hebt geleerd;
172زبان من کلام تو را بسراید زیرا که تمام اوامر تو عدل است.
172En mijn tong zal uw waarachtigheid loven, Want al uw vermaningen zijn gerecht.
173دست تو برای اعانت من بشود زیرا که وصایای تو را برگزیدهام.
173Uw hand zij bereid, mij te helpen, Want uw bevelen heb ik verkoren;
174ای خداوند برای نجات تو مشتاق بودهام و شریعت تو تلذذ من است.
174Jahweh, ik smacht naar uw heil, En uw wet is mij een verkwikking.
175جان من زنده شود تا تو را تسبیح بخواند و داوریهای تو معاون من باشد.
175Mijn ziel moge leven, om U te loven, En uw voorschriften mogen mij helpen;
176مثل گوسفند گم شده، آواره گشتم. بنده خود را طلب نما، زیرا که اوامر تو را فراموش نکردم.
176Als een verloren schaap dool ik rond: zoek uw dienaar weer op, Want nimmer heb ik uw geboden vergeten!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.