Приче Соломунове
Chapter 11
Daničić–Karadžić Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Приче Соломунове 11

Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Лажна су мерила мрска Господу, а права мера угодна Му је.
1Van een valse weegschaal heeft Jahweh een afschuw, Hij houdt van een zuiver gewicht.
2Кад дође охолост, дође и срамота; а у смерних је мудрост
2Komt de overmoed, dan komt ook de schande; Alleen bij ootmoedigen is wijsheid.
3Праведне води безазленост њихова, а безаконике сатире злоћа њихова.
3De vromen worden door hun deugd geleid; Hun eigen valsheid stort de zondaars in het verderf.
4Неће помоћи богатство у дан гнева, а правда избавља од смрти.
4Op de dag van gramschap kan rijkdom niet baten, Alleen de rechtvaardigheid redt van de dood.
5Правда безазленога управља пут његов, а безбожник пада од своје безбожности.
5De weg van den rechtvaardige wordt door zijn deugd geëffend, Maar de boze komt door zijn boosheid ten val.
6Праведне избавља правда њихова, а безаконици хватају се у својој злоћи.
6De rechtvaardigen worden door hun deugd gered, Maar de zondaars lopen door hun begeerlijkheid in de val.
7Кад умире безбожник, пропада надање, и најјаче уздање пропада.
7Als een boosdoener sterft, vervliegt zijn hoop; De verwachting der zondaars loopt uit op niets
8Праведник се избавља из невоље, а безбожник долази на његово место.
8De rechtvaardige wordt uit de verdrukking gered, En de boze komt in zijn plaats.
9Лицемер квари устима ближњег свог; али се праведници избављају знањем.
9Met zijn mond tracht de onverlaat zijn naaste te gronde te richten, Maar door hun kennis worden de rechtvaardigen gered.
10Добру праведних радује се град; а кад пропадају безбожници, бива певање.
10Om de voorspoed der rechtvaardigen jubelt de stad, Maar er wordt gejuicht bij de ondergang der bozen.
11Благословима праведних људи подиже се град, а с уста безбожничких раскопава се.
11Door de zegenbeden der deugdzamen komt een stad tot bloei, Door de mond der bozen wordt ze verwoest.
12Безумник се руга ближњему свом, а разуман човек ћути.
12Een onverstandig mens smaalt op zijn naaste, Een man van inzicht zwijgt.
13Опадач тумарајући издаје тајну; а ко је верна срца, таји ствар.
13Wie lasterend rondgaat, verraadt licht een geheim; Een betrouwbaar karakter houdt de zaak vóór zich.
14Где нема савета, пропада народ, а помоћ је у мноштву саветника.
14Bij gebrek aan overleg komt een volk ten val, De redding berust op veel beraad.
15Зло пролази ко се јамчи за туђина; а ко мрзи на јамство, без бриге је.
15Slecht vergaat het hem, die borg blijft voor een vreemde; Maar wie de handslag mijdt, leeft gerust.
16Жена мила добија част, а силни добијају богатство.
16Een lieve vrouw dwingt eerbied af; Maar een vrouw, die oprechtheid haat, is een schandvlek. De luiaards krijgen geen vermogen Stoere werkers geraken tot welstand.
17Милостив човек чини добро души својој, а немилостив уди свом телу.
17Een vriendelijk mens doet zich zelven goed, Een wreedaard kwelt zijn eigen vlees.
18Безбожни ради посао преваран; а ко сеје правду, поуздана му је плата.
18Een boze maakt winst, die niet gedijt; Maar wie gerechtigheid zaait, oogst waarachtig gewin.
19Ко се држи правде, на живот му је; а ко иде за злом, на смрт му је.
19Een deugdzaam mens gaat ten leven; Maar wie het kwade najaagt, zoekt zijn eigen dood.
20Мрски су Господу који су опаког срца; а мили су Му који су безазлени на свом путу.
20Jahweh heeft een afschuw van valse karakters, Maar welbehagen in hen, die onberispelijk wandelen.
21Зао човек неће остати без кара ако и друге узме у помоћ; а семе праведних избавиће се.
21De hand erop: een boze zal zijn straf niet ontlopen, Maar het geslacht der rechtvaardigen wordt behouden.
22Жена лепа а без разума златна је брњица у губици свињи.
22Een gouden ring in een varkenssnuit, Is een knappe vrouw, die geen hersens heeft.
23Жеља је праведних само добро, а очекивање безбожних гнев.
23De wens der rechtvaardigen loopt uit op geluk, De verwachting der bozen op toorn.
24Један просипа, и све више има; а други тврдује сувише, и све је сиромашнији.
24Er zijn mensen, die maar uitdelen, en nòg worden ze rijker; Anderen, die maar oppotten, en ze gaan achteruit.
25Подашна рука бива богатија, и ко напаја, сам ће бити напојен.
25Iemand, die weldoet, wordt welgedaan; En wie iemand te drinken geeft, zal worden gelaafd.
26Ко не да жита, проклиње га народ, а ко продаје, благослов му је над главом.
26Wie het koren inhoudt, wordt door het volk verwenst, Maar een zegenbede daalt op het hoofd van wie het verkoopt.
27Ко тражи добро, добија љубав; а ко тражи зло, задесиће га.
27Wie naar het goede streeft, vindt welbehagen; Wie het kwaad najaagt, hem zal het treffen.
28Ко се узда у богатство своје, пропашће; а праведници ће се као грана зеленети.
28Wie op rijkdom vertrouwt, zal verwelken; Maar de rechtvaardigen botten als bladeren uit.
29Ко затире кућу своју, наследиће ветар; и безумник ће служити мудром.
29Wie zijn huis verwaarloost, oogst storm; Een dwaas wordt slaaf van een verstandig mens.
30Плод је праведников дрво животно, и мудри обучава душе.
30De vrucht der gerechtigheid is een levensboom, Het onrecht echter verwoest mensenlevens.
31Гле, праведнику се на земљи плаћа, а камоли безбожнику и грешнику?
31Als een rechtvaardige op aarde krijgt wat hem toekomt, Hoeveel te meer dan de boze en de zondaar!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.