Приповісток
Chapter 11
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Приповісток 11

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Невірна вага — се гидота у Господа; вірна вгодна йому.
1Van een valse weegschaal heeft Jahweh een afschuw, Hij houdt van een zuiver gewicht.
2За гордощами приходить сором; де покора, там мудрість.
2Komt de overmoed, dan komt ook de schande; Alleen bij ootmoedigen is wijsheid.
3Щирим буде провідницею їх безвинність, а зрадливих погубить їх лукавість.
3De vromen worden door hun deugd geleid; Hun eigen valsheid stort de zondaars in het verderf.
4Богацтво не поможе в день гнїву, тільки правда спасе від смертї.
4Op de dag van gramschap kan rijkdom niet baten, Alleen de rechtvaardigheid redt van de dood.
5Правдивість рівняє праведному стежки його, безбожний же через свою безбожність гине.
5De weg van den rechtvaardige wordt door zijn deugd geëffend, Maar de boze komt door zijn boosheid ten val.
6Правдивого рятує з біди правда його, а беззаконників спіймає їх беззаконність.
6De rechtvaardigen worden door hun deugd gered, Maar de zondaars lopen door hun begeerlijkheid in de val.
7Умре безбожний, мре з ним і надїя його, чого ждуть беззаконні, те з ними погибне.
7Als een boosdoener sterft, vervliegt zijn hoop; De verwachting der zondaars loopt uit op niets
8Праведник спасеся з біди, а намість його попадає в неї безбожник.
8De rechtvaardige wordt uit de verdrukking gered, En de boze komt in zijn plaats.
9Устами губить зрадник ближнього свого, та праведники рятуються своєю прозорністю.
9Met zijn mond tracht de onverlaat zijn naaste te gronde te richten, Maar door hun kennis worden de rechtvaardigen gered.
10Як праведним щастить, радується місто, а як безбожникам погибель, бувають веселощі.
10Om de voorspoed der rechtvaardigen jubelt de stad, Maar er wordt gejuicht bij de ondergang der bozen.
11Словами добрими праведників росте у гору город, а устами безбожників занепадає.
11Door de zegenbeden der deugdzamen komt een stad tot bloei, Door de mond der bozen wordt ze verwoest.
12Недоумок висказує погорду ближньому свому, а розумний чоловік мовчить.
12Een onverstandig mens smaalt op zijn naaste, Een man van inzicht zwijgt.
13Хто переносчиком живе, той таємницю виявлює, а вірний чоловік таїть справу.
13Wie lasterend rondgaat, verraadt licht een geheim; Een betrouwbaar karakter houdt de zaak vóór zich.
14Де нема управи, там занепадає народ, де ж райцїв досить, там йому дїється добре.
14Bij gebrek aan overleg komt een volk ten val, De redding berust op veel beraad.
15Біди собі напитує, хто за другого дає поруку; хто ж ненавидить поруку, той безпечен.
15Slecht vergaat het hem, die borg blijft voor een vreemde; Maar wie de handslag mijdt, leeft gerust.
16Жона обичайна славу здобуває, а трудящі приходять до богацтва.
16Een lieve vrouw dwingt eerbied af; Maar een vrouw, die oprechtheid haat, is een schandvlek. De luiaards krijgen geen vermogen Stoere werkers geraken tot welstand.
17Милосердний чоловік чинить добро душі своїй, а жорстокий замучує тїло своє.
17Een vriendelijk mens doet zich zelven goed, Een wreedaard kwelt zijn eigen vlees.
18Безбожний робить роботу безнадїйну-непевну; хто ж сїє правду, тому певна нагорода.
18Een boze maakt winst, die niet gedijt; Maar wie gerechtigheid zaait, oogst waarachtig gewin.
19Праведність веде до життя, а хто простує до злого, простує до смертї.
19Een deugdzaam mens gaat ten leven; Maar wie het kwade najaagt, zoekt zijn eigen dood.
20Гидота Господу переворотні серцем, але любі йому, хто в невинностї ходить.
20Jahweh heeft een afschuw van valse karakters, Maar welbehagen in hen, die onberispelijk wandelen.
21Можна заручити, що ледачий не уйде кари, а рід праведного буде захований.
21De hand erop: een boze zal zijn straf niet ontlopen, Maar het geslacht der rechtvaardigen wordt behouden.
22Що в рилї у свинї золотий колець, те краса в женщини безумної.
22Een gouden ring in een varkenssnuit, Is een knappe vrouw, die geen hersens heeft.
23Бажаннє праведних — одно лиш добро, дожиданнє безбожних — гнїв.
23De wens der rechtvaardigen loopt uit op geluk, De verwachting der bozen op toorn.
24Той сипле щедро, й йому ще прибуває, а другий на міру скупий, та й все біднїшає.
24Er zijn mensen, die maar uitdelen, en nòg worden ze rijker; Anderen, die maar oppotten, en ze gaan achteruit.
25Добродїйна душа буде насичена; хто щедро надїляє, й сам надїлен буде.
25Iemand, die weldoet, wordt welgedaan; En wie iemand te drinken geeft, zal worden gelaafd.
26Хто приховує вроджай, того клянуть люде, а на голову продаючого — благословеннє.
26Wie het koren inhoudt, wordt door het volk verwenst, Maar een zegenbede daalt op het hoofd van wie het verkoopt.
27Хто дбає про добро, той знаходить ласкавість, а хто шукає зла, до того воно й приходить.
27Wie naar het goede streeft, vindt welbehagen; Wie het kwaad najaagt, hem zal het treffen.
28Хто лиш на статки вповає, той упадає, а праведні, як лист, зазеленїють.
28Wie op rijkdom vertrouwt, zal verwelken; Maar de rechtvaardigen botten als bladeren uit.
29Хто розстроює домівку свою, одержить в наслїддє вітер; і дурний буде рабом мудрого.
29Wie zijn huis verwaarloost, oogst storm; Een dwaas wordt slaaf van een verstandig mens.
30Доробок праведного — дерево жизнї, й мудрий пригортає серця.
30De vrucht der gerechtigheid is een levensboom, Het onrecht echter verwoest mensenlevens.
31Така відплата праведникові (вже) на землї, а тим більше безбожному й грішникові.
31Als een rechtvaardige op aarde krijgt wat hem toekomt, Hoeveel te meer dan de boze en de zondaar!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.