Приповісток
Chapter 7
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Приповісток 7

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Сину мій! хорони слова мої, й заповідї мої ховай у себе.
1Mijn zoon, neem mijn woorden in acht, En neem mijn wenken ter harte;
2Хорони заповідї мої й жий, і науку мою, як зїницї очей твоїх.
2Onderhoud mijn geboden, opdat ge moogt leven, Let op mijn wenken als op de appel van uw oog.
3Понавязуй їх на палцї собі, й понаписуй їх на скрижалях серця твого.
3Leg ze als een band om uw vingers, Schrijf ze op de tafel van uw hart
4Скажи премудростї: Ти сестра моя! а розум назви рідним (братом).
4Zeg tot de wijsheid: “gij zijt mijn zuster”, Noem het verstand: “een bekende”;
5Щоб вони давали острах тобі від жінки чужої, що мягкими словами промовляє.
5Opdat ze u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal.
6Ось, я раз дивився кріз крату в вікно у моїй домівцї,
6Want kijkend door het venster van mijn woning Door de tralies heen,
7Та й побачив серед недосьвідних, — постеріг між молодими людьми нерозумного молодика,
7Lette ik op het onervaren volk, En zag onder de jongemannen een onverstandigen knaap.
8Що йшов близенько її переулок і простував до будинку її при дорозї,
8Hij ging langs de straat, dicht bij haar hoek, En sloeg de richting in naar haar huis,
9В вечірні сумерки, в нічній темряві й мороцї.
9In de schemering, toen de avond viel En het nachtelijk duister.
10І ось — зустріч йому йде молодиця в блудничій одежі, і хитрим серцем,
10Daar komt de vrouw op hem af, Opzichtig gekleed met duidelijke bedoelingen.
11Щебетлива й невгавуща; ноги її не втерплять перебувати в домівцї в себе:
11Wat ziet ze er losbandig en lichtzinnig uit, In huis kunnen haar voeten het niet houden;
12То на улицї, то на майдані, і переулках кує вона зраду.
12Ze loopt de straat, de pleinen op, En bij elke hoek staat ze op wacht!
13От і обняла його, поцїлувала та й каже без сорома в лицї:
13Ze grijpt hem vast, geeft hem een kus, En zegt tot hem met een onbeschaamd gezicht:
14В мене мирна жертва: сьогоднї я сповнила обітницї мої;
14Dankoffers had ik te brengen, Vandaag heb ik mijn geloften betaald;
15Тим і вийшла на зустріч тобі, щоб тебе відшукати, та й — знайшла тебе;
15Daarom ging ik naar buiten, u tegemoet, Om u te zoeken, en ik hèb u gevonden.
16Постелю мою вслала я килимами, квічастими тканинами з Египту;
16Dekens heb ik op bed gelegd, Bonte dekens van egyptisch lijnwaad;
17Почивальню мою запашила я миррою, алоєм та цинамоном;
17Ik heb mijn bed met myrrhe besprenkeld, Met aloë en kaneel.
18Ходи ж, будем до самого ранку впиватись пестощами, насолоджуватись любовю;
18Kom, laat ons dronken worden van minne, En tot de morgen zwelgen in liefde.
19Мужа бо дома нема, — вибравсь у далеку дорогу;
19Mijn man is niet thuis, Hij is op een verre reis;
20Сакву грошей забрав він із собою, вернеться, як місяць у повнї засьвітить.
20Een buidel geld heeft hij bij zich gestoken, Dus komt hij met volle maan pas terug.
21Так і приманила його ласкавим щебетаннєм, взяла гору над ним солодкими словами.
21Door haar radde taal verleidde ze hem, Met haar gladde tong troonde ze hem mee.
22Як стій, пійшов він за нею, як ійде віл під обух, наче пес на ланцюг, наче олень під вистріл,
22Daar loopt de sukkel met haar mee, Als een stier, die naar de slachtbank gaat; Als een hert, dat huppelt naar het net,
23Покіль стріла не пробє печінок йому наскрізь; так бідна пташка летить на сїло, й не знає, що воно їй на погибель.
23Totdat een pijl hem het hart doorboort; Als een vogel, die scheert naar de strik, En niet vermoedt, dat het om zijn leven gaat.
24Слухайте ж, дїти, мене, приникайте до слів уст моїх.
24Welnu dan, kinderen, luistert naar mij, Schenkt uw aandacht aan mijn woorden.
25Нехай не надиться твоє серце на її дороги, не блукайся стежками її:
25Laat u niet op haar wegen verleiden, Dwaalt niet op haar paden rond.
26Многих вона зранила й повалила й много сильних убила;
26Want talrijke slachtoffers heeft ze gemaakt, Velen heeft ze om hals gebracht;
27Дом її — се битий шлях у преисподню, ведучий в саме мешканнє смертї.
27Een weg naar de onderwereld is haar huis, Vandaar daalt men af naar het dodenrijk.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.