Proverbios 7
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1HIJO mío, guarda mis razones, y encierra contigo mis mandamientos.
1Mijn zoon, neem mijn woorden in acht, En neem mijn wenken ter harte;
2Guarda mis mandamientos, y vivirás; y mi ley como las niñas de tus ojos.
2Onderhoud mijn geboden, opdat ge moogt leven, Let op mijn wenken als op de appel van uw oog.
3Lígalos á tus dedos; escríbelos en la tabla de tu corazón.
3Leg ze als een band om uw vingers, Schrijf ze op de tafel van uw hart
4Di á la sabiduría: Tú eres mi hermana; y á la inteligencia llama parienta:
4Zeg tot de wijsheid: “gij zijt mijn zuster”, Noem het verstand: “een bekende”;
5Para que te guarden de la mujer ajena, y de la extraña que ablanda sus palabras.
5Opdat ze u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal.
6Porque mirando yo por la ventana de mi casa, por mi celosía,
6Want kijkend door het venster van mijn woning Door de tralies heen,
7Vi entre los simples, consideré entre los jóvenes, un mancebo falto de entendimiento,
7Lette ik op het onervaren volk, En zag onder de jongemannen een onverstandigen knaap.
8El cual pasaba por la calle, junto á la esquina de aquella, é iba camino de su casa,
8Hij ging langs de straat, dicht bij haar hoek, En sloeg de richting in naar haar huis,
9A la tarde del día, ya que oscurecía, en la oscuridad y tiniebla de la noche.
9In de schemering, toen de avond viel En het nachtelijk duister.
10Y he aquí, una mujer que le sale al encuentro con atavío de ramera, astuta de corazón,
10Daar komt de vrouw op hem af, Opzichtig gekleed met duidelijke bedoelingen.
11Alborotadora y rencillosa, sus pies no pueden estar en casa;
11Wat ziet ze er losbandig en lichtzinnig uit, In huis kunnen haar voeten het niet houden;
12Unas veces de fuera, ó bien por las plazas, acechando por todas las esquinas.
12Ze loopt de straat, de pleinen op, En bij elke hoek staat ze op wacht!
13Y traba de él, y bésalo; desvergonzó su rostro, y díjole:
13Ze grijpt hem vast, geeft hem een kus, En zegt tot hem met een onbeschaamd gezicht:
14Sacrificios de paz había prometido, hoy he pagado mis votos;
14Dankoffers had ik te brengen, Vandaag heb ik mijn geloften betaald;
15Por tanto he salido á encontrarte, buscando diligentemente tu rostro, y te he hallado.
15Daarom ging ik naar buiten, u tegemoet, Om u te zoeken, en ik hèb u gevonden.
16Con paramentos he ataviado mi cama, recamados con cordoncillo de Egipto.
16Dekens heb ik op bed gelegd, Bonte dekens van egyptisch lijnwaad;
17He sahumado mi cámara con mirra, áloes, y cinamomo.
17Ik heb mijn bed met myrrhe besprenkeld, Met aloë en kaneel.
18Ven, embriaguémonos de amores hasta la mañana; alegrémonos en amores.
18Kom, laat ons dronken worden van minne, En tot de morgen zwelgen in liefde.
19Porque el marido no está en casa, hase ido á un largo viaje:
19Mijn man is niet thuis, Hij is op een verre reis;
20El saco de dinero llevó en su mano; el día señalado volverá á su casa.
20Een buidel geld heeft hij bij zich gestoken, Dus komt hij met volle maan pas terug.
21Rindiólo con la mucha suavidad de sus palabras, obligóle con la blandura de sus labios.
21Door haar radde taal verleidde ze hem, Met haar gladde tong troonde ze hem mee.
22Vase en pos de ella luego, como va el buey al degolladero, y como el loco á las prisiones para ser castigado;
22Daar loopt de sukkel met haar mee, Als een stier, die naar de slachtbank gaat; Als een hert, dat huppelt naar het net,
23Como el ave que se apresura al lazo, y no sabe que es contra su vida, hasta que la saeta traspasó su hígado.
23Totdat een pijl hem het hart doorboort; Als een vogel, die scheert naar de strik, En niet vermoedt, dat het om zijn leven gaat.
24Ahora pues, hijos, oidme, y estad atentos á las razones de mi boca.
24Welnu dan, kinderen, luistert naar mij, Schenkt uw aandacht aan mijn woorden.
25No se aparte á sus caminos tu corazón; no yerres en sus veredas.
25Laat u niet op haar wegen verleiden, Dwaalt niet op haar paden rond.
26Porque á muchos ha hecho caer heridos; y aun los más fuertes han sido muertos por ella.
26Want talrijke slachtoffers heeft ze gemaakt, Velen heeft ze om hals gebracht;
27Caminos del sepulcro son su casa, que descienden á las cámaras de la muerte.
27Een weg naar de onderwereld is haar huis, Vandaar daalt men af naar het dodenrijk.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.