Proverbios 13
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1EL hijo sabio toma el consejo del padre: mas el burlador no escucha las reprensiones.
1Een verstandig kind volgt de tucht van zijn vader, Een deugniet is doof voor verwijten.
2Del fruto de su boca el hombre comerá bien: mas el alma de los prevaricadores hallará mal.
2De goede geniet van de vrucht der gerechtigheid Het verlangen der zondaars gaat uit naar geweld.
3El que guarda su boca guarda su alma: mas el que mucho abre sus labios tendrá calamidad.
3Wie op zijn mond let, behoedt zichzelf; Maar wie zijn lippen openspalkt, hèm dreigt gevaar.
4Desea, y nada alcanza el alma del perezoso: mas el alma de los diligentes será engordada.
4De begeerte van den luiaard blijft onvervuld, Het verlangen der vlijtigen wordt ruimschoots bevredigd.
5El justo aborrece la palabra de mentira: mas el impío se hace odioso é infame.
5De rechtvaardige heeft een afkeer van leugentaal, Maar de boze smaadt en schimpt.
6La justicia guarda al de perfecto camino: mas la impiedad trastornará al pecador.
6De deugd beschermt hem, die onberispelijk wandelt, De boosheid brengt de zondaars ten val.
7Hay quienes se hacen ricos, y no tienen nada: y hay quienes se hacen pobres, y tienen muchas riquezas.
7Er zijn er, die zich rijk houden, maar alles ontberen; Ook, die zich arm voordoen, en kapitalen bezitten.
8La redención de la vida del hombre son sus riquezas: pero el pobre no oye censuras.
8Met rijkdom kan men zijn leven kopen, Maar de arme kan geen losprijs vinden.
9La luz de los justos se alegrará: mas apagaráse la lámpara de los impíos.
9Het licht der rechtvaardigen brandt lustig, De lamp der bozen gaat uit.
10Ciertamente la soberbia parirá contienda: mas con los avisados es la sabiduría.
10Overmoed geeft enkel twist, Alleen bij ootmoedigen is wijsheid.
11Disminuiránse las riquezas de vanidad: empero multiplicará el que allega con su mano.
11Snel verworven rijkdom slinkt even vlug weg; Alleen wie gestadig verzamelt, wordt rijk.
12La esperanza que se prolonga, es tormento del corazón: mas árbol de vida es el deseo cumplido.
12Langdurig wachten sloopt het hart, Maar een vervulde wens is een boom des levens.
13El que menosprecia la palabra, perecerá por ello: mas el que teme el mandamiento, será recompensado.
13Wie het bevel niet telt, wordt ervoor gestraft; Wie het voorschrift eerbiedigt, wordt beloond.
14La ley del sabio es manantial de vida, para apartarse de los lazos de la muerte.
14Het onderricht van den wijze is een bron van leven; Men vermijdt er mee de strikken des doods.
15El buen entendimiento conciliará gracia: mas el camino de los prevaricadores es duro.
15Gezond verstand maakt bemind, Het gedrag der veinzaards leidt tot hun eigen verderf.
16Todo hombre cuerdo obra con sabiduría: mas el necio manifestará necedad.
16Een wijze doet alles met beleid, Maar een zot kraamt zijn dwaasheid uit.
17El mal mensajero caerá en mal: mas el mensajero fiel es medicina.
17Een onbekwaam boodschapper brengt ongeluk aan, Een betrouwbaar gezant wendt het af.
18Pobreza y vergüenza tendrá el que menosprecia el consejo: mas el que guarda la corrección, será honrado.
18Armoe en schande voor wie de berisping niet telt; Maar wie een vermaning ter harte neemt, wordt geëerd.
19El deseo cumplido deleita el alma: pero apartarse del mal es abominación á los necios.
19Een vervulde wens is zoet voor de ziel, Het kwaad te mijden is voor de bozen een gruwel.
20El que anda con los sabios, sabio será; mas el que se allega á los necios, será quebrantado.
20Wie met wijzen omgaat wordt wijs; Wie het met dwazen houdt, vergaat het slecht.
21Mal perseguirá á los pecadores: mas á los justos les será bien retribuído.
21De zondaars zit het ongeluk op de hielen, Welvaart is het deel der rechtvaardigen.
22El bueno dejará herederos á los hijos de los hijos; y el haber del pecador, para el justo está guardado.
22De deugdzame laat zijn kleinkinderen een erfenis na, Wat een zondaar bezit, is voor den rechtvaardige bestemd.
23En el barbecho de los pobres hay mucho pan: mas piérdese por falta de juicio.
23Veel voedsel geeft het braakland der armen, Maar door onrecht gaat het meeste verloren.
24El que detiene el castigo, á su hijo aborrece: mas el que lo ama, madruga á castigarlo.
24Wie de roede spaart, houdt niet van zijn kind; Want wie het liefheeft, kastijdt het.
25El justo come hasta saciar su alma: mas el vientre de los impíos tendrá necesidad.
25De rechtvaardige kan eten tot verzadigens toe, De maag der bozen komt te kort.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.