Proverbios
Chapter 4
Reina-Valera 1909
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Proverbios 4

Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1OID, hijos, la doctrina de un padre, y estad atentos para que conozcáis cordura.
1Luistert kinderen, naar wat vader leert; Let op, om inzicht te krijgen.
2Porque os doy buena enseñanza; no desamparéis mi ley.
2Ik prent u een gezonde leer in; Sla dus mijn lessen niet in de wind.
3Porque yo fuí hijo de mi padre, delicado y único delante de mi madre.
3Toen ik voor mijn vader nog een kind was, Een teer en enig kind onder het oog van mijn moeder,
4Y él me enseñaba, y me decía: Mantenga tu corazón mis razones, guarda mis mandamientos, y vivirás:
4Gaf hij mij onderricht en zeide tot mij: Neem mijn woorden ter harte, Neem mijn wenken in acht, en leef;
5Adquiere sabiduría, adquiere inteligencia; no te olvides ni te apartes de las razones de mi boca;
5Doe wijsheid, en doe inzicht op, Vergeet mijn woorden niet, En wijk er nimmer van af!
6No la dejes, y ella te guardará; ámala, y te conservará.
6Verwaarloos haar niet, zij zal u behoeden, Als ge haar liefhebt, u beschermen.
7Sabiduría ante todo: adquiere sabiduría: y ante toda tu posesión adquiere inteligencia.
7Aanvang der wijsheid is: doe wijsheid op, Doe inzicht op, zoveel ge kunt;
8Engrandécela, y ella te engrandecerá: ella te honrará, cuando tú la hubieres abrazado.
8Zij zal u verheffen, als ge haar hooghoudt, U aanzien verlenen, als ge haar omhelst;
9Adorno de gracia dará á tu cabeza: corona de hermosura te entregará.
9Zij vlecht om uw hoofd een sierlijke krans, En verrijkt u met een prachtige kroon!
10Oye, hijo mío, y recibe mis razones; y se te multiplicarán años de vida.
10Luister mijn zoon, neem mijn woorden aan, Opdat ge lange jaren moogt leven.
11Por el camino de la sabiduría te he encaminado, y por veredas derechas te he hecho andar.
11Ik wijs u de weg van de wijsheid, Doe u de paden van het recht betreden.
12Cuando anduvieres no se estrecharán tus pasos; y si corrieres, no tropezarás.
12Gaat ge daarop, dan zal men uw tred niet belemmeren, Snelt ge daar voort, dan struikelt ge niet.
13Ten el consejo, no lo dejes; guárdalo, porque eso es tu vida.
13Houd onverzwakt vast aan de tucht, Neem haar in acht, want zij is uw leven.
14No entres por la vereda de los impíos, ni vayas por el camino de los malos.
14Begeef u niet op de weg der bozen, Ga niet voort op het pad der zondaars;
15Desampárala, no pases por ella; apártate de ella, pasa.
15Laat ze liggen, ga er niet overheen, Mijd ze, ga ze voorbij!
16Porque no duermen ellos, si no hicieren mal; y pierden su sueño, si no han hecho caer.
16Want ze rusten niet, of ze moeten kwaad kunnen doen, Ze gaan niet slapen, eer ze iemand hebben doen struikelen;
17Porque comen pan de maldad, y beben vino de robos.
17Ze eten het brood der boosheid, En drinken de wijn der geweldenarij.
18Mas la senda de los justos es como la luz de la aurora, que va en aumento hasta que el día es perfecto.
18Maar de weg der deugdzamen is als het morgenlicht, Dat gaandeweg opklaart, tot het dag is geworden.
19El camino de los impíos es como la oscuridad: no saben en qué tropiezan.
19De weg der bozen gelijkt op een donkere nacht, Ze weten niet, waarover ze struikelen;
20Hijo mío, está atento á mis palabras; inclina tu oído á mis razones.
20Mijn zoon, schenk uw aandacht aan wat ik ga zeggen, Leg uw oor te luisteren naar mijn woorden;
21No se aparten de tus ojos; guárdalas en medio de tu corazón.
21Laat ze niet wijken uit uw ogen, Bewaar ze diep in uw hart;
22Porque son vida á los que las hallan, y medicina á toda su carne.
22Want ze zijn het leven voor hem, die ze vindt, Voor heel zijn lichaam genezing.
23Sobre toda cosa guardada guarda tu corazón; porque de él mana la vida.
23Bewaak dus uw hart met de uiterste zorg, Want daar ligt de oorsprong des levens.
24Aparta de ti la perversidad de la boca, y aleja de ti la iniquidad de labios.
24Verwijder van u een onbetrouwbare mond, Houd verre van u venijnige lippen;
25Tus ojos miren lo recto, y tus párpados en derechura delante de ti.
25Laat uw ogen vrij voor zich uitzien, Uw wimpers zich richten recht voor u uit.
26Examina la senda de tus pies, y todos tus caminos sean ordenados.
26Effen de weg voor uw voet, Geef richting aan uw wegen;
27No te apartes á diestra, ni á siniestra: aparta tu pie del mal.
27Wijk niet af naar rechts of naar links, Houd uw voet verre van het kwaad.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.