Приповісток
Chapter 30
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Приповісток 30

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Се слова Агура, сина Якейового, — слова вдуновені, що сказав їх сей чоловік Ітіїлові й Укалові:
1Woorden van Agoer, den zoon van Jake, uit Massa De mens spreekt: Ik heb mij afgemat, o God; Ik heb mij afgemat, o God; ik ben op!
2Справдї, я більший невіжа, нїж хто небудь зміж людей, і мудростї людської нема в менї;
2Ik ben de domste van alle mensen, Ik bezit geen mensenverstand;
3Я премудростї не вивчивсь, і знання сьвятих я не маю.
3Maar God heeft mij wijsheid geleerd Nu bezit ik kennis van den Heilige!
4Хто взійшов на небо, й зійшов із неба? Хто вітри стулив у кулацї в себе? Хто, мов в одежину, повгортав води (надземні)? Хто поставив всї земні гряницї? Яке імя йому? Яке імя синові його? Хиба ти се знаєш?
4Wie steeg ten hemel op, en daalde weer neer; Wie ving de wind in zijn holle hand; Wie bond het water in zijn mantel; Wie stelde de grenzen der aarde vast? Hoe is zijn naam, hoe de naam van zijn zoon? Zeg het mij, wanneer ge het weet.
5Всяке слово в Бога — чисте; він — охорона вповаючим на його.
5Elk woord van God is vertrouwd; Hij is een schild, voor wie op Hem bouwen.
6Не додавай нїчого до слів його, щоб він не доказав тобі твоєї неправди.
6Voeg aan zijn woorden niets toe, Anders berispt Hij u, en blijkt ge een leugenaar.
7Двох речей прошу я в тебе, не відкажи менї, покіль я умру:
7Twee dingen wil ik van U vragen, Weiger mij die niet, eer ik sterf:
8Марноту й неправду держи далеко від мене; нї злиднїв нї багацтва не давай менї, а живи тілько щоденним хлїбом,
8Onwaarheid en leugentaal, Houd ze verre van mij! Geef mij armoede noch rijkdom, Maar schenk mij het voedsel, dat ik nodig heb,
9Щоб я, не голоден, не відрікся тебе, кажучи: Хто менї Господь? а в злиднях не став красти, а відтак не призивав імя Бога мого марно.
9Opdat ik U in mijn overvloed niet verloochene En zeggen durf: “Wie is Jahweh!” Of in mijn armoede niet tot stelen kom, En mij vergrijp aan de Naam van mijn God.
10Не прискаржуй злобно раба перед його паном, щоб той не прокляв тебе, й ти не провинився.
10Belaster een knecht niet bij zijn meester; Anders vloekt hij u, en boet gij ervoor.
11Є такі, що проклинають і рідного батька; є, що не благословляють і рідної неньки.
11Wee het geslacht, dat zijn vader vloekt, En zijn moeder niet eert;
12Є такі, що в себе в очах чистими здаються, хоч вони не вмиті з поганї своєї.
12Het geslacht, dat zich onschuldig waant, Maar niet eens is schoongewassen van zijn vuil;
13Є такі, що в гору глядять очима, геть то піднімають повіки свої.
13Het geslacht dat uit de hoogte neerziet, En de wenkbrauwen optrekt;
14Є такі, що в них зуби, як мечі, а челюстї — ножі, щоб убогих пожирати і злиденних їсти.
14Het geslacht, met tanden als zwaarden En kiezen als messen, Om den arme van de aarde weg te vreten, En den behoeftige weg van zijn grond.
15Ненаситність дві дочки має: „давай, давай!‟ А навіть — три ненаситні, ба й четверта не скаже: годї!
15De bloedzuiger heeft twee dochters, Ze heten: Hap, hap! Drie dingen zijn niet te verzadigen; Vier dingen zeggen nimmer: genoeg!
16Преисподня та й утроба неплодна: пісковина, що води несита, земля, що поливаннєм, та огонь, що не скаже: годї!
16De onderwereld, De onvruchtbare moederschoot, Het land, dat water te kort komt, Het vuur, dat nooit “genoeg” zegt.
17Око, що поругає батька й не знає покори перед матїррю, нехай виклюють ворони на ріцї й вижруть орлята.
17Een oog, dat met vader spot, En met de gehoorzaamheid aan moeder lacht: De raven van het dal zullen het uitpikken, De jonge arenden het opvreten.
18Троє річей дивовижних на сьвітї про мене, ба чотирох я не розумію;
18Drie dingen zijn mij te wonderlijk, Vier dingen begrijp ik niet:
19Шлях в орла під небесами; дорога гадини на скелї; дорога корабля на морі, й дороги мужчини до дївчини.
19De weg van een arend door de lucht, De weg van een slang over de rots, De weg van een schip midden door zee, En de weg van een man naar een meisje.
20Та й у перелюбницї стежка такова ж: вдовольнилась, обтерла рот собі, та й каже: Я ж нїчого поганого не зробила!
20Maar dit is de weg van een overspelige vrouw: Ze eet, veegt zich de mond af, En zegt: Ik heb geen kwaad gedaan.
21Під трома земля трясеться, ба чотирьох здержати не може:
21Onder drie dingen beeft de aarde, Onder vier dingen houdt ze het niet uit:
22Раба, що зацарює; безглуздого, як пожитку має доволї,
22Onder een slaaf, wanneer hij koning wordt; Onder een dwaas, als hij genoeg te eten heeft;
23Плюгаву женщину, коли заміж вийде, і служебку, як займе місце господинї своєї.
23Onder een oude vrijster, die nog een man vindt; En onder een slavin, die haar meesteres verdringt
24А ось чотирі малі на землї, що мудрійші над мудрих;
24Vier dingen zijn de kleinste op aarde; Toch zijn ze wijzen te slim af!
25Мурашки, — народ слабонький, а лїтом наготовлюють запаси собі;
25De mieren: het is een volk zonder kracht, Maar ‘s zomers vergaart het zijn voedsel;
26Миші, — народ слабосилок, а на скелях хати собі будують;
26De klipdassen: het zijn zwakke dieren, Maar ze hebben hun hol in de rots;
27В сарани царя немає, а вся вона, мов військо, полками виходить;
27De sprinkhanen: ze hebben geen koning, Maar hun zwerm trekt ordelijk uit;
28Павук лапками спираєсь, та він і в палатах у царя буває.
28Een hagedis: ze laat zich met de handen vatten, Maar ze woont in de paleizen des konings.
29А сї троє мають ходу стрійну, ба, четверо гордо виступають:
29Drie dingen hebben een statige tred; Vier dingen hebben een statige gang:
30Лев, — силач між зьвірами, нїкому не вступить; кінь і козел, та царь серед свого народу.
30Een leeuw, de held onder de dieren, Voor niets schrikt hij terug;
31Коли ти, загнавшись в лютостї, зробив безумство коли, та знов замислив недобре, то затули уста рукою;
31Een haan, die trots voor de kippen uitloopt; Een bok, die de geiten voorafgaat; Een koning aan het hoofd van zijn troepen.
32Бо, як збиваннє молока дає масло, а удар у ніс виводить кров, так і розбуджений гнїв виводить сварку.
32Moogt ge dwaas zijn of verstandig: Als ge u verheffen wilt, hand op de mond!
no verse 33 in this text
33Want een druk op melk geeft boter, Een druk op de neus geeft bloed, Een druk op de gramschap geeft twist!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.