Приповісток 25
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І се теж приповістки Соломонові, що їх позбірали вчені мужі Езекії, царя Юдейського:
1Ook de volgende spreuken zijn van Salomon; ze zijn verzameld door de beambten van Ezekias, den koning van Juda.
2Господня слава в тому, щоб справи в тайнї скривати, а честь царів — розвідувати дїло.
2Het is de glorie van God, iets verborgen te houden, De glorie der koningen, het uit te zoeken.
3Як неба висота й землї глибина, так серце у царів — невідоме.
3Zoals de hoogte der hemelen, en de diepte der aarde, Zo is ook het hart der koningen: ondoorgrondelijk.
4Віддїли жужелицю від срібла, а вийде у срібленника (чистий) посуд:
4Worden de slakken uit het zilver verwijderd, Dan slaagt de kunstenaar in zijn werk;
5Віддали од царя неправедника, а правдою престол його стояти буде.
5Verjaagt men de bozen uit de tegenwoordigheid van den koning, Dan staat zijn troon door rechtvaardigheid sterk.
6Не величайсь перед царем і на місцї для князїв не становись;
6Dring u niet op bij den koning, En ga niet staan op de plaats van voornamen;
7Бо красше, коли тобі скажуть: „Ходи сюди висше‟, анїж би тебе понижено перед значним, що його вбачали очі твої.
7Het is beter, dat men tot u zegt: “Neem hier plaats, hogerop,” Dan dat men u voor een aanzienlijke vernedert. Wat uw ogen hebben gezien,
8Судитись не хапайсь, бо що робити будеш, як вкінцї супротивник твій засоромить тебе?
8Moet ge niet terstond voor het gerecht gaan brengen; Wat zult ge na afloop doen, Als uw naaste u in het ongelijk heeft gesteld?
9Судися з противником твоїм, але тайни його не зраджуй,
9Beslecht uw eigen zaak met den naaste, Maar maak daarbij het geheim van een derde niet openbaar;
10Щоб хто не насьміявсь із тебе, се почувши, а тодї неслава твоя все буде на тобі.
10Anders zal hij, die het hoort, u beschimpen, En houdt ge voor altijd een slechte naam.
11Як золоті яблочка на прозорій срібній тарілцї, так слово, сказане до ладу.
11Gouden vruchten op zilveren schalen: Zijn woorden, te pas gesproken.
12Як перстень золотий, й дорога прикраса, так мудрий докірник уважному уху.
12Een gouden ring en een sieraad van edel metaal: Is een wijs vermaner voor een luisterend oor.
13Чим у жнива снїжна прохолода, тим є вірний посланець тому, хто його послав; він приносить відраду душі свого пана.
13Als koele sneeuw bij de hitte van de oogst Is een trouwe bode voor hem, die hem stuurt: Hij fleurt zijn meester weer op.
14Як хмари й вітри без дощу, так чоловік, що голосно говорить про дарунки, яких не дає.
14Wolken en wind, en toch geen regen: Dat is iemand, die praalt op een gift, waar toch niets van komt.
15Лагідність прихиляє ласку вельможних, і мягкий язик ломить тверду кістку.
15Door lankmoedigheid laat een vorst zich vermurwen, Milde taal breekt beenderen stuk.
16Коли знайшов ти мед, так їж до схочу, та гляди, щоб з переситу не довелось, його вернути.
16Hebt ge honing gevonden, eet dan niet meer dan ge aan kunt; Anders staat het u tegen, en geeft ge het over.
17Не вельми то вчащай до дому твого друга, а то переситиш його й станеш ненавистним.
17Kom niet te dikwijls in het huis van uw naaste; Anders krijgt hij genoeg van u, en gaat hij u haten.
18Що молот і меч та гострая стріла, те чоловік, що ложно сьвідчить на ближнього свого.
18Een knots, een zwaard en een scherpe pijl: Is iemand, die valse getuigenis geeft tegen zijn naaste.
19Що зуб спорохнїлий та нога болюча, те саме надїя на невірного в день нужди.
19Een slechte tand en een zwikkende voet: Is de steun van een trouweloze in moeilijke tijden.
20Роздягти в день холодний, й налити оцту в рану, — все одно, що сьпівати піснї зжуреному серцю.
20Als azijn op hoofdzeer Zo werkt het zingen van liederen op een slecht humeur.
21Голоден ворог твій, ти хлїбом нагодуй; а хоче пити він, подай води напитись;
21Heeft uw vijand honger, geef hem brood te eten, Heeft hij dorst, laat hem water drinken;
22Тим бо збереш жарюче углє на голову йому, й Господь се нагородить тобі.
22Zo stapelt ge vurige kolen op zijn hoofd, En Jahweh zal het u vergelden.
23Північний вітер дощ наганяє, а потайний язик сердиті лиця робить.
23Noordenwind brengt een stortvloed, Een geniepige tong maakt boze gezichten.
24Лїпше жити в кутку на крівлї, нїж з жоною сварливою у широкій хатї.
24Beter te wonen op de punt van het dak, Dan met een snibbige vrouw in de echtelijke woning.
25Як прихолодная вода душї у згазї, так добра звістка з далекої країни.
25Een koele dronk voor een dorstige keel: Is goede tijding uit een ver land.
26Як скаломучений колодїзь чи криниця, так правий, що тремтить перед безбожним.
26Een bedorven bron, een vervuilde wel: Is een rechtvaardige, die voor den boze wankelt.
27Як нездорово їсти надто много меду, так добуватись слави — не є славою.
27Te veel honing eten is niet gezond; Wees daarom spaarzaam met vleiende woorden.
28Що місто отворене й без муру, те — чоловік, що не панує над духом своїм у мові.
28Als een stad met een bres, zonder muren: Is iemand zonder zelfbeheersing.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.