מִשְׁלֵי

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 25
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

מִשְׁלֵי 25

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1גם אלה משלי שלמה אשר העתיקו אנשי חזקיה מלך יהודה׃
1Ook de volgende spreuken zijn van Salomon; ze zijn verzameld door de beambten van Ezekias, den koning van Juda.
2כבד אלהים הסתר דבר וכבד מלכים חקר דבר׃
2Het is de glorie van God, iets verborgen te houden, De glorie der koningen, het uit te zoeken.
3שמים לרום וארץ לעמק ולב מלכים אין חקר׃
3Zoals de hoogte der hemelen, en de diepte der aarde, Zo is ook het hart der koningen: ondoorgrondelijk.
4הגו סיגים מכסף ויצא לצרף כלי׃
4Worden de slakken uit het zilver verwijderd, Dan slaagt de kunstenaar in zijn werk;
5הגו רשע לפני מלך ויכון בצדק כסאו׃
5Verjaagt men de bozen uit de tegenwoordigheid van den koning, Dan staat zijn troon door rechtvaardigheid sterk.
6אל תתהדר לפני מלך ובמקום גדלים אל תעמד׃
6Dring u niet op bij den koning, En ga niet staan op de plaats van voornamen;
7כי טוב אמר לך עלה הנה מהשפילך לפני נדיב אשר ראו עיניך׃
7Het is beter, dat men tot u zegt: “Neem hier plaats, hogerop,” Dan dat men u voor een aanzienlijke vernedert. Wat uw ogen hebben gezien,
8אל תצא לרב מהר פן מה תעשה באחריתה בהכלים אתך רעך׃
8Moet ge niet terstond voor het gerecht gaan brengen; Wat zult ge na afloop doen, Als uw naaste u in het ongelijk heeft gesteld?
9ריבך ריב את רעך וסוד אחר אל תגל׃
9Beslecht uw eigen zaak met den naaste, Maar maak daarbij het geheim van een derde niet openbaar;
10פן יחסדך שמע ודבתך לא תשוב׃
10Anders zal hij, die het hoort, u beschimpen, En houdt ge voor altijd een slechte naam.
11תפוחי זהב במשכיות כסף דבר דבר על אפניו׃
11Gouden vruchten op zilveren schalen: Zijn woorden, te pas gesproken.
12נזם זהב וחלי כתם מוכיח חכם על אזן שמעת׃
12Een gouden ring en een sieraad van edel metaal: Is een wijs vermaner voor een luisterend oor.
13כצנת שלג ביום קציר ציר נאמן לשלחיו ונפש אדניו ישיב׃
13Als koele sneeuw bij de hitte van de oogst Is een trouwe bode voor hem, die hem stuurt: Hij fleurt zijn meester weer op.
14נשיאים ורוח וגשם אין איש מתהלל במתת שקר׃
14Wolken en wind, en toch geen regen: Dat is iemand, die praalt op een gift, waar toch niets van komt.
15בארך אפים יפתה קצין ולשון רכה תשבר גרם׃
15Door lankmoedigheid laat een vorst zich vermurwen, Milde taal breekt beenderen stuk.
16דבש מצאת אכל דיך פן תשבענו והקאתו׃
16Hebt ge honing gevonden, eet dan niet meer dan ge aan kunt; Anders staat het u tegen, en geeft ge het over.
17הקר רגלך מבית רעך פן ישבעך ושנאך׃
17Kom niet te dikwijls in het huis van uw naaste; Anders krijgt hij genoeg van u, en gaat hij u haten.
18מפיץ וחרב וחץ שנון איש ענה ברעהו עד שקר׃
18Een knots, een zwaard en een scherpe pijl: Is iemand, die valse getuigenis geeft tegen zijn naaste.
19שן רעה ורגל מועדת מבטח בוגד ביום צרה׃
19Een slechte tand en een zwikkende voet: Is de steun van een trouweloze in moeilijke tijden.
20מעדה בגד ביום קרה חמץ על נתר ושר בשרים על לב רע׃
20Als azijn op hoofdzeer Zo werkt het zingen van liederen op een slecht humeur.
21אם רעב שנאך האכלהו לחם ואם צמא השקהו מים׃
21Heeft uw vijand honger, geef hem brood te eten, Heeft hij dorst, laat hem water drinken;
22כי גחלים אתה חתה על ראשו ויהוה ישלם לך׃
22Zo stapelt ge vurige kolen op zijn hoofd, En Jahweh zal het u vergelden.
23רוח צפון תחולל גשם ופנים נזעמים לשון סתר׃
23Noordenwind brengt een stortvloed, Een geniepige tong maakt boze gezichten.
24טוב שבת על פנת גג מאשת מדונים ובית חבר׃
24Beter te wonen op de punt van het dak, Dan met een snibbige vrouw in de echtelijke woning.
25מים קרים על נפש עיפה ושמועה טובה מארץ מרחק׃
25Een koele dronk voor een dorstige keel: Is goede tijding uit een ver land.
26מעין נרפש ומקור משחת צדיק מט לפני רשע׃
26Een bedorven bron, een vervuilde wel: Is een rechtvaardige, die voor den boze wankelt.
27אכל דבש הרבות לא טוב וחקר כבדם כבוד׃
27Te veel honing eten is niet gezond; Wees daarom spaarzaam met vleiende woorden.
28עיר פרוצה אין חומה איש אשר אין מעצר לרוחו׃
28Als een stad met een bres, zonder muren: Is iemand zonder zelfbeheersing.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.