מִשְׁלֵי

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 5
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

מִשְׁלֵי 5

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1בני לחכמתי הקשיבה לתבונתי הט אזנך׃
1Mijn zoon, schenk uw aandacht aan mijn wijsheid, Neig uw oor tot mijn inzicht;
2לשמר מזמות ודעת שפתיך ינצרו׃
2Dat overleg en ervaring u mogen behoeden, En u bewaren voor de lippen van een vreemde vrouw.
3כי נפת תטפנה שפתי זרה וחלק משמן חכה׃
3Want al druipen de lippen der vreemde van honing, En is haar gehemelte gladder dan olie,
4ואחריתה מרה כלענה חדה כחרב פיות׃
4Ten slotte is zij bitter als alsem, En scherp als een tweesnijdend zwaard.
5רגליה ירדות מות שאול צעדיה יתמכו׃
5Haar voeten dalen af naar de dood, Tot de onderwereld leiden haar schreden;
6ארח חיים פן תפלס נעו מעגלתיה לא תדע׃
6Ze bakent de weg des levens niet af, Maar haar paden kronkelen ongemerkt!
7ועתה בנים שמעו לי ואל תסורו מאמרי פי׃
7Welnu dan kinderen, luistert naar mij, Keert u niet af van mijn woorden.
8הרחק מעליה דרכך ואל תקרב אל פתח ביתה׃
8Houd uw weg verre van haar, Nader niet tot de deur van haar huis:
9פן תתן לאחרים הודך ושנתיך לאכזרי׃
9Anders moet ge aan anderen uw frisheid afstaan, Uw jaren offeren aan een ongenadig mens
10פן ישבעו זרים כחך ועצביך בבית נכרי׃
10Verrijken zich vreemden met uw vermogen, En komt uw zuurverdiend loon in het huis van een ander.
11ונהמת באחריתך בכלות בשרך ושארך׃
11Dan slaat ge ten slotte aan ‘t jammeren, En moet ge, als heel uw lichaam op is, bekennen:
12ואמרת איך שנאתי מוסר ותוכחת נאץ לבי׃
12Hoe heb ik toch de tucht kunnen haten, En de vermaning in de wind kunnen slaan?
13ולא שמעתי בקול מורי ולמלמדי לא הטיתי אזני׃
13Waarom heb ik niet geluisterd naar hen, die mij onderwezen, Geen aandacht geschonken aan hen, die mij leerden?
14כמעט הייתי בכל רע בתוך קהל ועדה׃
14Nu hebben mij haast alle rampen getroffen Midden in de kring van mijn volk!
15שתה מים מבורך ונזלים מתוך בארך׃
15Drink water uit uw eigen bron, Een koele dronk uit uw eigen put
16יפוצו מעינתיך חוצה ברחבות פלגי מים׃
16Zoudt ge úw wellen over de rand laten stromen, Uw watergolven over de straten?
17יהיו לך לבדך ואין לזרים אתך׃
17Néén, u alleen behoren zij toe, Niet aan vreemden nevens u.
18יהי מקורך ברוך ושמח מאשת נעורך׃
18Houd dus uw bron voor u zelf, En geniet van de vrouw uwer jeugd:
19אילת אהבים ויעלת חן דדיה ירוך בכל עת באהבתה תשגה תמיד׃
19Die aanminnige hinde, Die bevallige gems; Haar borsten mogen u ten allen tijde bevredigen. Aan haar liefde moogt ge u voortdurend bedwelmen.
20ולמה תשגה בני בזרה ותחבק חק נכריה׃
20Waarom, mijn zoon, zoudt ge u aan een vreemde te buiten gaan, De boezem strelen van een onbekende?
21כי נכח עיני יהוה דרכי איש וכל מעגלתיו מפלס׃
21Voor de ogen van Jahweh liggen de wegen van iedereen open, Hij let op de paden van allen:
22עוונותיו ילכדנו את הרשע ובחבלי חטאתו יתמך׃
22De boze wordt in zijn eigen wandaden verstrikt, In de banden van zijn zonden gevangen;
23הוא ימות באין מוסר וברב אולתו ישגה׃
23Zijn losbandigheid brengt hem om het leven, Door zijn vele dwaasheden komt hij om.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.