מִשְׁלֵי

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 22
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

מִשְׁלֵי 22

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1נבחר שם מעשר רב מכסף ומזהב חן טוב׃
1Een goede naam is meer waard dan een groot vermogen, Bemind te zijn is beter dan zilver en goud.
2עשיר ורש נפגשו עשה כלם יהוה׃
2Rijk en arm ontmoeten elkaar, Jahweh is hun aller Schepper.
3ערום ראה רעה ויסתר ופתיים עברו ונענשו׃
3De wijze ziet onheil en trekt zich terug; De onnozelen lopen door, en moeten ervoor boeten.
4עקב ענוה יראת יהוה עשר וכבוד וחיים׃
4Het loon voor ootmoed en vreze voor Jahweh Is rijkdom, aanzien en leven.
5צנים פחים בדרך עקש שומר נפשו ירחק מהם׃
5Doornen en strikken liggen op de weg van den valsaard; Wie zijn leven liefheeft, blijft er ver vandaan.
6חנך לנער על פי דרכו גם כי יזקין לא יסור ממנה׃
6Oefen kinderen in de weg, die ze moeten gaan, Dan wijken ze ook in hun ouderdom er niet van af.
7עשיר ברשים ימשול ועבד לוה לאיש מלוה׃
7Wie rijk is, heerst over de armen; Wie leent, wordt de slaaf van wie uitleent.
8זורע עולה יקצור און ושבט עברתו יכלה׃
8Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten; De vrucht van zijn arbeid gaat te niet.
9טוב עין הוא יברך כי נתן מלחמו לדל׃
9Een vriendelijk mens wordt gezegend, Want hij deelt met den arme zijn brood.
10גרש לץ ויצא מדון וישבת דין וקלון׃
10Jaag den spotter weg, en het twisten houdt op, Er komt een eind aan vechten en schimpen.
11אהב טהור לב חן שפתיו רעהו מלך׃
11De zuivere van harte wordt door Jahweh bemind, De vleier is de vriend van den koning.
12עיני יהוה נצרו דעת ויסלף דברי בגד׃
12De ogen van Jahweh houden vol kennis de wacht; Hij verijdelt de woorden van den zondaar.
13אמר עצל ארי בחוץ בתוך רחבות ארצח׃
13De luiaard zegt: Buiten loopt een leeuw, Midden op straat word ik nog verscheurd!
14שוחה עמקה פי זרות זעום יהוה יפול שם׃
14Een diepe kuil is de mond van vreemde vrouwen; Op wien Jahweh vertoornd is, die valt erin.
15אולת קשורה בלב נער שבט מוסר ירחיקנה ממנו׃
15Al zit de dwaasheid in het hart van een kind geworteld, De tuchtroede haalt ze er uit!
16עשק דל להרבות לו נתן לעשיר אך למחסור׃
16Wie een arme verdrukt, brengt hem voordeel; Wie aan een rijkaard iets geeft, veroorzaakt gebrek
17הט אזנך ושמע דברי חכמים ולבך תשית לדעתי׃
17Woorden van wijzen Neig uw oor en luister naar mijn woorden; Zet uw aandacht erop, om ze te leren kennen.
18כי נעים כי תשמרם בבטנך יכנו יחדו על שפתיך׃
18Het is goed, als ge ze ter harte neemt, En ze allen bestendig op uw lippen hebt.
19להיות ביהוה מבטחך הודעתיך היום אף אתה׃
19Opdat ge in Jahweh uw vertrouwen moogt stellen, Maak ik ze heden bekend, ook aan u!
20הלא כתבתי לך שלשום במועצות ודעת׃
20Een dertigtal heb ik er voor u opgeschreven: Ze bevatten goede raad en ervaring;
21להודיעך קשט אמרי אמת להשיב אמרים אמת לשלחיך׃
21Ze leren u de waarheid en betrouwbare woorden, Zodat ge een goed antwoord kunt geven aan hen die u ondervragen
22אל תגזל דל כי דל הוא ואל תדכא עני בשער׃
22Buit een arme niet uit, omdat hij arm is, Trap in de poort niet op den kleinen man;
23כי יהוה יריב ריבם וקבע את קבעיהם נפש׃
23Want Jahweh zal het voor hen opnemen, En die hèn beroven, van het leven beroven.
24אל תתרע את בעל אף ואת איש חמות לא תבוא׃
24Sluit geen vriendschap met een driftkop, Laat u niet in met een heethoofd;
25פן תאלף ארחתו ולקחת מוקש לנפשך׃
25Anders raakt ge vertrouwd met hun wegen, En zet ge een valstrik voor uzelf.
26אל תהי בתקעי כף בערבים משאות׃
26Behoor niet tot hen, die handslag geven, En borg blijven voor schulden;
27אם אין לך לשלם למה יקח משכבך מתחתיך׃
27Als ge niets hebt om te betalen, Haalt men het bed onder u weg.
28אל תסג גבול עולם אשר עשו אבותיך׃
28Raak niet aan de eeuwenoude grenzen, Die uw voorvaderen hebben getrokken.
29חזית איש מהיר במלאכתו לפני מלכים יתיצב בל יתיצב לפני חשכים׃
29Ziet ge iemand die handig is met zijn werk, Hij komt bij koningen in dienst; Het gewone volk hoeft hij niet te dienen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.