מִשְׁלֵי

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 10
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

מִשְׁלֵי 10

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1משלי שלמה בן חכם ישמח אב ובן כסיל תוגת אמו׃
1Spreuken van Salomon. Een verstandig kind is een vreugde voor zijn vader; Een kind, dat niet oppast, bezorgt zijn moeder verdriet.
2לא יועילו אוצרות רשע וצדקה תציל ממות׃
2Oneerlijk verkregen rijkdom zal niet baten, Alleen de rechtvaardigheid redt uit de dood.
3לא ירעיב יהוה נפש צדיק והות רשעים יהדף׃
3Jahweh zal een rechtvaardige geen honger doen lijden, Maar de begeerlijkheid der bozen wijst Hij af.
4ראש עשה כף רמיה ויד חרוצים תעשיר׃
4Een vadsige hand kweekt armoe, De hand der vlijtigen maakt rijk.
5אגר בקיץ בן משכיל נרדם בקציר בן מביש׃
5Wie in de zomer voorraad opdoet, is wijs; Wie in de oogsttijd slaapt, wordt beschaamd.
6ברכות לראש צדיק ופי רשעים יכסה חמס׃
6Zegen rust op het hoofd van den rechtvaardige, Maar geweld zal het gezicht der bozen bedekken
7זכר צדיק לברכה ושם רשעים ירקב׃
7De nagedachtenis van den rechtvaardige wordt gezegend, De naam der bozen vervloekt.
8חכם לב יקח מצות ואויל שפתים ילבט׃
8Wie wijs is van harte, neemt voorschriften aan; Wie dwaze dingen zegt, komt ten val.
9הולך בתם ילך בטח ומעקש דרכיו יודע׃
9Hij gaat veilig, die onberispelijk wandelt; Maar wie zich op dwaalwegen waagt, wordt betrapt.
10קרץ עין יתן עצבת ואויל שפתים ילבט׃
10Wie een oogje toedoet, veroorzaakt droefheid; Wie vrijmoedig terechtwijst, sticht vrede.
11מקור חיים פי צדיק ופי רשעים יכסה חמס׃
11Een bron van leven is de mond van den rechtvaardige, De mond der bozen verbergt geweld.
12שנאה תעורר מדנים ועל כל פשעים תכסה אהבה׃
12De haat verwekt twist, Maar de liefde bedekt alle overtredingen.
13בשפתי נבון תמצא חכמה ושבט לגו חסר לב׃
13Op de lippen van een wijze vindt men wijsheid, Op de rug van een onverstandig mens dient de stok.
14חכמים יצפנו דעת ופי אויל מחתה קרבה׃
14Wijzen houden de kennis voor zich, Maar de mond van een dwaas is een dreigend onheil.
15הון עשיר קרית עזו מחתת דלים רישם׃
15Het bezit is voor den rijke een sterke burcht, De armoede voor de behoeftigen een ongeluk.
16פעלת צדיק לחיים תבואת רשע לחטאת׃
16Wat een rechtvaardige verdient, strekt ten leven; Maar de winst van een boze tot zonde.
17ארח לחיים שומר מוסר ועוזב תוכחת מתעה׃
17Wie de tucht in ere houdt, betreedt de weg ten leven; Wie vermaningen in de wind slaat, verdwaalt.
18מכסה שנאה שפתי שקר ומוצא דבה הוא כסיל׃
18Eerlijke lippen houden hatelijkheden binnen; Wie lasterpraatjes verspreidt, is een dwaas.
19ברב דברים לא יחדל פשע וחשך שפתיו משכיל׃
19In een vloed van woorden wordt licht een fout begaan; Wijs dus hij, die zijn lippen opeenknijpt!
20כסף נבחר לשון צדיק לב רשעים כמעט׃
20Het fijnste zilver is de tong van een rechtvaardige, Het hart der bozen is weinig waard.
21שפתי צדיק ירעו רבים ואוילים בחסר לב ימותו׃
21De lippen van een rechtvaardige kunnen velen leiden, Maar de bozen gaan aan hun onverstand dood.
22ברכת יהוה היא תעשיר ולא יוסף עצב עמה׃
22Het is de zegen van Jahweh, die rijk maakt; Eigen beslommering voegt er niets aan toe.
23כשחוק לכסיל עשות זמה וחכמה לאיש תבונה׃
23Voor den dwaze is kwaaddoen een genot, Voor een man van inzicht het betrachten van wijsheid.
24מגורת רשע היא תבואנו ותאות צדיקים יתן׃
24Wat de boze ducht, dat overkomt hem; Wat een rechtvaardige verlangt, wordt hem geschonken.
25כעבור סופה ואין רשע וצדיק יסוד עולם׃
25Steekt er een storm op, dan is de boze verdwenen; Maar de rechtvaardige staat blijvend vast.
26כחמץ לשנים וכעשן לעינים כן העצל לשלחיו׃
26Azijn voor de tanden en rook voor de ogen, Dàt is de luiaard voor wie hem een boodschap laat doen.
27יראת יהוה תוסיף ימים ושנות רשעים תקצרנה׃
27Het ontzag voor Jahweh verlengt het leven, Maar de jaren der bozen zijn kort.
28תוחלת צדיקים שמחה ותקות רשעים תאבד׃
28De hoop der rechtvaardigen eindigt in vreugde, De verwachting der bozen loopt uit op niets.
29מעוז לתם דרך יהוה ומחתה לפעלי און׃
29Jahweh is een steun voor wie onberispelijk wandelen, Maar een verschrikking voor allen, die kwaad doen.
30צדיק לעולם בל ימוט ורשעים לא ישכנו ארץ׃
30De rechtvaardige zal in der eeuwigheid niet wankelen, De bozen zullen de aarde niet blijven bewonen.
31פי צדיק ינוב חכמה ולשון תהפכות תכרת׃
31De mond van een rechtvaardige brengt wijsheid voort, Maar een sluwe tong wordt uitgerukt.
32שפתי צדיק ידעון רצון ופי רשעים תהפכות׃
32De lippen van een rechtvaardige weten wat welgevallig is, Maar de mond der bozen heeft slinkse streken.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.