מִשְׁלֵי

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 29
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

מִשְׁלֵי 29

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1איש תוכחות מקשה ערף פתע ישבר ואין מרפא׃
1Iemand die hardnekkig blijft, ondanks vermaning, Wordt plotseling onherstelbaar gebroken.
2ברבות צדיקים ישמח העם ובמשל רשע יאנח עם׃
2Als rechtvaardigen heersen, verheugt zich het volk; Als de boze regeert, zuchten de mensen.
3איש אהב חכמה ישמח אביו ורעה זונות יאבד הון׃
3Een man, die de wijsheid liefheeft, is een vreugde voor zijn vader; Wie zich ophoudt met deernen, verkwist zijn vermogen.
4מלך במשפט יעמיד ארץ ואיש תרומות יהרסנה׃
4Door rechtvaardigheid houdt een koning het land in stand; Wie veel belastingen heft, put het uit.
5גבר מחליק על רעהו רשת פורש על פעמיו׃
5Iemand die zijn naaste vleit, Spant een strik voor zijn voeten.
6בפשע איש רע מוקש וצדיק ירון ושמח׃
6Op het pad van een booswicht ligt een valstrik, Maar de rechtvaardige loopt vrolijk voort.
7ידע צדיק דין דלים רשע לא יבין דעת׃
7De rechtvaardige houdt rekening met de rechten der armen, De boze echter verstaat geen reden.
8אנשי לצון יפיחו קריה וחכמים ישיבו אף׃
8Spotters steken een stad in brand, Wijzen bedaren het oproer.
9איש חכם נשפט את איש אויל ורגז ושחק ואין נחת׃
9Als een dwaas een rechtszaak heeft met een wijze, Is hij luidruchtig en vrolijk, maar heeft geen rust.
10אנשי דמים ישנאו תם וישרים יבקשו נפשו׃
10Bloeddorstige mensen haten den deugdzame, De goeden zijn bezorgd voor zijn leven.
11כל רוחו יוציא כסיל וחכם באחור ישבחנה׃
11De dwaas laat zijn toorn de vrije loop, De wijze houdt zijn gramschap inl.
12משל מקשיב על דבר שקר כל משרתיו רשעים׃
12Als een vorst geloof schenkt aan leugentaal, Worden al zijn dienaren slecht.
13רש ואיש תככים נפגשו מאיר עיני שניהם יהוה׃
13Een arme en een geldschieter ontmoeten elkaar: Jahweh schenkt beiden het licht der ogen.
14מלך שופט באמת דלים כסאו לעד יכון׃
14Als een koning de armen billijk behandelt, Staat zijn troon voor altijd sterk.
15שבט ותוכחת יתן חכמה ונער משלח מביש אמו׃
15Een stok en een vermaning schenken wijsheid; Een kind, dat aan zichzelf is overgelaten, maakt zijn moeder te schande.
16ברבות רשעים ירבה פשע וצדיקים במפלתם יראו׃
16Als de bozen regeren, tiert de misdaad; Als zij vallen, zien de rechtvaardigen met vreugde toe.
17יסר בנך ויניחך ויתן מעדנים לנפשך׃
17Tuchtig uw zoon, dan geeft hij u rust, En bezorgt hij u vreugde.
18באין חזון יפרע עם ושמר תורה אשרהו׃
18Is er geen openbaring dan verwildert het volk; Gelukkig is het, als het de Wet onderhoudt!
19בדברים לא יוסר עבד כי יבין ואין מענה׃
19Niet met woorden alleen moet ge een slaaf vermanen; Hij verstaat ze wel, maar doet er niet naar.
20חזית איש אץ בדבריו תקוה לכסיל ממנו׃
20Ziet ge iemand, die overijld spreekt: Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem.
21מפנק מנער עבדו ואחריתו יהיה מנון׃
21Wie zijn slaaf van jongsaf verwent, Wordt tenslotte met ondank beloond.
22איש אף יגרה מדון ובעל חמה רב פשע׃
22Een opvliegend karakter sticht ruzie, Een driftkop misdraagt zich vaak.
23גאות אדם תשפילנו ושפל רוח יתמך כבוד׃
23Hoogmoed brengt een mens ten val, Ootmoed brengt hem tot eer.
24חולק עם גנב שונא נפשו אלה ישמע ולא יגיד׃
24Wie met een dief deelt, is zijn eigen vijand: Omdat hij de vloek hoort, en de zaak toch niet aangeeft
25חרדת אדם יתן מוקש ובוטח ביהוה ישגב׃
25Menselijk opzicht spant een strik; Maar wie op Jahweh vertrouwt, is veilig.
26רבים מבקשים פני מושל ומיהוה משפט איש׃
26Velen dingen naar de gunst van den koning, Maar Jahweh geeft ieder wat hem toekomt.
27תועבת צדיקים איש עול ותועבת רשע ישר דרך׃
27De rechtvaardigen hebben een afschuw van zondaars, De bozen een afschuw van een eerlijk man. Aanhangsel. Woorden van Agoer.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.