箴言
Chapter 29
Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1人屢次受責罰,仍然硬着頸項; 他必頃刻敗壞,無法可治。
1Iemand die hardnekkig blijft, ondanks vermaning, Wordt plotseling onherstelbaar gebroken.
2義人增多,民就喜樂; 惡人掌權,民就歎息。
2Als rechtvaardigen heersen, verheugt zich het volk; Als de boze regeert, zuchten de mensen.
3愛慕智慧的,使父親喜樂; 與妓女結交的,卻浪費錢財。
3Een man, die de wijsheid liefheeft, is een vreugde voor zijn vader; Wie zich ophoudt met deernen, verkwist zijn vermogen.
4王藉公平,使國堅定; 索要賄賂,使國傾敗。
4Door rechtvaardigheid houdt een koning het land in stand; Wie veel belastingen heft, put het uit.
5諂媚鄰舍的, 就是設網羅絆他的腳。
5Iemand die zijn naaste vleit, Spant een strik voor zijn voeten.
6惡人犯罪,自陷網羅; 惟獨義人歡呼喜樂。
6Op het pad van een booswicht ligt een valstrik, Maar de rechtvaardige loopt vrolijk voort.
7義人知道查明窮人的案; 惡人沒有聰明,就不得而知。
7De rechtvaardige houdt rekening met de rechten der armen, De boze echter verstaat geen reden.
8褻慢人煽惑通城; 智慧人止息眾怒。
8Spotters steken een stad in brand, Wijzen bedaren het oproer.
9智慧人與愚妄人相爭, 或怒或笑,總不能使他止息。
9Als een dwaas een rechtszaak heeft met een wijze, Is hij luidruchtig en vrolijk, maar heeft geen rust.
10好流人血的,恨惡完全人, 索取正直人的性命。
10Bloeddorstige mensen haten den deugdzame, De goeden zijn bezorgd voor zijn leven.
11愚妄人怒氣全發; 智慧人忍氣含怒。
11De dwaas laat zijn toorn de vrije loop, De wijze houdt zijn gramschap inl.
12君王若聽謊言, 他一切臣僕都是奸惡。
12Als een vorst geloof schenkt aan leugentaal, Worden al zijn dienaren slecht.
13貧窮人、強暴人在世相遇; 他們的眼目都蒙耶和華光照。
13Een arme en een geldschieter ontmoeten elkaar: Jahweh schenkt beiden het licht der ogen.
14君王憑誠實判斷窮人; 他的國位必永遠堅立。
14Als een koning de armen billijk behandelt, Staat zijn troon voor altijd sterk.
15杖打和責備能加增智慧; 放縱的兒子使母親羞愧。
15Een stok en een vermaning schenken wijsheid; Een kind, dat aan zichzelf is overgelaten, maakt zijn moeder te schande.
16惡人加多,過犯也加多, 義人必看見他們跌倒。
16Als de bozen regeren, tiert de misdaad; Als zij vallen, zien de rechtvaardigen met vreugde toe.
17管教你的兒子,他就使你得安息, 也必使你心裏喜樂。
17Tuchtig uw zoon, dan geeft hij u rust, En bezorgt hij u vreugde.
18沒有異象,民就放肆; 惟遵守律法的,便為有福。
18Is er geen openbaring dan verwildert het volk; Gelukkig is het, als het de Wet onderhoudt!
19只用言語,僕人不肯受管教; 他雖然明白,也不留意。
19Niet met woorden alleen moet ge een slaaf vermanen; Hij verstaat ze wel, maar doet er niet naar.
20你見言語急躁的人嗎? 愚昧人比他更有指望。
20Ziet ge iemand, die overijld spreekt: Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem.
21人將僕人從小嬌養, 這僕人終久必成了他的兒子。
21Wie zijn slaaf van jongsaf verwent, Wordt tenslotte met ondank beloond.
22好氣的人挑啟爭端; 暴怒的人多多犯罪。
22Een opvliegend karakter sticht ruzie, Een driftkop misdraagt zich vaak.
23人的高傲必使他卑下; 心裏謙遜的,必得尊榮。
23Hoogmoed brengt een mens ten val, Ootmoed brengt hem tot eer.
24人與盜賊分贓,是恨惡自己的性命; 他聽見叫人發誓的聲音,卻不言語。
24Wie met een dief deelt, is zijn eigen vijand: Omdat hij de vloek hoort, en de zaak toch niet aangeeft
25懼怕人的,陷入網羅; 惟有倚靠耶和華的,必得安穩。
25Menselijk opzicht spant een strik; Maar wie op Jahweh vertrouwt, is veilig.
26求王恩的人多; 定人事乃在耶和華。
26Velen dingen naar de gunst van den koning, Maar Jahweh geeft ieder wat hem toekomt.
27為非作歹的,被義人憎嫌; 行事正直的,被惡人憎惡。
27De rechtvaardigen hebben een afschuw van zondaars, De bozen een afschuw van een eerlijk man. Aanhangsel. Woorden van Agoer.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.