箴言 21
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1王的心在耶和華手中, 好像隴溝的水隨意流轉。
1In Jahweh’s hand is het hart van een koning als een beekje; Hij leidt het, waarheen Hij wil.
2人所行的,在自己眼中都看為正; 惟有耶和華衡量人心。
2Al denkt de mens, dat al zijn wegen recht zijn, Het is Jahweh, die de harten toetst.
3行仁義公平 比獻祭更蒙耶和華悅納。
3Rechtvaardigheid beoefenen en billijkheid, Is Jahweh meer waard dan offers.
4惡人發達,眼高心傲, 這乃是罪。
4Een hooghartige blik, een opgeblazen hart, De aanplant der bozen is zonde
5殷勤籌劃的,足致豐裕; 行事急躁的,都必缺乏。
5De plannen van een ijverig mens brengen louter voordeel, Maar wie zich overhaast, krijgt enkel gebrek.
6用詭詐之舌求財的,就是自己取死; 所得之財乃是吹來吹去的浮雲。
6Wie met leugens schatten wil verwerven, Jaagt ijdelheid na en de strikken des doods.
7惡人的強暴必將自己掃除, 因他們不肯按公平行事。
7Bozen worden door hun gewelddaden meegesleept; Want zij weigeren, recht te doen.
8負罪之人的路甚是彎曲; 至於清潔的人,他所行的乃是正直。
8Kronkelig is de weg van een bedrieger; Wie eerlijk is, handelt oprecht.
9寧可住在房頂的角上, 不在寬闊的房屋與爭吵的婦人同住。
9Beter te wonen op de punt van het dak, Dan met een snibbige vrouw in de echtelijke woning.
10惡人的心樂人受禍; 他眼並不憐恤鄰舍。
10Een slecht karakter haakt naar kwaad; Zelfs zijn naaste vindt geen genade in zijn ogen.
11褻慢的人受刑罰,愚蒙的人就得智慧; 智慧人受訓誨,便得知識。
11Straft ge een spotter, dan wordt de onervarene wijs; Leest men een wijze de les, hij leert er nog uit.
12義人思想惡人的家, 知道惡人傾倒,必致滅亡。
12De Rechtvaardige let op het huis van den boze, En stort de boosdoeners in het verderf.
13塞耳不聽窮人哀求的, 他將來呼籲也不蒙應允。
13Wie zich doof houdt voor de smeekbede van een arme, Zal ook zelf roepen en geen antwoord krijgen.
14暗中送的禮物挽回怒氣; 懷中搋的賄賂止息暴怒。
14Toorn wordt door een stille gift ontwapend, Hevige gramschap door een geschenk in de buidel.
15秉公行義使義人喜樂, 使作孽的人敗壞。
15Dat er recht wordt gedaan, is voor den rechtvaardige een vreugde, Voor de boosdoeners een ramp.
16迷離通達道路的, 必住在陰魂的會中。
16De mens, die afdwaalt van het pad der wijsheid, Mag in de kring der schimmen uitrusten.
17愛宴樂的,必致窮乏; 好酒,愛膏油的,必不富足。
17Wie van feestvieren houdt, vervalt tot gebrek; Wie veel wijn en olie verbruikt, wordt niet rijk.
18惡人作了義人的贖價; 奸詐人代替正直人。
18De boze is een losprijs voor den rechtvaardige, Zondaars komen voor de deugdzamen in de plaats.
19寧可住在曠野, 不與爭吵使氣的婦人同住。
19Beter in een woestijn te wonen, Dan bij een snibbige en humeurige vrouw.
20智慧人家中 積蓄 寶物膏油; 愚昧人隨得來隨吞下。
20In de woning van een wijze blijven kostbare schatten, Maar de domoor jaagt ze erdoor.
21追求公義仁慈的, 就尋得生命、公義,和尊榮。
21Wie naar rechtvaardigheid en goedheid streeft, Zal leven vinden en aanzien.
22智慧人爬上勇士的城牆, 傾覆他所倚靠的堅壘。
22De wijze beklimt een stad van helden, En werpt het bolwerk neer, waarop zij vertrouwen.
23謹守口與舌的, 就保守自己免受災難。
23Wie let op zijn mond en zijn tong, Bespaart zich moeilijkheden.
24心驕氣傲的人名叫褻慢; 他行事狂妄,都出於驕傲。
24“Spotter” noemt men een overmoedig, vermetel mens, Een die handelt in mateloze trots.
25懶惰人的心願將他殺害, 因為他手不肯做工。
25Een luiaard komt nog om door zijn ondeugd, Want zijn handen weigeren te werken.
26有終日貪得無饜的; 義人施捨而不吝惜。
26Heel de dag zit de zondaar te hunkeren, Maar de rechtvaardige deelt rijkelijk uit.
27惡人的祭物是可憎的; 何況他存惡意來獻呢?
27Het offer der bozen is iets afschuwelijks; Hoeveel te meer, als hij het brengt voor een wandaad.
28作假見證的必滅亡; 惟有聽真情而言的,其言長存。
28Een leugenachtig getuige gaat te gronde; Iemand die luistert, mag altijd spreken.
29惡人臉無羞恥; 正直人行事堅定。
29Wel trekt een boosdoener een brutaal gezicht, Maar een rechtvaardige doorziet zijn gedrag.
30沒有人能以智慧、聰明、 謀略敵擋耶和華。
30Er is geen wijsheid, geen beraad, Geen verstand tegenover Jahweh.
31馬是為打仗之日預備的; 得勝乃在乎耶和華。
31Wel worden paarden getuigd voor de dag van de strijd, Maar de zege hangt van Jahweh af.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.