מִשְׁלֵי

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 27
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

מִשְׁלֵי 27

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1אל תתהלל ביום מחר כי לא תדע מה ילד יום׃
1Wil de dag van morgen niet prijzen: Ge weet niet, wat hij u brengt.
2יהללך זר ולא פיך נכרי ואל שפתיך׃
2Laat een ander u prijzen, niet uw eigen mond; Een vreemde, niet uw eigen lippen.
3כבד אבן ונטל החול וכעס אויל כבד משניהם׃
3Plomp is een steen, en zwaar het zand; Zwaarder dan beide is het humeur van een dwaas.
4אכזריות חמה ושטף אף ומי יעמד לפני קנאה׃
4Wreed is de wraak, een stortvloed de toorn; Maar wie houdt het uit voor de jaloezie?
5טובה תוכחת מגלה מאהבה מסתרת׃
5Beter een terechtwijzing in het openbaar, Dan liefde, die zich niet uit.
6נאמנים פצעי אוהב ונעתרות נשיקות שונא׃
6Goed bedoeld zijn de wonden, door een vriend geslagen; Verraderlijk de kussen van een vijand.
7נפש שבעה תבוס נפת ונפש רעבה כל מר מתוק׃
7Iemand die genoeg heeft, geeft niet om honing; Als iemand honger heeft, is al het bittere zoet.
8כצפור נודדת מן קנה כן איש נודד ממקומו׃
8Als een vogel, die uit het nest fladdert, Zo is een man, die rondzwerft ver van zijn huis.
9שמן וקטרת ישמח לב ומתק רעהו מעצת נפש׃
9Olie en wierook verheugen het hart; De raad van een vriend verblijdt de ziel.
10רעך ורעה אביך אל תעזב ובית אחיך אל תבוא ביום אידך טוב שכן קרוב מאח רחוק׃
10Laat uw eigen vriend en dien van uw vader niet in de steek; Maar betreed niet het huis van uw broeder, als het u slecht gaat, Beter een vriend dichtbij. Dan een broer veraf.
11חכם בני ושמח לבי ואשיבה חרפי דבר׃
11Mijn zoon, wees wijs, en verblijd mijn hart; Dan kan ik te woord staan hem, die mij hoont.
12ערום ראה רעה נסתר פתאים עברו נענשו׃
12De wijze ziet onheil en trekt zich terug; De onnozelen lopen door, en moeten ervoor boeten.
13קח בגדו כי ערב זר ובעד נכריה חבלהו׃
13Ontneem hem zijn kleed, want hij bleef borg voor een ander; Eis pand van hem terwille van een vreemde vrouw.
14מברך רעהו בקול גדול בבקר השכים קללה תחשב לו׃
14Als iemand zijn naaste op de vroege morgen luidruchtig begroet, Dan wordt het als een vloek beschouwd
15דלף טורד ביום סגריר ואשת מדונים נשתוה׃
15Een gestadig druppelend lek op een stortregen-dag, En een snibbige vrouw, ze gelijken op elkaar.
16צפניה צפן רוח ושמן ימינו יקרא׃
16De noordenwind is een ruwe wind, Toch wordt hij geluksbode genoemd
17ברזל בברזל יחד ואיש יחד פני רעהו׃
17Zoals ijzer ijzer scherpt, Zo scherpt de ene mens den ander.
18נצר תאנה יאכל פריה ושמר אדניו יכבד׃
18Wie op zijn vijgeboom past, zal zijn vruchten eten; Wie voor zijn meester zorgt, wordt rijk beloond.
19כמים הפנים לפנים כן לב האדם לאדם׃
19Zoals het ene gezicht op het andere lijkt, Zo lijkt ook het ene mensenhart op het andere.
20שאול ואבדה לא תשבענה ועיני האדם לא תשבענה׃
20Dodenrijk en onderwereld krijgen nooit genoeg; De ogen der mensen zijn nimmer bevredigd.
21מצרף לכסף וכור לזהב ואיש לפי מהללו׃
21Voor het zilver de smeltkroes, de oven voor het goud: De mens wordt beproefd naar zijn goede naam.
22אם תכתוש את האויל במכתש בתוך הריפות בעלי לא תסור מעליו אולתו׃
22Al stampt ge den dwaas in een vijzel, Tussen de gerstekorrels met een stamper: Ge krijgt er zijn dwaasheid niet uit.
23ידע תדע פני צאנך שית לבך לעדרים׃
23Let goed op, hoe uw schapen eruit zien, En volg uw kudde met aandacht;
24כי לא לעולם חסן ואם נזר לדור דור׃
24Want welvaart duurt niet eeuwig, Een schat niet van geslacht op geslacht.
25גלה חציר ונראה דשא ונאספו עשבות הרים׃
25Als het hooi binnen is, de nawas verschijnt, En het groen der bergweide wordt ingezameld,
26כבשים ללבושך ומחיר שדה עתודים׃
26Dan verschaffen de lammeren u kleding, De bokken u de prijs van een akker;
27ודי חלב עזים ללחמך ללחם ביתך וחיים לנערותיך׃
27Dan is er geitenmelk genoeg tot voedsel van u en uw gezin, En levensonderhoud voor uw dienstboden.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.