Proverbes 5
Louis Segond 1910Translation
Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Mon fils, sois attentif à ma sagesse, Prête l’oreille à mon intelligence,
1Mijn zoon, schenk uw aandacht aan mijn wijsheid, Neig uw oor tot mijn inzicht;
2Afin que tu conserves la réflexion, Et que tes lèvres gardent la connaissance.
2Dat overleg en ervaring u mogen behoeden, En u bewaren voor de lippen van een vreemde vrouw.
3Car les lèvres de l’étrangère distillent le miel, Et son palais est plus doux que l’huile;
3Want al druipen de lippen der vreemde van honing, En is haar gehemelte gladder dan olie,
4Mais à la fin elle est amère comme l’absinthe, Aiguë comme un glaive à deux tranchants.
4Ten slotte is zij bitter als alsem, En scherp als een tweesnijdend zwaard.
5Ses pieds descendent vers la mort, Ses pas atteignent le séjour des morts.
5Haar voeten dalen af naar de dood, Tot de onderwereld leiden haar schreden;
6Afin de ne pas considérer le chemin de la vie, Elle est errante dans ses voies, elle ne sait où elle va.
6Ze bakent de weg des levens niet af, Maar haar paden kronkelen ongemerkt!
7Et maintenant, mes fils, écoutez-moi, Et ne vous écartez pas des paroles de ma bouche.
7Welnu dan kinderen, luistert naar mij, Keert u niet af van mijn woorden.
8Éloigne-toi du chemin qui conduit chez elle, Et ne t’approche pas de la porte de sa maison,
8Houd uw weg verre van haar, Nader niet tot de deur van haar huis:
9De peur que tu ne livres ta vigueur à d’autres, Et tes années à un homme cruel;
9Anders moet ge aan anderen uw frisheid afstaan, Uw jaren offeren aan een ongenadig mens
10De peur que des étrangers ne se rassasient de ton bien, Et du produit de ton travail dans la maison d’autrui;
10Verrijken zich vreemden met uw vermogen, En komt uw zuurverdiend loon in het huis van een ander.
11De peur que tu ne gémisses, près de ta fin, Quand ta chair et ton corps se consumeront,
11Dan slaat ge ten slotte aan ‘t jammeren, En moet ge, als heel uw lichaam op is, bekennen:
12Et que tu ne dises: Comment donc ai-je pu haïr la correction, Et comment mon cœur a-t-il dédaigné la réprimande?
12Hoe heb ik toch de tucht kunnen haten, En de vermaning in de wind kunnen slaan?
13Comment ai-je pu ne pas écouter la voix de mes maîtres, Ne pas prêter l’oreille à ceux qui m’instruisaient?
13Waarom heb ik niet geluisterd naar hen, die mij onderwezen, Geen aandacht geschonken aan hen, die mij leerden?
14Peu s’en est fallu que je n’aie éprouvé tous les malheurs Au milieu du peuple et de l’assemblée.
14Nu hebben mij haast alle rampen getroffen Midden in de kring van mijn volk!
15Bois les eaux de ta citerne, Les eaux qui sortent de ton puits.
15Drink water uit uw eigen bron, Een koele dronk uit uw eigen put
16Tes sources doivent-elles se répandre au-dehors? Tes ruisseaux doivent ils couler sur les places publiques?
16Zoudt ge úw wellen over de rand laten stromen, Uw watergolven over de straten?
17Qu’ils soient pour toi seul, Et non pour des étrangers avec toi.
17Néén, u alleen behoren zij toe, Niet aan vreemden nevens u.
18Que ta source soit bénie, Et fais ta joie de la femme de ta jeunesse,
18Houd dus uw bron voor u zelf, En geniet van de vrouw uwer jeugd:
19Biche des amours, gazelle pleine de grâce: Sois en tout temps enivré de ses charmes, Sans cesse épris de son amour.
19Die aanminnige hinde, Die bevallige gems; Haar borsten mogen u ten allen tijde bevredigen. Aan haar liefde moogt ge u voortdurend bedwelmen.
20Et pourquoi, mon fils, serais-tu épris d’une étrangère, Et embrasserais-tu le sein d’une inconnue?
20Waarom, mijn zoon, zoudt ge u aan een vreemde te buiten gaan, De boezem strelen van een onbekende?
21Car les voies de l’homme sont devant les yeux de l’Éternel, Qui observe tous ses sentiers.
21Voor de ogen van Jahweh liggen de wegen van iedereen open, Hij let op de paden van allen:
22Le méchant est pris dans ses propres iniquités, Il est saisi par les liens de son péché.
22De boze wordt in zijn eigen wandaden verstrikt, In de banden van zijn zonden gevangen;
23Il mourra faute d’instruction, Il chancellera par l’excès de sa folie.
23Zijn losbandigheid brengt hem om het leven, Door zijn vele dwaasheden komt hij om.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.