Proverbes
Chapter 16
Louis Segond 1910
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Proverbes 16

Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Les projets que forme le cœur dépendent de l’homme, Mais la réponse que donne la bouche vient de l’Éternel.
1Wel kan de mens bij zichzelf overleggen, Maar van Jahweh komt het antwoord van de mond.
2Toutes les voies de l’homme sont pures à ses yeux; Mais celui qui pèse les esprits, c’est l’Éternel.
2Al denkt de mens, dat al zijn wegen onschuldig zijn, Het is Jahweh, die de harten toetst!
3Recommande à l’Éternel tes œuvres, Et tes projets réussiront.
3Wentel uw zorgen op Jahweh af, Dan komen uw plannen ten uitvoer.
4L’Éternel a tout fait pour un but, Même le méchant pour le jour du malheur.
4Jahweh heeft alles gemaakt met een doel, Zo ook den zondaar voor de dag van het onheil.
5Tout cœur hautain est en abomination à l’Éternel; Certes, il ne restera pas impuni.
5Jahweh verafschuwt alle hooghartige mensen; De hand erop: ze ontkomen niet aan hun straf.
6Par la bonté et la fidélité on expie l’iniquité, Et par la crainte de l’Éternel on se détourne du mal.
6Door oprechte liefde wordt de zonde uitgeboet, Uit vrees voor Jahweh leert men het kwaad mijden.
7Quand l’Éternel approuve les voies d’un homme, Il dispose favorablement à son égard même ses ennemis.
7Als Jahweh behagen heeft in iemands wegen, Maakt Hij zelfs diens vijanden met hem bevriend.
8Mieux vaut peu, avec la justice, Que de grands revenus, avec l’injustice.
8Beter weinig met eerlijke middelen, Dan rijke inkomsten door onrecht.
9Le cœur de l’homme médite sa voie, Mais c’est l’Éternel qui dirige ses pas.
9Al kan de mens bij zichzelf overleggen, Het is Jahweh, die zijn schreden richt.
10Des oracles sont sur les lèvres du roi: Sa bouche ne doit pas être infidèle quand il juge.
10Van ‘s konings lippen komt een orakel, Bij een rechtszaak faalt zijn uitspraak niet.
11Le poids et la balance justes sont à l’Éternel; Tous les poids du sac sont son ouvrage.
11Een juiste balans en weegschaal zijn van Jahweh, En iedere gewichtssteen is zijn werk.
12Les rois ont horreur de faire le mal, Car c’est par la justice que le trône s’affermit.
12Koningen moeten een afschuw van misdaden hebben; Alleen door rechtvaardigheid staat een troon sterk.
13Les lèvres justes gagnent la faveur des rois, Et ils aiment celui qui parle avec droiture.
13Een koning heeft welbehagen in eerlijke taal, En houdt van iemand, die waarheid spreekt.
14La fureur du roi est un messager de mort, Et un homme sage doit l’apaiser.
14De toorn eens konings is de bode van de dood; Een wijs man weet hem te ontwapenen.
15La sérénité du visage du roi donne la vie, Et sa faveur est comme une pluie du printemps.
15Een vriendelijk gezicht van den koning betekent leven, Zijn welgevallen is als een wolk vol lenteregen.
16Combien acquérir la sagesse vaut mieux que l’or! Combien acquérir l’intelligence est préférable à l’argent!
16Wijsheid verwerven is beter dan goud, Ervaring krijgen verkieslijker dan zilver.
17Le chemin des hommes droits, c’est d’éviter le mal; Celui qui garde son âme veille sur sa voie.
17Het pad der deugdzamen weet het kwaad te vermijden; Wie op zijn weg let, beschermt zichzelf.
18L’arrogance précède la ruine, Et l’orgueil précède la chute.
18Hoogmoed komt vóór de val, Hooghartigheid, voordat men struikelt.
19Mieux vaut être humble avec les humbles Que de partager le butin avec les orgueilleux.
19Beter deemoedig te zijn met armen, Dan met hovaardigen buit te delen.
20Celui qui réfléchit sur les choses trouve le bonheur, Et celui qui se confie en l’Éternel est heureux.
20Wie op zijn woorden let, heeft het goed; Gelukkig hij, die op Jahweh vertrouwt!
21Celui qui est sage de cœur est appelé intelligent, Et la douceur des lèvres augmente le savoir.
21Een wijze geest wordt verstandig genoemd, Maar met goede woorden bereikt men nog meer.
22La sagesse est une source de vie pour celui qui la possède; Et le châtiment des insensés, c’est leur folie.
22Inzicht is een levensbron voor wie het bezit, Dwazen worden met dwaasheid bestraft.
23Celui qui est sage de cœur manifeste la sagesse par sa bouche, Et l’accroissement de son savoir paraît sur ses lèvres.
23Een wijze geest spreekt verstandige taal, Hij maakt, dat zijn woorden overtuigen.
24Les paroles agréables sont un rayon de miel, Douces pour l’âme et salutaires pour le corps.
24Vriendelijke woorden zijn een honingraat, Zoet voor de ziel en verkwikkend voor het gebeente.
25Telle voie paraît droite à un homme, Mais son issue, c’est la voie de la mort.
25Soms houdt men een weg voor de rechte, Die tenslotte uitloopt op de dood.
26Celui qui travaille, travaille pour lui, Car sa bouche l’y excite.
26De honger zet den arbeider aan tot werken; Zijn mond dwingt hem ertoe.
27L’homme pervers prépare le malheur, Et il y a sur ses lèvres comme un feu ardent.
27Een man, die niet deugt, is een oven van boosheid; Op zijn lippen brandt als het ware een vuur.
28L’homme pervers excite des querelles, Et le rapporteur divise les amis.
28Een wispelturig mens stuurt op ruzie aan, Een lastertong brengt onenigheid tussen vrienden.
29L’homme violent séduit son prochain, Et le fait marcher dans une voie qui n’est pas bonne.
29Een booswicht tracht zijn naaste te verleiden, En hem te brengen op een weg, die niet deugt.
30Celui qui ferme les yeux pour se livrer à des pensées perverses, Celui qui se mord les lèvres, a déjà consommé le mal.
30Wie zijn ogen toeknijpt, is iets vals van plan; Wie zijn lippen opeenperst, heeft het kwaad al gedaan.
31Les cheveux blancs sont une couronne d’honneur; C’est dans le chemin de la justice qu’on la trouve.
31Het grijze haar is een heerlijke kroon, Die op het pad der deugd wordt verkregen.
32Celui qui est lent à la colère vaut mieux qu’un héros, Et celui qui est maître de lui-même, que celui qui prend des villes.
32Een lankmoedig man is meer waard dan een krachtmens; Wie zichzelf beheerst, staat hoger, dan wie een stad bedwingt.
33On jette le sort dans le pan de la robe, Mais toute décision vient de l’Éternel.
33Wel wordt het lot in de schoot geworpen Maar wat het uitwijst, komt van Jahweh.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.