Приповісток
Chapter 15
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Приповісток 15

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Відказ лагідний гнїв палкий гасить, а зневажливе слово розбуджує лютість.
1Een vriendelijk antwoord ontwapent de toorn, Een krenkend gezegde jaagt de woede op.
2Язик мудрих подає добрі відомостї, а уста безумних мелють лиш дурницї.
2De tong der wijzen druipt van wijsheid, De mond der dommen stort dwaasheid uit.
3Господнї очі скрізь по сьвіту позирають, і доброго й лихого вони вбачають.
3Jahweh’s ogen waren overal rond, Nauwkeurig lettend op slechten en goeden.
4Лагідний язик — се дерево жизнї, а необузданий — пригноблює духа.
4Rustige taal is een boom des levens, Heftige woorden wonden de ziel.
5Дурний нехтує отецьку науку, хто ж вважає на докір, — добрий розум має.
5Een dwaas slaat het vermaan van zijn vader in de wind; Verstandig hij, die op een waarschuwing let.
6В дому в праведного — достаток добра, а в доходах безбожного — самий хиба розстрій.
6In het huis van den rechtvaardige heerst grote welvaart, Maar het gewin der zondaars gaat teloor.
7Уста мудрих ширять знаннє, та не так серце безумних.
7De lippen der wijzen verspreiden de kennis, Het hart der dwazen doet het niet.
8Жертва безбожних — гидота Господеві, молитва ж праведних угодна йому.
8Jahweh heeft een afschuw van het offer der bozen, Maar welbehagen in het gebed der rechtvaardigen.
9Противна Господу безбожного дорога; хто ж ходить дорогою правди — сей йому любий.
9Jahweh verafschuwt de weg van een boosdoener; Hij houdt van hem, die naar rechtvaardigheid streeft.
10Страшенна кара тим, хто праву путь покине; й хто ненавидить докір, — погибне.
10Strenge straf wacht hem, die het rechte pad verlaat; Wie niets van bestraffing wil weten, zal sterven.
11І преисподня й ад явні Господеві, а надто — серця синів людських.
11Onderwereld en dodenrijk liggen open voor Jahweh, Hoeveel te meer de harten van de kinderen der mensen!
12Не любить ледарь тих, хто його картає, та до мудрих він також не пійде.
12De spotter houdt er niet van, dat men hem vermaant; Daarom gaat hij niet met wijzen om.
13Веселе серце чинить і лице веселим, а як туга в серцї, то і душа ниє.
13Een vrolijk hart maakt een blij gezicht, Verdriet in het hart slaat de geest terneer.
14Розумне серце шукає знання, уста ж безумних дурницями живуть.
14Een verstandig hart streeft naar kennis, De mond der dommen vermeit zich in dwaasheid.
15В нещасного всї днї сумнії, у кого ж серце веселе, тому що дня гостина.
15Een neerslachtig mens heeft steeds kwade dagen, Voor een blijmoedig karakter is het altijd feest.
16У страсї Божому й мале далеко лучше, анїж скарби великі в тревозї.
16Beter weinig te bezitten en Jahweh te vrezen, Dan vele schatten met wroeging erbij.
17Смачнїйша мисочка капусти, да з любови, анїж з приправою ненавистї теля товсте.
17Beter een schoteltje groente, waar liefde heerst, Dan een gemeste stier met haat erbij.
18Палкий чоловік доводить до сварки, а лагідний втихомиряє незгоду.
18Een driftkop stookt ruzie, Een lankmoedig mens bedaart de twist.
19Лїнивого дорога — мов тернєм встелена, дорога же праведних — гладка.
19De weg van een luiaard is als een doornheg, Het pad der vlijtigen is gebaand.
20Розумний син отця свого возвеселяє, дурний же чоловік і матїрю помітає.
20Een verstandig kind is een vreugde voor zijn vader, Een dwaas mens minacht zijn moeder.
21Дурницї — радощі безумному, а чоловік розумний ступає правою дорогою.
21In dwaasheid vindt een onverstandig mens zijn genoegen, Een man van inzicht houdt de rechte weg.
22Без поради розпочате дїло розбиваєсь, як же порадників доволї, воно остоїться.
22Bij gebrek aan overleg mislukken de plannen, Na rijp beraad komen ze tot stand.
23Радість чоловікові — (розумний) відказ із уст його; слово в час сказане — яке воно любе!
23Men kan plezier hebben in zijn eigen antwoord; Maar hoe treffend is een woord, dat van pas komt!
24Путь життя мудрого веде вгору, щоб відбитись йому від пропастї в низу.
24De wijze gaat de weg des levens omhoog, Hij wil het dodenrijk beneden ontwijken.
25Дім надутих розвалить Господь, а межу вдовину утвердить.
25Jahweh haalt het huis der hoogmoedigen neer, Maar zet de grenspaal van een weduwe vast.
26Гидота Господу задуми ледачих, слова же невинних любі йому.
26Jahweh heeft een afschuw van snode plannen, Maar vriendelijke woorden zijn Hem rein.
27Зруйнує дом свій, хто любить підкупство, а жити ме, хто ненавидить гостинцї.
27Wie oneerlijke winst maakt, schaadt zijn eigen huis; Maar wie van omkoperij niets moet hebben, blijft leven.
28Обдумує відказ праведного серце, уста же безбожників вимітують зло.
28Een rechtvaardig mens overweegt wat hij zegt, De mond der bozen stort onheil uit.
29Далекий Господь од безбожних, молитву ж праведних він слухає.
29Jahweh is verre van de zondaars, Maar Hij hoort het gebed der rechtvaardigen.
30Ясний погляд веселить серце; приятна новина тучить навіть костї.
30Stralende ogen verblijden het hart, Een goede tijding verkwikt het gebeente.
31Ухо, уважне до науки жизнї, пробуває між мудрими.
31Wie naar heilzame vermaning luistert, Woont in de kring der wijzen.
32Хто відкидає упомин, — не дбає про свою душу; хто ж уважний на докір, — набуває розуму.
32Wie de tucht niet telt, telt zich zelven niet; Wie naar vermaning luistert, krijgt inzicht.
33Страх Господень навчає мудростї, й славу випереджує покора.
33Het ontzag voor Jahweh voedt op tot wijsheid, Aan de eer gaat ootmoed vooraf.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.