Spreuken 9
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De wijsheid heeft zich een huis gebouwd, Haar zeven zuilen opgericht,
1Премудрість збудувала будинок собі, витесала сїм стовпів до него,
2Haar vee geslacht, haar wijn gemengd, Haar dis ook bereid.
2Заколола жертви, налила вина й приготовила стіл у себе;
3Nu laat ze haar dienstmaagden noden Op de hoogste punten der stad:
3Розіслала служебки свої, щоб покликали з городських висот:
4Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken.
4Хто невчений простак, звертай сюди! а тим, що на розум убогі, сказала:
5Komt, eet van mijn spijzen, En drinkt van de wijn die ik mengde;
5Прибувайте та їжте мій хлїб і вино моє пийте;
6Laat de onnozelheid varen, opdat gij moogt leven, Betreedt de rechte weg van het verstand!
6Покидайте дурноту, й жийте, та ходїте стежками, що вам розум укаже!
7Wie een spotter vermaant, berokkent zich schande, En wie een booswicht bestraft, op hem komt een smet.
7Хто хоче кепкуна навчати, наживе собі неславу, а хто докоряє безбожникові, сказу собі чинить.
8Ge moet geen spotter bestraffen, hij zal u erom haten, Bestraf een wijze, hij zal er u dankbaar voor zijn.
8Не картай кепкуна, бо зненавидить тебе; картай мудрого, а будеш йому любий;
9Deel mee aan een wijze: hij wordt nog wijzer, Onderricht een rechtvaardige: hij zal zijn inzicht verdiepen.
9Дай науку мудрому, — зробиться ще премудрійшим, вмудряй праводушного, а він своє знаннє примножить.
10Ontzag voor Jahweh is de grondslag der wijsheid, Den Heilige kennen is inzicht.
10Почин премудростї — страх Господень, а пізнаннє сьвятого — се розум;
11Want door Jahweh worden uw dagen vermeerderd. Worden jaren van leven u toegevoegd.
11Бо тілько через мене продовжиться вік твій і причиниться тобі років життя.
12Zijt ge wijs, ge zijt wijs tot uw eigen voordeel; Zijt ge eigenwijs, gij alleen moet ervoor boeten!
12Коли ти мудрий, то мудрий єси собі на користь; коли ж пустун ти, тобі від сього шкода.
13De dwaasheid is een wispelturige vrouw, Een verleidster, die geen schaamte kent.
13Женщина нерозсудлива, щебетлива й глупа невіжа,
14Ze zit aan de deur van haar huis, In een zetel op de hoogten der stad;
14Сїдає на стілцї вона в свойму будинку, на підвисшених місцях у містї,
15Zij nodigt de voorbijgangers uit, Hen die recht huns weegs willen gaan:
15Щоб кликати тих, що йдуть дорогою, що правими дорогами своїми ходять:
16Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken!
16Хто неук, завертай сюди! а недоумкові каже:
17Gestolen water is zoet, Heimelijk gegeten brood smaakt lekker!
17Вода украдена солодша, й вкритий хлїб смашнїйший.
18Maar men vermoedt niet, dat de schimmen daar wonen, Dat haar gasten diep in het dodenrijk komen!
18А він і не знає, що там самі мерцї, а ті, кого вона закличе, — в преисподнїй.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.