Spreuken 9
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1De wijsheid heeft zich een huis gebouwd, Haar zeven zuilen opgericht,
1Премудрост сазида себи кућу, и отеса седам ступова;
2Haar vee geslacht, haar wijn gemengd, Haar dis ook bereid.
2Покла стоку своју, раствори вино своје, и постави сто свој.
3Nu laat ze haar dienstmaagden noden Op de hoogste punten der stad:
3Посла девојке своје, те зове сврх висина градских:
4Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken.
4Ко је луд, нека се уврати овамо. И безумнима вели:
5Komt, eet van mijn spijzen, En drinkt van de wijn die ik mengde;
5Ходите, једите хлеба мог, и пијте вино које сам растворила.
6Laat de onnozelheid varen, opdat gij moogt leven, Betreedt de rechte weg van het verstand!
6Оставите лудост и бићете живи, и идите путем разума.
7Wie een spotter vermaant, berokkent zich schande, En wie een booswicht bestraft, op hem komt een smet.
7Ко учи подсмевача, прима срамоту; и ко кори безбожника, прима руг.
8Ge moet geen spotter bestraffen, hij zal u erom haten, Bestraf een wijze, hij zal er u dankbaar voor zijn.
8Не карај подсмевача да не омрзне на те; карај мудра, и љубиће те.
9Deel mee aan een wijze: hij wordt nog wijzer, Onderricht een rechtvaardige: hij zal zijn inzicht verdiepen.
9Кажи мудроме, и биће још мудрији; поучи праведног, и знаће више.
10Ontzag voor Jahweh is de grondslag der wijsheid, Den Heilige kennen is inzicht.
10Почетак је мудрости страх Господњи, и знање је светих ствари разум.
11Want door Jahweh worden uw dagen vermeerderd. Worden jaren van leven u toegevoegd.
11Јер ће се мном умножити дани твоји и додаће ти се године животу.
12Zijt ge wijs, ge zijt wijs tot uw eigen voordeel; Zijt ge eigenwijs, gij alleen moet ervoor boeten!
12Ако будеш мудар, себи ћеш бити мудар; ако ли будеш подсмевач, сам ћеш теглити.
13De dwaasheid is een wispelturige vrouw, Een verleidster, die geen schaamte kent.
13Жена безумна плаха је, луда и ништа не зна;
14Ze zit aan de deur van haar huis, In een zetel op de hoogten der stad;
14И седи на вратима од куће своје на столици, на висинама градским,
15Zij nodigt de voorbijgangers uit, Hen die recht huns weegs willen gaan:
15Те виче оне који пролазе, који иду право својим путем:
16Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken!
16Ко је луд? Нека се уврати овамо. И безумном говори:
17Gestolen water is zoet, Heimelijk gegeten brood smaakt lekker!
17Вода је крадена слатка, и хлеб је сакривен угодан.
18Maar men vermoedt niet, dat de schimmen daar wonen, Dat haar gasten diep in het dodenrijk komen!
18А он не зна да су онде мртваци и у дубоком гробу да су званице њене.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.