Spreuken
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1De wijsheid heeft zich een huis gebouwd, Haar zeven zuilen opgericht,
1LA somma Sapienza ha edificata la sua casa, Ella ha tagliate le sue colonne in numero di sette;
2Haar vee geslacht, haar wijn gemengd, Haar dis ook bereid.
2Ella ha ammazzati i suoi animali, ha temperato il suo vino. Ed anche ha apparecchiata la sua mensa.
3Nu laat ze haar dienstmaagden noden Op de hoogste punten der stad:
3Ella ha mandate le sue serventi a gridare D'in su i poggiuoli degli alti luoghi della città:
4Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken.
4Chi è scempio? riducasi qua. E a dire a quelli che sono scemi di senno:
5Komt, eet van mijn spijzen, En drinkt van de wijn die ik mengde;
5Venite, mangiate del mio pane, E bevete del vino che io ho temperato.
6Laat de onnozelheid varen, opdat gij moogt leven, Betreedt de rechte weg van het verstand!
6Lasciate le scempietà, e voi viverete; E camminate per la via della prudenza.
7Wie een spotter vermaant, berokkent zich schande, En wie een booswicht bestraft, op hem komt een smet.
7Chi corregge lo schernitore ne riceve vituperio; E chi riprende l'empio ne riceve macchia.
8Ge moet geen spotter bestraffen, hij zal u erom haten, Bestraf een wijze, hij zal er u dankbaar voor zijn.
8Non riprender lo schernitore, Che talora egli non ti odii; Riprendi il savio, ed egli ti amerà.
9Deel mee aan een wijze: hij wordt nog wijzer, Onderricht een rechtvaardige: hij zal zijn inzicht verdiepen.
9Insegna al savio, ed egli diventerà più savio; Ammaestra il giusto, ed egli crescerà in dottrina.
10Ontzag voor Jahweh is de grondslag der wijsheid, Den Heilige kennen is inzicht.
10Il principio della sapienza è il timor del Signore; E la scienza de' santi è la prudenza.
11Want door Jahweh worden uw dagen vermeerderd. Worden jaren van leven u toegevoegd.
11Perciocchè per me ti saranno moltiplicati i giorni, E ti saranno aggiunti anni di vita.
12Zijt ge wijs, ge zijt wijs tot uw eigen voordeel; Zijt ge eigenwijs, gij alleen moet ervoor boeten!
12Se sei savio, sarai savio per te; Se altresì sei schernitore, tu solo ne porterai la pena .
13De dwaasheid is een wispelturige vrouw, Een verleidster, die geen schaamte kent.
13La donna stolta, strepitosa, Scempia, e che non ha alcuno intendimento,
14Ze zit aan de deur van haar huis, In een zetel op de hoogten der stad;
14Siede anch'essa all'entrata della sua casa, In seggio, ne' luoghi elevati della città.
15Zij nodigt de voorbijgangers uit, Hen die recht huns weegs willen gaan:
15Per gridare a coloro che passano per la via, Che vanno a dirittura a lor cammino:
16Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken!
16Chi è scempio? riducasi qua. E se vi è alcuno scemo di senno, gli dice:
17Gestolen water is zoet, Heimelijk gegeten brood smaakt lekker!
17Le acque rubate son dolci, E il pane preso di nascosto è dilettevole.
18Maar men vermoedt niet, dat de schimmen daar wonen, Dat haar gasten diep in het dodenrijk komen!
18Ed egli non sa che là sono i morti; E che quelli ch'ella ha convitati son nel fondo dell'inferno.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.