Spreuken
Chapter 22
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een goede naam is meer waard dan een groot vermogen, Bemind te zijn is beter dan zilver en goud.
1Добре ймя лїпше над велике багацтво, й добра слава дорожша над золото й срібло.
2Rijk en arm ontmoeten elkaar, Jahweh is hun aller Schepper.
2Богач і бідний стрічаються все з собою; того й сього создав Господь однако.
3De wijze ziet onheil en trekt zich terug; De onnozelen lopen door, en moeten ervoor boeten.
3Заздалегідь біди розумний стережеться, простак іде собі байдужен, і бідує.
4Het loon voor ootmoed en vreze voor Jahweh Is rijkdom, aanzien en leven.
4За покорою йде страх Господень, багацтво й честь і життє.
5Doornen en strikken liggen op de weg van den valsaard; Wie zijn leven liefheeft, blijft er ver vandaan.
5Тернина та сїлки лукавому по стежцї, а хто береже душу, держись од них далеко.
6Oefen kinderen in de weg, die ze moeten gaan, Dan wijken ze ook in hun ouderdom er niet van af.
6Настав на добру путь малого, — а й старим він не зверне з неї.
7Wie rijk is, heerst over de armen; Wie leent, wordt de slaaf van wie uitleent.
7Над злиденним багач панує, хто в кого у довгу, в того він в неволї.
8Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten; De vrucht van zijn arbeid gaat te niet.
8Хто посїє неправду, буде жати біду, й палиця гнїву його зникне.
9Een vriendelijk mens wordt gezegend, Want hij deelt met den arme zijn brood.
9Милосердний буде благословенний, бо спомагає вбогого хлїбом своїм.
10Jaag den spotter weg, en het twisten houdt op, Er komt een eind aan vechten en schimpen.
10Прожени геть зрадливого, а пійде з ним незгода, й зникнуть сварня й бійка.
11De zuivere van harte wordt door Jahweh bemind, De vleier is de vriend van den koning.
11Хто серцем чистий, в того й уста щирі; тому й сам царь другом.
12De ogen van Jahweh houden vol kennis de wacht; Hij verijdelt de woorden van den zondaar.
12Очі Господнї мають знаннє всього, а слова проступника він в нїщо обертає.
13De luiaard zegt: Buiten loopt een leeuw, Midden op straat word ik nog verscheurd!
13Лїнивий каже: „Он лев на улицї! серед майдану вбють мене!‟
14Een diepe kuil is de mond van vreemde vrouwen; Op wien Jahweh vertoornd is, die valt erin.
14Блудничині уста — глибока яма, той впаде туди, на кого Господь прогнїваєсь.
15Al zit de dwaasheid in het hart van een kind geworteld, De tuchtroede haalt ze er uit!
15Дурнота впилась молодикові в серце, та навчаюча лозина прожене її від його.
16Wie een arme verdrukt, brengt hem voordeel; Wie aan een rijkaard iets geeft, veroorzaakt gebrek
16Хто кривдить убогого, щоб умножити своє багацтво, той віддасть ще багатшому, й збіднїє.
17Woorden van wijzen Neig uw oor en luister naar mijn woorden; Zet uw aandacht erop, om ze te leren kennen.
17Прихили ухо твоє до слів премудрого, й оберни серце твоє до знання мого;
18Het is goed, als ge ze ter harte neemt, En ze allen bestendig op uw lippen hebt.
18Бо втїха тобі буде, коли ховати меш їх в серцї в тебе, та коли вони будуть і в устах твоїх.
19Opdat ge in Jahweh uw vertrouwen moogt stellen, Maak ik ze heden bekend, ook aan u!
19Про те, щоб уповав на Господа, я оце й навчаю тебе, а ти міркуй собі.
20Een dertigtal heb ik er voor u opgeschreven: Ze bevatten goede raad en ervaring;
20Чи я ж бо не писав тобі нераз — подаючи ради й науки,
21Ze leren u de waarheid en betrouwbare woorden, Zodat ge een goed antwoord kunt geven aan hen die u ondervragen
21Щоб навчити тебе слів чистої правди, щоб умів переказати слова правди тим, що тебе (по неї) послали?
22Buit een arme niet uit, omdat hij arm is, Trap in de poort niet op den kleinen man;
22Не граб убогого за те, що він убогий, і не тїсни злиденного в воротах, —
23Want Jahweh zal het voor hen opnemen, En die hèn beroven, van het leven beroven.
23Господь бо в справі їх вступиться за ними, і вирве у грабителїв душі їх.
24Sluit geen vriendschap met een driftkop, Laat u niet in met een heethoofd;
24З гнївливим не дружись, і з сердитим не кумайсь,
25Anders raakt ge vertrouwd met hun wegen, En zet ge een valstrik voor uzelf.
25Щоб не привик і сам їх стежками ходити та й не надїв петлї на душу свою.
26Behoor niet tot hen, die handslag geven, En borg blijven voor schulden;
26Так не чини, як ті що ручаться, і чужі довги беруть на себе;
27Als ge niets hebt om te betalen, Haalt men het bed onder u weg.
27Бо, як не буде чим у тебе заплатити, то про що доводити себе до того, щоб забрали постїль твою з під тебе?
28Raak niet aan de eeuwenoude grenzen, Die uw voorvaderen hebben getrokken.
28Не пересувай межі давнезної, що провели батьки твої.
29Ziet ge iemand die handig is met zijn werk, Hij komt bij koningen in dienst; Het gewone volk hoeft hij niet te dienen!
29Бачив ти коли чоловіка зручного в справах своїх? Такий буде перед царями стояти, а не простим служити.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.