Spreuken
Chapter 18
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Wie zich afscheiden wil, zoekt een voorwendsel; Met alle middelen stuurt hij op ruzie aan.
1Своєвольний всього забагає; він устає проти всього, що каже розум.
2Een domoor houdt niet van wijsheid, Maar zegt toch gaarne zijn mening.
2Дурний не любить знання, хиба тілько, щоб повеличатись дотепом.
3Met de misdaad komt ook de minachting, Op de schanddaad volgt de smaad.
3З безбожником приходить і погорда, а з безчесним — сором.
4De woorden van sommige mensen zijn diepe wateren, Een bruisende beek, een bron van leven.
4Слова в устах мужа — глибокії води; з джерела мудростї — широкий потік.
5Het is onverantwoord, partij te kiezen voor een boosdoener, of een onschuldige voor het gerecht te verdringen.
5Вважати на особу безбожного — се дїло погане, тим паче, щоб праведного повалити на судї.
6Wat een dwaas zegt, leidt tot twist; Zijn mond roept om slaag.
6Безумного уста вдаються у сварку, а його слова викликують бійку.
7Wat een dwaas zegt, stort hem in het ongeluk; Zijn woorden zijn een valstrik voor hemzelf.
7Беспутнього язик — погибель для него, а уста його — се сїть на душу його.
8Woorden van een lastertong zijn als lekkernijen, Ze glijden af naar het diepste van de maag.
8Нашептані слова — неначе лакітки, а все ж вони до дна у череві доходять.
9Wie ook maar slap is in zijn werk, Is al een broer van de vernielgeest.
9Недбалий в своїй роботї — се рідний брат розтратника.
10De naam van Jahweh is een sterke burcht; De rechtvaardige ijlt erheen, en is veilig.
10Імя Господнє — се кріпка тверджа; втече праведник у неї, і він безпечен.
11Het vermogen is voor den rijke een sterke vesting, In zijn verbeelding een hoge muur.
11Багатому скарби здаються кріпким містом, він уважає їх за високі мури.
12Vóór de val is men hooghartig, Maar aan de eer gaat ootmoed vooraf.
12Перед упадком гордуватїє серце в чоловіка, а перед славою — покора.
13Geeft iemand antwoord, eer hij heeft geluisterd, Dan strekt hem dit tot dwaasheid en schande.
13Хто, не вислухавши, відповідає, той дурень і стид на його спадає.
14Geestkracht houdt iemand staande in zijn lijden, Maar wie beurt een gebroken geest weer op?
14Дух в чоловіцї підпирає немочі його, а дух прибитий — хто може піддержати його?
15Een verstandig hart doet inzicht op, Het oor der wijzen spitst zich op kennis.
15Розумного серце здобуває знаннє, й мудрих ухо, знай, про знаннє тілько дбає.
16Een geschenk verschaft iemand ruimte, Het geeft hem toegang tot de groten.
16Дарунок розширює чоловікові дорогу, ба й до панів великих його допускає.
17Wie het eerst zijn zaak bepleit, krijgt gelijk; Maar dan komt zijn buur en zet hem recht.
17Первий в свойму спорі — правий, та приходить його противник, й перевірює справу.
18Het lot maakt een einde aan twisten, En scheidt machtigen van elkaar.
18Жереб скінчить позиванку, він чинить розсуд і між панами.
19Een verongelijkte broer is ontoegankelijker dan een sterke vesting; Ruzie is als de grendel van een burcht.
19Розгнїваний брат — як утверджене місто, а звяга (з ним) — як засови в замку.
20Door de vrucht van de mond wordt iemands maag gevuld; Van de oogst zijner lippen wordt hij verzadigd
20Плодом уст чоловіка наповнюєсь черево його; що його уста зродять, тим він насичуєсь.
21Dood en leven zijn in de macht van de tong; Wie haar veel gebruikt, moet haar vrucht dan ook eten.
21Смерть і життє — в руцї язика, й хто любить його, їсти ме плоди його.
22Wie een vrouw heeft gevonden, heeft iets goeds gevonden, En de gunst van Jahweh gewonnen.
22Хто знайшов добру жону — знайшов добро й одержав ласку від Господа.
23Al klaagt een arme nog zo smekend, De rijke antwoordt met hardheid.
23Убогий, благаючи, говорить; багатий промовляє згорда.
24Er zijn makkers, die iemand in het ongeluk storten; Maar ook vrienden, die aanhankelijker zijn dan een broer.
24Хто хоче приятелїв мати, мусить і самий приязним бути; друг буває од брата прихильнїйший.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.