Psalmen 110
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Een psalm van David. Jahweh spreekt tot mijn Heer: “Zet U aan mijn rechterhand, Totdat Ik uw vijanden leg als een voetbank voor uw voeten!”
1Davidův žalm. Řekl Hospodin Pánu mému: Seď na pravici mé, dokudž nepoložím nepřátel tvých za podnože noh tvých.
2Jahweh zal U een machtige schepter verlenen: Treed uit Sion als Heerser te midden uwer vijanden!
2Berlu moci tvé vyšle Hospodin z Siona, řka: Panuj u prostřed nepřátel svých.
3Gij draagt de offers ten dage van uw mannelijke kracht, Zijt met de heilige gewaden bekleed Van de moederschoot af, Sinds de morgendauw uwer jeugd.
3Lid tvůj dobrovolný v den boje tvého v ozdobě svatosti, z života hned v svitání jako rosa plod tvůj bude.
4Jahweh heeft gezworen, en het zal Hem nimmer berouwen: “Gij zijt Priester voor eeuwig, zoals Melkisédek was!”
4Přisáhl Hospodin, a nebude želeti toho, řka: Ty jsi kněz na věky podlé řádu Melchisedechova.
5De Heer zal aan uw rechterhand blijven staan, En de vorsten vermorzelen op de dag van zijn toorn;
5Pán po pravici tvé potře v den hněvu svého krále.
6Vol majesteit de volkeren richten, De koppen verpletteren tegen de grond!
6Soud činiti bude mezi národy, porážku hroznou učiní, potře i hlavu panující nad mnohými krajinami.
7Maar U alleen zal Hij een kostbaar erfdeel schenken, En daarom fier uw hoofd verheffen!
7Z potoka na cestě píti bude, a protož povýší hlavy.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.