Matteus 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen kwamen schriftgeleerden en farizeën van Jerusalem op Hem af, en zeiden:
1Тодї прийшли до Ісуса письменники та Фарисеї з Єрусалиму, кажучи:
2Waarom overtreden uw leerlingen de overlevering der ouden? Zij wassen hun handen niet eens, als ze brood eten.
2Чого Твої ученики переступають переказ старших? бо не миють рук своїх, як їдять хлїб.
3Hij gaf hun ten antwoord: Waarom overtreedt gijzelf Gods gebod ter wille van uw overlevering? Want God heeft gezegd:
3Він же, озвавшись, рече до них: Чого ж се й ви переступаєте заповідь Божу ради переказу вашого?
4Eert uw vader en moeder; en: Wie vader of moeder vloekt, moet sterven.
4Бог бо заповідав, глаголючи: Поважай батька твого й матїр, і: Хто лає батька або матїр, нехай умре смертю.
5Maar gij verklaart: Wie tot vader of moeder zegt: “Alles, waarmee ik u van dienst zou kunnen zijn, is tot offergave bestemd,”
5Ви ж кажете: Хто скаже батькові або матері: Се дар (Божий), чим би ти з мене мав покористуватись,
6behoeft vader of moeder niet te eren. En om uw overlevering ziet gij Gods gebod over het hoofd.
6той може не поважати батька свого або матери своєї. І знївечили ви заповідь Божу ради переказу вашого.
7Huichelaars, terecht heeft Isaias van u geprofeteerd:
7Лицеміри, добре прорік про вас Ісаїя, глаголючи:
8Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij.
8Народ сей приближуєть ся до мене губами своїми, й устами мене шанує, серце ж їх далеко від мене.
9Ze eren Mij tevergeefs, daar ze leerstellingen voordragen, die menselijke geboden zijn.
9Та марно вони поклоняють ся менї, навчаючи наук заповідей чоловічих.
10En nadat Hij het volk tot Zich had geroepen, sprak Hij tot hen: Hoort en verstaat.
10І, прикликавши людей, рече до них: Слухайте та й розумійте:
11Niet wat de mond ingaat, bezoedelt den mens; maar wat de mond uitkomt, dat bezoedelt den mens.
11Не те, що входить в уста, сквернить чоловіка, а що виходить із уст, те сквернить чоловіка.
12Nu naderden zijn leerlingen, en zeiden tot Hem: Weet Gij wel, dat de farizeën bij het horen van dit woord zich hebben geërgerd?
12Приступивши тодї ученики, рекли до Него: Чи знаєш, що Фарисеї, чувши слово, поблазнились?
13Hij antwoordde: Iedere plant, die mijn hemelse Vader niet heeft geplant, zal worden uitgerukt.
13Він же, озвавшись, рече: Усяка рослина, що не насаджував Отець мій небесний, викоренить ся.
14Laat hen begaan; ze zijn blinde leiders van blinden; maar als de ene blinde den anderen leidt, vallen ze allebei in de kuil.
14Не вважайте на них: проводирі вони слїпі слїпих. А коли слїпий веде слїпого, обидва впадуть у яму.
15Toen nam Petrus het woord, en zeide: Verklaar ons deze gelijkenis.
15Озвав ся ж Петр і каже до Него: Виясни нам сю приповість.
16Hij sprak: Zijt ook gij nog zonder inzicht?
16Ісус же рече: Чи й ви ще без розуму?
17Begrijpt gij niet, dat alles wat de mond ingaat, in de buik terecht komt, en op zekere plaats wordt uitgeworpen?
17Чи ще не зрозуміли, що те, що входить в уста, йде в живіт, і звергаєть ся в одхідник;
18Maar wat de mond uitgaat, komt voort uit het hart, en dat verontreinigt den mens.
18а те, що виходить із уст, береть ся з серця, і воно сквернить чоловіка.
19Want uit het hart komen slechte gedachten voort, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, godslasteringen.
19Бо з серця беруть ся ледачі думки, душогубства, перелюбки, блуд, крадїж, криве сьвідкуваннє, хула.
20Dit is het, wat den mens bezoedelt. Maar met ongewassen handen eten, bezoedelt den mens niet.
20Оце, що сквернить чоловіка; а їсти, непомивши рук, се не сквернить чоловіка.
21Toen vertrok Jesus van daar, en begaf zich naar de streek van Tyrus en Sidon.
21Вийшов тодї Ісус ізвідтіля, і перейшов у Тирські та в Сидонські сторони.
22En zie, een kanaänietische vrouw, afkomstig uit die streek, riep Hem toe: Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David; mijn dochter wordt vreselijk door den duivel gekweld.
22Коли се жінка Канаанка прийшла з тих гряниць, і кричала до Него, кажучи: Помилуй мене, Господи, сину Давидів; дочка моя тяжко біснуєть ся.
23Hij gaf haar geen antwoord. En zijn leerlingen kwamen, en verzochten Hem: Stel haar tevreden; want ze roept ons achterna.
23Він же не відказав їй нї слова. І, приступивши ученики Його, благали Його, кажучи: Відпусти її, бо кричить за нами.
24Hij antwoordde: Alleen tot de verloren schapen van het huis van Israël ben Ik gezonden.
24Він же, озвавшись, рече: Послано мене тільки до загублених овечок дому Ізраїлевого.
25Maar ze kwam naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer, en zeide: Heer, help mij.
25Вона ж, приступивши, поклонилась Йому, кажучи: Господи, поможи менї.
26Hij gaf haar ten antwoord: Het is niet goed, het brood der kinderen te nemen, en het voor de hondjes te werpen.
26Він же, озвавшись, рече: Не годить ся взяти в дїтей хлїб, і кинути собакам.
27Maar ze zeide: Ja wel, Heer; ook de hondjes eten toch van de kruimels, die van de tafel hunner meesters vallen.
27А вона каже: Так, Господи; тільки ж і собаки їдять кришки, що падають із стола в господаря їх.
28Toen antwoordde Jesus: O vrouw, groot is uw geloof; u geschiede, zoals ge verlangt. Van dat ogenblik af was haar dochter genezen.
28Тодї озвавсь Ісус і рече до неї: Жінко, велика віра твоя: нехай станеть ся тобі, як бажаєш. І одужала дочка її з того часу.
29Toen Jesus van daar was vertrokken, kwam Hij aan het meer van Galilea, ging de berg op, en zette Zich daar neer.
29І, перейшовши Ісус ізвідтіля, прийшов близько до моря Галилейського, й, зійшовши на гору, сїв там.
30Daar kwamen grote scharen naar Hem toe, die kreupelen, lammen, blinden, stommen en vele anderen bij zich hadden; men legde ze aan zijn voeten neer, en Hij genas ze.
30І поприходило до Него пребагато людей, маючи з собою кривих, слїпих, нїмих, калїк і багацько инших, та й клали їх у ногах в Ісуса, й сцїлив їх,
31De menigte stond verbaasd bij het zien, hoe stommen spraken, lammen genazen, kreupelen liepen, blinden zagen; en ze verheerlijkten den God van Israël.
31так що люде дивувались, бачивши, що нїмі говорять, калїки здорові, криві ходять, а слїпі бачять; і прославляли Бога Ізраїлевого.
32Nu riep Jesus zijn leerlingen bijeen, en sprak: Ik heb medelijden met de schare; want reeds drie dagen zijn ze bij Mij, en ze hebben niets te eten. Ik wil ze dus niet ongespijsd laten gaan, opdat ze onderweg niet bezwijken.
32Ісус же, покликавши учеників своїх, рече: Жаль менї людей, бо вже вони три днї пробувають зо мною, й не мають що їсти; а не хочу відпустити їх голодних, щоб не помлїли на дорозї.
33Maar de leerlingen zeiden tot Hem: Hoe zullen we ons in een woestijn genoeg brood verschaffen, om zulk een grote menigte te verzadigen?
33І кажуть Йому ученики Його: Де ж нам узяти стільки хлїба в пустинї, щоб нагодувати стільки народу?
34Jesus zei hun: Hoeveel broden hebt gij? Ze antwoordden: Zeven, en enkele visjes.
34І рече їм Ісус: Скільки хлїбів маєте ви? Вони ж кажуть: Сїм, та кілька рибок.
35Toen beval Hij het volk, op de grond te gaan zitten.
35І звелїв народові посїдати на землї.
36Hij nam de zeven broden en de vissen, sprak een dankzegging uit, brak ze, en gaf ze aan zijn leerlingen; en de leerlingen gaven ze aan het volk.
36І, взявши сїм хлїбів та рибу, оддав хвалу, ламав і давав ученикам своїм, а ученики народові.
37Allen aten, en werden verzadigd. En ze verzamelden de overgeschoten brokken: zeven korven vol.
37І їли всї, й понаїдались; і назбирали останків ламаного сїм повних кошів.
38Het waren ongeveer vier duizend mannen, die hadden gegeten, behalve nog de vrouwen en kinderen.
38А тих, що їли, було чотири тисячі чоловіка, опріч жінок та дїтей.
39En nadat Hij de menigte had heengezonden, ging Hij de boot in, en vertrok naar het gebied van Magadán.
39І, відпустивши народ, увійшов у човен, та й прибув у границї Магдалські.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.